De rechtbank Noord-Holland heeft op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan over het resterende verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een gezinshuis. De gecertificeerde instelling (GI) had verzocht om verlenging vanwege de verzwaarde zorgbehoefte van de minderjarige en het ontbreken van voldoende draagkracht en opvoedvaardigheden bij de ouders.
De minderjarige verblijft sinds januari 2024 in een gezinshuis en vertoont een lichte positieve ontwikkeling dankzij interventies en begeleiding. De ouders zijn gescheiden en kunnen de zorg niet verdelen. De GI heeft het perspectiefbesluit genomen dat de minderjarige niet bij de ouders kan opgroeien, wat de rechtbank onderschrijft.
De rechtbank overweegt dat de verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De ouders blijven een rol spelen in het leven van de minderjarige en er wordt ingezet op het behoud en mogelijke verruiming van de omgang. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk.