ECLI:NL:RBNHO:2025:12595

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
11763417 \ CV FORM 25-4054
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatieverzoek passagiers na annulering vlucht door buitengewone omstandigheden

In deze zaak hebben de passagiers compensatie van de vervoerder, EasyJet Europe Airline GmbH, verzocht vanwege een geannuleerde vlucht van Amsterdam-Schiphol naar Venetië op 12 juli 2023. De passagiers, vertegenwoordigd door ProBe-ASP B.V. onder de naam Aviclaim, hebben hun vorderingsrechten gedeeltelijk overgedragen aan Stichting Achmea Rechtsbijstand. De kantonrechter heeft vastgesteld dat passagiers sub 1 en 2 niet-ontvankelijk zijn in hun verzoek, omdat zij hun vorderingsrechten aan een derde hebben overgedragen die geen partij is in deze procedure. De vervoerder heeft aangevoerd dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk vertragingen veroorzaakt door de luchtverkeersleiding, waardoor de vlucht niet voor de nachtklok van Schiphol kon worden uitgevoerd. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de vervoerder voldoende heeft aangetoond dat de annulering het gevolg was van deze omstandigheden en dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de annulering te voorkomen. Het verzoek van de passagiers is afgewezen, en zij zijn veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11763417 \ CV FORM 25-4054
Uitspraakdatum: 29 oktober 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1]

2. [verzoeker 2]beiden wonende te [plaats 1]
3. [verzoeker 3], wonende te [plaats 2]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kortDe passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. Omdat passagier sub 1 en 2 hun eventuele vorderingsrechten hebben overgedragen aan een derde en deze derde geen partij is in deze procedure, zijn zij niet-ontvankelijk in het verzoek. Daarnaast voert de vervoerder aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Voorgaande vluchten werden zodanig vertraagd door (de doorwerking van) besluiten van de luchtverkeersleiding dat het niet meer mogelijk was om de vlucht in kwestie uit te voeren voor het ingaan van de nachtklok van Schiphol. Dit verweer slaagt. Het verzoek wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 12 juli 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Venetië, Italië, met vlucht EC4072 dan wel EZY4072 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
Passagiers sub 1 en sub 2 hebben hun eventuele vorderingsrechten overgedragen aan Stichting Achmea Rechtsbijstand (hierna: SAR).
2.4.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat passagiers sub 1 en sub 2 het eventuele vorderingsrecht van hun minderjarige kind aan zichzelf hebben overgedragen. Zij stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – ingegaan bij de beoordeling van het geschil.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft terecht opgemerkt dat de passagiers sub 1 en sub 2 hun eigen (vermeende) vorderingsrechten én het vorderingsrecht van hun minderjarige kind ([betrokkene]) aan SAR hebben overgedragen. Het voorgaande brengt mee dat de passagiers niet langer bevoegd zijn om de procedure op persoonlijke titel te voeren. Dat betekent dat passagiers sub 1 en 2 niet-ontvankelijk zijn; SAR is geen partij in deze procedure. Met betrekking tot het verzoek van passagier sub 3 overweegt de kantonrechter verder als volgt.
4.3.
De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [2] Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. [3]
4.4.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievluchten Venetië – Parijs – Venetië – Amsterdam – Venetië (vluchtnummers EJU4007, EJU4008, EJU4071 en EJU4072). Vlucht EJU4007 van Venetië naar Parijs werd vertraagd uitgevoerd omdat de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd oplegde aan het toestel. Deze vertraging werkte door op vlucht EJU4008 van Parijs naar Venetië, waaraan vervolgens ook een latere vertrektijd opgelegd werd.
4.5.
Deze vertraging dreigde weer door te werken op vlucht EJU4071 van Venetië naar Amsterdam. Daardoor kon vlucht EJU4071 niet meer uitgevoerd worden vóór de nachtsluiting van Schiphol en was de vervoerder genoodzaakt om vlucht EJU4071 te annuleren. Daarom was het niet meer mogelijk om de vlucht in kwestie uit te voeren en heeft de vervoerder ook de vlucht in kwestie geannuleerd. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten.
4.6.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de annulering van de vlucht in kwestie het gevolg was van de annulering van de voorgaande vlucht EJU4071 van Venetië naar Amsterdam en dat de annulering van vlucht EJU4071 het gevolg was van (de doorwerking) van vertraging vanwege latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Als een toestel een latere vertrektijd krijgt opgelegd, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dat geldt ook voor de nachtsluiting op Schiphol. Al met al zijn deze omstandigheden niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en kon hij hier ook geen invloed op uitoefenen. Dit betekent dat de annulering van de vlucht in kwestie het gevolg was van buitengewone omstandigheden.
4.7.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om (de vertraging vanwege) de annulering te voorkomen (of te beperken). De vervoerder voert in dit verband aan dat de annulering niet te voorkomen was omdat het minimaal 3 tot 4 uur zou hebben geduurd om een vervangend toestel in te vliegen. Daarom zou de inzet van een alternatief toestel alsnog hebben geleid tot de schending van de nachtklok. Na de annulering heeft hij passagier sub 3 een alternatieve vlucht met een andere luchtvaartmaatschappij aangeboden.
4.8.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. De passagiers hebben daarover ook niets (concreet) aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. Dit betekent dat het verzoek van de passagiers zal worden afgewezen.
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
verklaart passagiers sub 1 en sub 2 niet-ontvankelijk in het verzoek
5.2.
wijst het verzochte af;
5.3.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde,
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.4.
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
3.Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.