ECLI:NL:RBNHO:2025:13014

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
C/15/370326 / JU RK 25-1389
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met complexe problematiek

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 23 oktober 2025 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, hierna te noemen [de minderjarige], en de machtiging tot gesloten jeugdhulp. De zaak betreft een verzoek van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers, de gecertificeerde instelling, om de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden en om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp voor drie maanden. De kinderrechter heeft vastgesteld dat er ernstige zorgen zijn over [de minderjarige], die te maken hebben met onbehandeld trauma, sociaal-emotionele ontwikkeling, middelengebruik en een verstoorde relatie met gezag en structuur. Tijdens de zitting is gebleken dat [de minderjarige] enige vooruitgang heeft geboekt, maar dat zijn situatie nog steeds kwetsbaar is. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is om de veiligheid en ontwikkeling van [de minderjarige] te waarborgen. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling verlengd tot 8 november 2026 en de machtiging verleend voor gesloten jeugdhulp van 23 oktober 2025 tot 23 januari 2026. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct van kracht is, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/370326 / JU RK 25-1389
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. E. Boskma, kantoorhoudende te Alkmaar.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van 30 september 2025, ontvangen op 2 oktober 2025;
  • de instemmingsverklaring van de gekwalificeerde gedragsdeskundige van 9 oktober 2025, ontvangen op 14 oktober 2025;
  • het bericht van de ouders, ontvangen op 16 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025 bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , locatie [locatie] te [plaats] (hierna te noemen: [locatie] ). Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] met zijn advocaat;
  • [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI;
  • [gedragswetenschapper] , gedragswetenschapper bij [locatie] .
De ouders zijn – met bericht van afwezigheid – niet verschenen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft bij [locatie] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 november 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 8 november 2025. Tevens heeft de kinderrechter bij beschikking van 8 november 2024 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 8 november 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juli 2025 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 8 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ook verzoekt de GI een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
3.2.
De GI heeft ter onderbouwing het volgende naar voren gebracht. Er bestaan nog steeds zorgen over [de minderjarige] en die betreffen onbehandeld trauma, de sociaal-emotionele ontwikkeling van [de minderjarige] , zijn middelengebruik en de verstoorde relatie van [de minderjarige] tot gezag en structuur. Het gedrag van [de minderjarige] gaat de draagkracht en pedagogische capaciteiten van de ouders te boven en had een negatieve invloed op zijn relatie met de ouders. Zijn gedrag bracht grote veiligheidsrisico’s met zich mee. De plaatsing bij het [locatie] heeft rust gebracht. Er zijn momenten waarop [de minderjarige] inzicht toont en gemotiveerd lijkt tot verandering. Tegelijkertijd wordt gezien dat [de minderjarige] moeite heeft met contact met zijn groepsgenoten en hij doet nog steeds suïcidale uitspraken.
3.3.
De GI acht de gesloten plaatsing noodzakelijk omdat de veiligheid en de ontwikkeling van [de minderjarige] in een open setting onvoldoende gewaarborgd kunnen worden. [de minderjarige] heeft niet voldoende kunnen profiteren van de hulpverlening en een terugval van gedrag is zeer aannemelijk. De steun en sturing die [de minderjarige] krijgt bij [locatie] is noodzakelijk voor zijn verdere ontwikkeling. Het is van belang dat de GGZ de diagnostiek kan afronden en dat [de minderjarige] de therapie en behandeling kan blijven volgen, waarna gekeken kan worden naar het woonperspectief en de verdere behandeling van [de minderjarige] .
3.4.
Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat [de minderjarige] bij [locatie] is gestabiliseerd en dat hij goede stappen heeft gemaakt. Er wordt wat betreft de vervolgstappen gewerkt aan een tweesporenbeleid, waarbij het ene spoor terugkeer naar huis onderzoekt, en het andere spoor plaatsing op open groep. Door de GI wordt gezocht naar een kleinschalige, traumasensitieve en systemische groep waar [de minderjarige] voor langere tijd kan blijven. Op dit moment is een dergelijke plek niet beschikbaar in de regio.

4.De standpunten

4.1.
Door [de minderjarige] is naar voren gebracht dat het best goed met hem gaat. Hij is gestopt met zelfbeschadiging en met middelengebruik. Ook op school gaat het goed en hij heeft het gevoel dat hij wat leert. Het contact met de ouders is op dit moment goed, zij bellen elkaar en de ouders komen af en toe langs. [de minderjarige] wil niet bij [locatie] blijven en wil graag naar een open groep, omdat de muren bij geslotenheid op hem afkomen. Daardoor voelt hij zich slecht en kan hij zich niet echt open stellen bij therapie.
4.2.
Door de advocaat is namens [de minderjarige] naar voren gebracht dat [de minderjarige] zijn best heeft gedaan, wat ook door de GI, [locatie] en de hulpverlening wordt bevestigd, en dat hij nu zelf graag naar een open groep wil.
4.3.
Door de ouders is een brief gestuurd waarin zij hun zorgen over [de minderjarige] hebben beschreven, en hoe in hun ogen de hulpverlening steeds tekort is geschoten en nog altijd niet tot een verandering bij [de minderjarige] heeft geleid waar zij gerust op kunnen zijn.
4.4.
Door de gedragswetenschapper is naar voren gebracht dat met [naam] wordt gewerkt aan procesdiagnostiek. Daarbij wordt gekeken naar de driehoek van gevoelens, gedachten en gedrag van [de minderjarige] . Er is steeds gefocust op gedrag, nu wordt gekeken hoe hij gevoelens en gedachten kan herkennen en kan ombuigen naar positieve gedachten. Ook wordt de mogelijkheid onderzocht om hondentherapie in te zetten voor het zelfvertrouwen en de weerbaarheid van [de minderjarige] . Daarnaast wordt er aan het gezinssysteem gewerkt. De gedragswetenschapper bevestigt dat [de minderjarige] zijn best doet en positieve stappen zet. Het is van belang dat dit doorgezet wordt en dat hij direct naar een passende vervolgplek gaat, zodat het goed blijft gaan met [de minderjarige] . Binnenkort zal met de ouders gesproken worden over de vervolgstappen en een mogelijke (gedeeltelijke) thuisplaatsing van [de minderjarige] .

