ECLI:NL:RBNHO:2025:13177

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/15/370832 / JU RK 25-1451
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetArt. 6.1.3 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing spoed- en reguliere machtiging gesloten jeugdhulp wegens ontbreken gedragswetenschappelijk onderzoek

De gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers verzocht de rechtbank om een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor een minderjarige te verlenen, gevolgd door een reguliere machtiging voor zes maanden. De kinderrechter verleende aanvankelijk een spoedmachtiging voor vier weken, maar stelde de verdere beslissing uit om de betrokkenen te horen.

Tijdens de zitting verscheen de minderjarige niet persoonlijk, maar via zijn advocaat werd aangegeven dat hij via videobelverbinding gehoord wilde worden. De gedragswetenschapper had op dossieronderzoek geconcludeerd dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk was, maar had de jeugdige niet persoonlijk onderzocht, hetgeen volgens de Jeugdwet en relevante richtlijnen een onmisbaar element is voor het afgeven van een instemmingsverklaring.

De instelling stelde dat onderzoek feitelijk onmogelijk was omdat de jeugdige direct na vrijlating van het politiebureau gesloten geplaatst zou worden. De rechtbank stelde echter vast dat de jeugdige na vrijlating wel degelijk op bekende locaties verbleef en naar school ging, waardoor persoonlijk onderzoek mogelijk was geweest. Het ontbreken van een actuele instemmingsverklaring leidde tot het oordeel dat de spoedmachtiging per zittingsdatum werd beëindigd en het verzoek tot reguliere machtiging werd afgewezen.

De rechtbank benadrukte dat gesloten jeugdhulp een zeer ingrijpende maatregel is die met de grootst mogelijke zorgvuldigheid moet worden ingezet en dat aan de wettelijke vereisten strikt moet worden voldaan. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp en wijst het verzoek tot reguliere machtiging af wegens het ontbreken van een noodzakelijke instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/370832 / JU RK 25-1451
Datum uitspraak: 30 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een afwijzing (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermerste Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. B.J. de Groot uit Haarlem.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.
Deze procedure is ingeleid met een verzoekschrift van de GI dat de rechtbank heeft ontvangen op 20 oktober 2025. Daarin verzoekt de GI, een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier weken zonder voorafgaand verhoor van [de minderjarige] en om aansluitend een (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.
1.2.
Bij beschikking van 20 oktober 2025 heeft de kinderrechter die piketdienst had, een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor [de minderjarige] verleend voor de duur van vier weken, tot 17 november 2025. De beslissing op het verzoek is voor het overige aangehouden en de behandeling daarvan ter zitting is bepaald op 30 oktober 2025, om de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord door de kinderrechter.
1.3.
Ter zitting met gesloten deuren op 30 oktober 2025 waren aanwezig:
  • mr. B.J. de Groot, de advocaat van de jeugdige [de minderjarige] ;
  • de vader;
- [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI.
1.4.
[de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld zijn mening aan de kinderrechter kenbaar te maken. Hij is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Zijn advocaat heeft meegedeeld dat [de minderjarige] wel via een videobelverbinding door de kinderrechter gehoord wil worden.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 april 2018 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld. Bij beschikking 25 april 2018 is [de minderjarige] (definitief) onder toezicht gesteld, welke maatregel blijkens de uitdraai uit het gezagsregister heeft voortgeduurd tot 25 juli 2020.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 september 2025 [de minderjarige] wederom onder toezicht gesteld tot 19 september 2026.
2.4.
Bij voornoemde beschikking van 19 september 2025 heeft de kinderrechter ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 19 september 2025 tot 19 maart 2026.

3.De standpunten

Standpunt van de GI
3.1.
De GI heeft voornoemd verzoek ter zitting gehandhaafd.
Standpunt van de vader
3.2.
De vader wil dat [de minderjarige] de hulp krijgt die hij nodig heeft.
Standpunt van [de minderjarige]
3.3.
De advocaat van [de minderjarige] is van mening dat de kinderrechter het spoedverzoek met ingang van de datum van de zitting en het verzoek om aansluitend een reguliere machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen, moeten worden afgewezen. De daartoe benodigde instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper ontbreekt; dit terwijl men wel wist waar [de minderjarige] was.

