Uitspraak
[naam 1],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 17 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Noord-Holland
Eiser, een vennootschap onder firma, heeft werkzaamheden op het gebied van elektra verricht voor de gedaagde partij op basis van een aannemingsovereenkomst. Eiser vordert betaling van een restantbedrag van € 1.744,23 plus wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten.
Gedaagde verscheen niet op de zitting en heeft zijn verweer onvoldoende toegelicht. Hij stelde dat een vaste prijs van € 2.000,- was afgesproken en dat hij niet meer verschuldigd was. Eiser heeft toegelicht dat het ging om een geschatte prijs en dat er in overleg met gedaagde meerwerk is verricht, wat de hogere factuur verklaart.
De kantonrechter oordeelt dat het verweer van gedaagde niet opgaat, wijst de gevorderde betaling, rente en incassokosten toe en veroordeelt gedaagde tevens in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het restantbedrag, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.