ECLI:NL:RBNHO:2025:13045

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 oktober 2025
Publicatiedatum
11 november 2025
Zaaknummer
C/15/369392 / JU RK 25-1253
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met persoonlijke problematiek

Op 27 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, uitspraak gedaan in een zaak betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De zaak betreft de minderjarige, geboren op [geboortedatum] in [plaats], die onder toezicht is gesteld en eerder een machtiging tot uithuisplaatsing heeft gekregen. De kinderrechter heeft de gecertificeerde instelling De William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna: GI) verzocht om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van twaalf maanden, omdat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige nog steeds aanwezig is. De moeder van de minderjarige, die belast is met het ouderlijk gezag, is niet in staat om voor de minderjarige te zorgen vanwege haar verslavingsproblematiek. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigd wordt door een forse ontwikkelingsachterstand en trauma gerelateerde klachten. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 8 november 2026, en verklaarde de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak is openbaar gemaakt en op schrift gesteld op 6 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/369392 / JU RK 25-1253
Datum uitspraak: 27 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de oma],
wonende te [plaats] ,
de grootmoeder moederszijde, hierna te noemen: de oma,
advocaat mr. R. Croes-Bleijendaal, kantoorhoudende te Heerhugowaard.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI;
- de oma, bijgestaan door haar advocaat.
1.3
Gelijktijdig met de behandeling van deze zaak heeft plaatsgevonden een verzoek van de oma over de omgang tussen haar en [de minderjarige] , bij de rechtbank bekend onder zaak- en rekestnummer C/15/345194/ FA RK 23/5052. In dit kader is de oma bijgestaan door haar advocaat.
Tevens is in de omgangsprocedure aanwezig geweest [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
1.4
De moeder is, hoewel daartoe op de juiste wijze opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.De feiten

2.1
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2
Bij beschikking van 8 november 2024 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld en is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor plaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs, beiden voor de duur van een jaar, tot 6 november 2025.
2.3
[de minderjarige] verblijft [een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs] in [plaats] .

3.Het verzoek

3.1
De GI heeft verzocht om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlengen, beiden voor de duur van twaalf maanden, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Hiertoe is – kort en zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.
3.2
De ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] is nog steeds aanwezig. [de minderjarige]
heeft een forse ontwikkelingsachterstand. Zijn algemene ontwikkelingsniveau is vastgesteld op dat van een kind van 18 maanden. Daarnaast is [de minderjarige] in het verleden getuige geweest van huiselijk geweld in de thuissituatie bij de moeder. Mogelijk is hierdoor ook sprake van hechtingsproblematiek. De moeder is niet in staat om voor [de minderjarige] te zorgen vanwege haar verslavingsproblematiek.
Hoewel er eerder zorgen bestonden over het verblijf bij [de minderjarige] bij [een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs] , is de situatie daar verbeterd. [de minderjarige] krijgt inmiddels één op één begeleiding en heeft hier baat bij. De stappen die [de minderjarige] zet in zijn ontwikkeling zijn echter minimaal. De moeder en oma van [de minderjarige] hebben de wens dat [de minderjarige] dichter bij huis wordt geplaatst. [de minderjarige] staat op de wachtlijst van de [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] , maar de verwachting is dat het nog wel een jaar kan duren voordat [de minderjarige] daar terecht kan. Ook is nadere diagnostiek hiervoor noodzakelijk.
3.3
Een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
is noodzakelijk, omdat de gestelde doelen nog niet zijn behaald. Door haar persoonlijke problematiek is de moeder niet in staat om belangrijke beslissingen over [de minderjarige] te nemen. Daarbij is de relatie tussen de moeder en de oma, die een belangrijke rol speelt in het leven van [de minderjarige] , kwetsbaar. Het is belangrijk dat een jeugdbeschermer de regie kan blijven voeren over de hulpverlening en het verblijf van [de minderjarige] bij [een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs] wordt gewaarborgd.

4.Het standpunt van de oma

Door en namens de oma is aangegeven dat zij een belangrijke rol speelt in het leven van [de minderjarige] . Zij gaat regelmatig op bezoek bij [de minderjarige] en het is de bedoeling dat de omgang met [de minderjarige] weer wordt opgebouwd. De oma hoopt dat [de minderjarige] snel terecht kan op een plek dichter bij huis. Het gaat nu beter bij [een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs] , maar het blijft de vraag of er wel voldoende kan worden aangesloten bij de behoeftes van [de minderjarige] . Bij de dagbesteding van [de minderjarige] gebeurt dit wel. Het liefste ziet oma dat [de minderjarige] volledig bij haar komt wonen, maar het is niet in zijn belang om meerdere keren te moeten wisselen van plek.

5.De beoordeling

5.1
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging
van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat hij een forse ontwikkelingsachterstand heeft en kampt met aan trauma gerelateerde klachten. Zelfs met één op één begeleiding zijn de stappen die [de minderjarige] zet in zijn ontwikkeling, minimaal. De moeder is vanwege haar verslavingsproblematiek, niet in staat om voor [de minderjarige] te zorgen en belangrijke beslissingen over hem te nemen. Positief is dat de band tussen [de minderjarige] en zijn moeder er wel liefdevol uitziet en zijn oma een belangrijke rol speelt in zijn leven. De relatie tussen de moeder en oma is echter kwetsbaar, mede door gebeurtenissen in het verleden.
5.3
Eerder bestonden er grote zorgen over het verblijf van [de minderjarige] bij [een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs] . Inmiddels is er een vast team bij [de minderjarige] betrokken en lijkt hij baat te hebben bij de één op één begeleiding en zijn dagbesteding bij Het Plein. Desondanks wordt er gezocht naar een plek die nog beter aansluit bij [de minderjarige] en die dichter bij de moeder en de oma is. Voor de beoogde plek bij de [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] is nog nadere diagnostiek noodzakelijk. Ook is sprake van een wachtlijst. Mogelijk laat de beoogde plaatsing nog wel een jaar op zich wachten.
5.4
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van
de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang
van [de minderjarige] . Het is belangrijk dat de jeugdbeschermer de regie kan blijven voeren over de hulpverlening en de belangen van [de minderjarige] kan blijven waarborgen. Daarnaast zal door de
GI gewerkt worden aan het opbouwen van de omgangsregeling tussen de oma en [de minderjarige] .
5.5
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs verlengen voor de duur van een jaar.
5.6
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1
verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , met een jaar, tot 8 november 2026;
6.2
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van voornoemde minderjarige, in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met een jaar, tot 8 november 2026;
6.3
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2025 door mr. M. Flipse, kinderrechter, in aanwezigheid van S. Rebel als griffier, en op schrift gesteld op 6 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.