In deze zaak hebben de passagiers een vervoersovereenkomst gesloten met EasyJet Europe Airline GmbH voor een vlucht van Kopenhagen naar Amsterdam op 7 juli 2024. De vervoerder heeft deze vlucht geannuleerd, waarna de passagiers compensatie hebben verzocht. De vervoerder heeft echter niet uitbetaald, wat heeft geleid tot een verzoek van de passagiers om betaling van € 1.250,00, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De passagiers baseren hun verzoek op de Europese Verordening (EG) nr. 261/2004, die hen recht geeft op compensatie bij annulering van een vlucht.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de vervoerder niet voldoende heeft aangetoond dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de annulering te voorkomen. De vervoerder stelde dat er binnen 24 uur geen alternatieve vlucht beschikbaar was, maar de kantonrechter oordeelde dat het omboeken naar een andere luchtvaartmaatschappij niet automatisch een redelijke maatregel is. De vervoerder heeft nagelaten te bewijzen dat er geen sneller alternatief beschikbaar was, waardoor het verzoek van de passagiers tot betaling werd toegewezen.
Daarnaast heeft de kantonrechter de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, omdat de passagiers aannemelijk hebben gemaakt dat zij kosten hebben gemaakt voor incassowerkzaamheden. De proceskosten zijn ook voor rekening van de vervoerder, die ongelijk heeft gekregen. De kantonrechter heeft de vervoerder veroordeeld tot betaling van in totaal € 1.437,50 aan de passagiers, inclusief wettelijke rente en proceskosten.