Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.De feiten
Op dit moment verblijft u niet op het adres [adres]. Deze situatie speelt al ongeveer een jaar.
Uw zoon, de heer [gedaagde], woont momenteel alleen in uw huurwoning.
U kunt tijdelijk bij een vriendin verblijven, maar dit is niet wenselijk of duurzaam.
U kunt niet terug naar huis, omdat de heer [gedaagde] de woning heeft ‘toegeëigend’. U heeft aangegeven zich bedreigd te voelen door de heer [gedaagde]. Het is niet (meer) mogelijk om samen met hem in de woning te verblijven. U heeft geen sleutel meer.
U heeft uw hoofdverblijf niet meer op het gehuurde. Bovenstaand omschrijft de reden waarom;
Tijdens het binnentreden van de woning heeft Ymere geconstateerd dat er geen of nauwelijks persoonlijke spullen van u aanwezig zijn. Alleen de heer [gedaagde] verblijft daar.
een goede kans om op korte termijn een eigen woning te vinden;
De woning aan de [adres] is een ruimte eengezinswoning. Uw huishouden bestaat uit één persoon;