ECLI:NL:RBNHO:2025:13166

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/15/370174 / JU RK 25-1372
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en hulpweigering

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling op meerdere levensgebieden. De minderjarige vertoonde problematisch en agressief gedrag thuis en op school, was overmatig afwezig en had een jeugdreclasseringsmaatregel opgelegd gekregen. De ouders zijn gescheiden en hoewel zij bereid zijn hulp te zoeken, lukt het hen niet om de minderjarige te stimuleren tot het accepteren van passende hulpverlening.

Tijdens de zitting met gesloten deuren bevestigde de gecertificeerde instelling de zorgen en gaf aan dat er een warme overdracht met de jeugdbeschermer zal plaatsvinden om contactopbouw met de minderjarige te bevorderen. De minderjarige weigert echter contact met hulpverlening en vertoont een patroon van openstaan voor hulp maar vervolgens stoppen.

De kinderrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan. De ouders zijn onvoldoende in staat om zelfstandig de ontwikkelingsbedreiging op te vangen. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om regie te voeren op de hulpverlening en de veiligheid in de thuissituatie te waarborgen. Daarom is de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar passend en wordt deze beschikking direct uitvoerbaar verklaard.

Uitkomst: De minderjarige wordt voor één jaar onder toezicht gesteld wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en hulpweigering.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/370174 / JU RK 25-1372
Datum uitspraak: 17 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 1 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • de vader;
- de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij de moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de Raad – samengevat – het volgende naar voren gebracht. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] op verschillende levensgebieden. Er bestaan ernstige zorgen over haar (sociaal-emotionele) ontwikkeling, haar thuissituatie en haar schoolgang.
3.3.
Tot nu toe heeft de hulpverlening in het vrijwillig kader nog niet het gewenste resultaat gehad. Het lukt de ouders niet om [de minderjarige] te bewegen tot het aangaan van de passende hulpverlening om de bestaande zorgen terug te dringen en de Raad hoopt dat de kaders van de ondertoezichtstelling [de minderjarige] wel zullen stimuleren. De termijn van een jaar is passend omdat zorgen worden gezien op verschillende levensgebieden waar met tijd en aandacht aan gewerkt moet worden.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft ter zitting de zorgen van de Raad onderschreven. Binnenkort zal een warme overdracht met de jeugdbeschermer plaatsvinden en zal met [de minderjarige] , de ouders, de school en de betrokken hulpverlening gesproken worden. De komende tijd zal ingezet worden op contactopbouw met [de minderjarige] en zal gekeken worden wat de beste manier is om bij haar aan te sluiten, om te zorgen dat zij in ieder geval niet meer de hele dag in bed blijft liggen.
4.2.
De ouders hebben naar voren gebracht dat het erg slecht gaat met [de minderjarige] . Op dit moment gaat ze niet naar school en ligt ze de hele dag thuis in bed. [de minderjarige] is verbaal dreigend richting de moeder en haar broertje en ze kan spullen kapot maken als ze haar zin niet krijgt. [de minderjarige] wil niet naar de vader, zij spreken elkaar wel als de vader het broertje van [de minderjarige] ophaalt bij de moeder. De ouders willen graag hulp voor [de minderjarige] en hebben in het vrijwillig kader ook zelf hulp gezocht. De moeder voert nu gesprekken met iHub maar [de minderjarige] houdt alle hulpverlening af.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt ernstig bedreigd en zij stagneert op dit moment volledig in haar ontwikkeling. [de minderjarige] laat zowel thuis als op school zelfbepalend en problematisch gedrag zien. Als [de minderjarige] haar zin niet krijgt, kan zij (fysiek) agressief zijn naar de moeder. Zij heeft de moeder meermaals geduwd of klemgezet. Ook is zij dreigend geweest naar haar broertje van zeven jaar en hij is ook bang voor [de minderjarige] geworden. Als gevolg van het gedrag van [de minderjarige] is in de thuissituatie al langere tijd sprake van spanning en onveiligheid. Bij [de minderjarige] is sprake van autisme en op school heeft zij moeite met concentratie en is zij snel overprikkeld. Ook op school kan zij grensoverschrijdend en boos reageren als zij iets niet mag of juist iets moet doen. Vanwege haar overmatige schoolverzuim heeft [de minderjarige] een jeugdreclasseringsmaatregel en een werkstraf opgelegd gekregen. Momenteel gaat [de minderjarige] niet naar school, heeft zij geen andere dagbesteding en blijft zij de hele dag in bed op haar kamer. De ouders zijn gescheiden en de vader heeft een zorgregeling. [de minderjarige] heeft, toen de ouders nog samen waren, in de thuissituatie veel ruzie met de vader gehad. [de minderjarige] weigert naar de vader te gaan en zij is daar sinds de scheiding dan ook nauwelijks geweest.
5.3.
De ouders van [de minderjarige] zijn wel bereid, maar onvoldoende in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] op te vangen en [de minderjarige] te stimuleren om hulpverlening aan te gaan. In het vrijwillig kader is hulpverlening vanuit iHub ingezet om het gezin te ondersteunen. De moeder heeft aangegeven gesprekken te voeren met iHub, maar [de minderjarige] weigert contact met de hulpverlening. Er wordt bij [de minderjarige] een patroon gezien waarbij zij zegt open te staan voor hulp om er vervolgens toch weer mee te stoppen.
5.4.
De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is nu noodzakelijk om de ouders te ondersteunen en om regie te voeren op de hulpverlening, en om zicht te houden op de ontwikkeling van [de minderjarige] en de veiligheid van de thuissituatie. De komende tijd is het belangrijk dat de hulpverlening vanuit iHub voortgezet wordt en dat gewerkt wordt aan contactopbouw tussen [de minderjarige] en de hulpverlening, waarna gekeken kan worden waar het gedrag van [de minderjarige] vandaan komt en wat nodig is om haar weer naar school te laten gaan en tot ontwikkeling te laten komen.
5.5.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [de minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.6.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [de minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 17 oktober 2025 tot 17 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 28 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.