ECLI:NL:RBNHO:2025:12893

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
11752986
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatieverzoek passagiers na vertraagde vlucht en beoordeling van buitengewone omstandigheden

In deze zaak hebben de passagiers, verzoekers in het geding, een vervoersovereenkomst gesloten met de vervoerder EasyJet Europe Airline GmbH voor een vlucht van Kopenhagen naar Amsterdam op 13 juli 2023. De vlucht is echter met meer dan drie uur vertraagd, waardoor de passagiers compensatie hebben verzocht. De vervoerder heeft geweigerd deze compensatie uit te betalen, wat heeft geleid tot het verzoek van de passagiers om de vervoerder te veroordelen tot betaling van € 500,00, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. De rechter heeft geoordeeld dat de vervoerder in beginsel verplicht is om te compenseren bij een vertraging van meer dan drie uur, tenzij de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft aangevoerd dat de vertraging het gevolg was van besluiten van de luchtverkeersleiding en dat deze omstandigheden niet te vermijden waren. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de vervoerder voldoende heeft aangetoond dat de vertraging niet inherent was aan de bedrijfsvoering en dat de instructies van de luchtverkeersleiding opgevolgd moesten worden.

Uiteindelijk heeft de kantonrechter het verzoek van de passagiers afgewezen, omdat de vervoerder alle redelijke maatregelen had genomen om de vertraging te voorkomen. De proceskosten zijn toegewezen aan de passagiers, die ongelijk hebben gekregen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en er staat geen hoger beroep open tegen deze beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11752986 \ CV FORM 25-3951
Uitspraakdatum: 5 november 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1]

2. [verzoeker 2]beiden wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen (Oostenrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 13 juli 2023 moest vervoeren van Kopenhagen Airport (Denemarken) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU7940 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [2]
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de voorgaande vluchten vertraagd werden uitgevoerd door besluiten van de luchtverkeersleiding. Daarnaast heeft hij voldoende onderbouwd dat deze vertraging ertoe heeft geleid dat de vlucht is uitgesteld tot de volgende dag omdat deze de avondklok op Schiphol zou schenden. Omdat instructies van de luchtverkeersleiding altijd moeten worden opgevolgd, kon het toestel niet eerder vertrekken. Ook de avondklok is een omstandigheid die niet inherent is aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. De conclusie is daarom dat het beroep op (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden slaagt.
4.4.
Vast staat dat de passagiers zijn omgeboekt op vlucht EC9940. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. De passagiers hebben ook niets anders aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen om te vertraging te voorkomen. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde;
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van de Verordening.