4.Visie van de gedragswetenschapper

De gedragswetenschapper concludeert - op basis van dossieronderzoek - dat gesloten jeugdhulp voor [de minderjarige] noodzakelijk is. Minder ingrijpende methoden om de opgroei- en opvoedproblemen te behandelen, zoals de plaatsing bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] , hebben niet het gewenste effect. De zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van [de minderjarige] zijn zeer groot en kunnen het beste worden afgewend met plaatsing- en behandeling in de jeugdzorgplus. De gedragswetenschapper stemt daarom in met het spoedverzoek van de GI.

5.De (verdere) beoordeling

5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, van de Jeugdwet kan een machtiging slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Op grond van artikel 6.1.3, eerste lid, Jeugdwet kan de kinderrechter een spoedmachtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven, indien, samengevat weergegeven, voldaan is aan voornoemde criteria en een machtiging niet kan worden afgewacht.
5.2.
Gelet op artikel 6.1.2, vijfde lid, van de Jeugdwet moet bij het verzoek ook zijn overgelegd een instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. Een dergelijke verklaring ontbreekt.
5.3.
Uit de Jeugdwet, de Memorie van Toelichting en de toepasselijke Handreiking voor de gekwalificeerde gedragswetenschapper bij instemmingsverklaring gesloten jeugdhulp van het NIP, is af te leiden dat het gesprek met de jeugdige een onmisbaar element is in de oordeelsvorming van de gedragswetenschapper. Ook bij een spoedverzoek moet de gedragswetenschapper de jeugdigde van te voren hebben bezocht, tenzij dat onderzoek feitelijk onmogelijk is. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de vindplaats van de jeugdige niet bekend is. Als het gaat om de reguliere machtiging geldt dat die hoe dan ook niet kan worden verleend als de gedragswetenschapper niet een persoonlijk gesprek met de jeugdige heeft gevoerd.
5.4.
De GI heeft bij haar verzoekschrift weliswaar een instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper overgelegd, maar die instemmingsverklaring kan het verzoek van de GI niet dragen. De gedragswetenschapper verklaart in die instemmingsverklaring (die aan de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp ten grondslag ligt) dat “onderzoek van [de minderjarige] op dat moment feitelijk onmogelijk is, omdat de GI hem gesloten wil plaatsen nadat hij wordt vrijgelaten op het politiebureau”.
5.5.
[een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] heeft [de minderjarige] na zijn vrijlating de hele week als vermist opgegeven, omdat hij niet zou zijn komen opdagen. Ter zitting is echter gebleken dat [de minderjarige] na zijn vrijlating naar [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] teruggegaan is en dat hij (in ieder geval maandag en dinsdag) wel naar school is geweest. Eveneens is ter zitting duidelijk geworden dat [de minderjarige] tussendoor bij zijn vader heeft verbleven. De GI heeft ter zitting niet nader kunnen toelichten dat op school of bij de vader navraag is gedaan naar [de minderjarige] . Nu men wel wist of in elk geval had kunnen weten waar [de minderjarige] was, is niet gebleken dat onderzoek (een gesprek met [de minderjarige] ) feitelijk onmogelijk was. Desondanks is geen instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper overgelegd, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.
5.6.
Al het vorenstaande maakt dat de kinderrechter aanleiding ziet om het in voornoemde beschikking van 20 oktober 2025 geformuleerde oordeel over de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te wijzigen, in die zin dat de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp met ingang van de datum van de zitting (30 oktober 2025) zal worden beëindigd. De rechtbank zal ook het verzoek van de GI om een (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden afwijzen.
5.7.
De kinderrechter overweegt nog als volgt. Een spoedverzoek voor gesloten plaatsing van een jeugdigde is een zeer ingrijpend middel dat – gelet op de veranderde inzichten in onder meer de wetenschap, rechtspraak en maatschappij – terecht niet vaak meer wordt ingezet. Als de GI aanleiding ziet om toch een dergelijk verzoek bij de rechtbank in te dienen, dan mag worden verwacht dat dat met de grootst mogelijke zorgvuldigheid gebeurt en dat het verzoek voldoet aan de (minimale) wettelijke vereisten

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
beëindigt voor de jeugdige
[de minderjarige]de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend op 20 oktober 2025, met ingang van 30 oktober 2025.
6.2.
wijst het verzoek van de GI om een (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025 door
mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. F.M. van Koutrik als griffier, en op schrift gesteld op 7 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.