Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak heeft de besloten vennootschap Celmar Onroerend Goed B.V. een kort geding aangespannen tegen een gedaagde partij die niet is verschenen. De eisende partij vordert betaling van achterstallige huur en ontruiming van een kantoorruimte in Zwaag. De procedure is gestart met een dagvaarding op 21 oktober 2025, gevolgd door een mondelinge behandeling op 30 oktober 2025. De kantonrechter heeft vastgesteld dat er een huurachterstand van vier maanden is en dat de gedaagde partij ook boetes en kosten verschuldigd is op basis van de algemene voorwaarden. De kantonrechter heeft de vorderingen van Celmar Onroerend Goed grotendeels toegewezen, met uitzondering van de boetes over toekomstige huurpenningen, die zijn afgewezen omdat deze nog niet opeisbaar zijn. De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten betalen. Het vonnis is uitgesproken op 6 november 2025 en bevat een veroordeling tot ontruiming binnen drie dagen na betekening, met een dwangsom voor het geval de gedaagde niet tijdig ontruimt.