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er is sprake van zeer complexe problematiek bij [de minderjarige] bestaande uit onbehandelde trauma- en stemmingsproblematiek. [de minderjarige] heeft zich zowel thuis als op school onveilig gevoeld en het contact met de ouders is lange tijd verstoord (geweest). Hij liet zeer zelfbepalend en risicovol gedrag zien, zoals zelfbeschadiging, middelenmisbruik en suïcidaliteit. Er zijn problemen met zijn gewetens- en identiteitsontwikkeling, zijn gehechtheid en hij is op verschillende leefgebieden uitgevallen. Hij ging niet naar school, liep weg en wordt verdacht van een ernstig strafbaar feit. Bij beschikking van 24 juli 2025 is hij gesloten geplaatst bij [locatie] . In de periode daarna heeft [de minderjarige] geprofiteerd van de rust en structuur van de gesloten setting en is [de minderjarige] gestabiliseerd. [de minderjarige] heeft zelf aangegeven dat hij inmiddels is gestopt met zelfbeschadiging en middelengebruik. Hij gaat nu elke dag naar school en stelt zich open voor hulpverlening vanuit de GGZ en dramatherapie vanuit [locatie] . Ook het contact met de ouders is verbeterd, aldus [de minderjarige] .
De positieve ontwikkeling die [de minderjarige] heeft doorgemaakt is echter nog pril. Daarnaast heeft [de minderjarige] op de groep nog moeite met contact met leeftijdsgenoten en blijven de zorgen over zijn kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid bestaan. Ook is het nog onduidelijk waar het gedrag van [de minderjarige] precies vandaan komt en hoe [de minderjarige] tot stabiele verandering kan komen, waarbij hij in de eerste plaats zelf veilig is. Tot slot bestaat er nog onduidelijkheid over het woonperspectief van [de minderjarige] . De GI en de gedragswetenschapper hebben ter zitting aangegeven zowel de mogelijkheid van een thuisplaatsing, via verblijf op een open groep, als de mogelijkheid van langdurige plaatsing op een open groep te onderzoeken. [de minderjarige] zelf is wisselend over zijn gewenste perspectief. Ter zitting heeft hij aangegeven dat hij graag op een open groep wil wonen, waarbij hij in het weekend bij de ouders kan verblijven. De GI is nog op zoek naar een passende vervolgplek voor [de minderjarige] waar hij langere tijd kan blijven.
5.3.
De komende tijd moet de diagnostiek en behandeling van [de minderjarige] gericht op de onderliggende problematiek voortgezet worden en moet gewerkt worden aan het contact en het vertrouwen tussen [de minderjarige] en de ouders. Ook moet er duidelijkheid komen over het perspectief van [de minderjarige] en moeten daarvoor de passende vervolgstappen worden genomen. Het is van belang dat de jeugdbeschermer betrokken blijft om regie te voeren op de hulpverlening en om samen met de ouders belangrijke beslissingen te nemen over [de minderjarige] .
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar.
5.5.
De kinderrechter is ook van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [2]
5.6.
De kinderrechter overweegt de zorgen over zijn veiligheid buiten het gesloten kader nog niet voldoende zijn afgenomen. De afname van het risicovolle gedrag van [de minderjarige] is nog pril en er is ook volgens de onafhankelijke gedragswetenschappen nog steeds sprake van suïcidale dreiging. Daarnaast is in het verleden gebleken dat zodra het verlof van [de minderjarige] werd uitgebreid, hij wegliep van de groep. Het is daarom van belang om het verlof bij [locatie] rustig op te bouwen. Zelf heeft [de minderjarige] aangegeven dat hij graag weg wil uit [locatie] omdat daar ‘de muren op hem afkomen’. De kinderrechter is juist van oordeel dat de nabijheid en de kaders die [locatie] biedt nu noodzakelijk en passend zijn voor [de minderjarige] om een terugval in het risicovolle gedrag te voorkomen en deelname aan verdere diagnostiek en behandeling te bevorderen. Het is van belang om de positieve ontwikkeling die [de minderjarige] heeft doorgemaakt te bestendigen en door te zetten, zodat hij met een grotere kans op succes kan doorstromen naar een passende vervolgplek.
5.7.
De kinderrechter machtigt de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing om [de minderjarige] onder toezicht te stellen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 8 november 2026;
6.2.
verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 23 oktober 2025 tot 23 januari 2026;
6.3.
verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 7 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).