ECLI:NL:RBNHO:2025:13236

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 september 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
C/15/363000 / FA RK 25-1289
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor verhuizing met minderjarigen en inschrijving op school

In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 25 september 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een moeder en een vader over de vervangende toestemming voor verhuizing van de moeder met hun minderjarige kinderen. De moeder heeft verzocht om toestemming om met de kinderen te verhuizen naar [plaats], omdat haar huidige huurovereenkomst eindigt en zij samen wil wonen met haar nieuwe partner. De vader heeft zijn bezwaren geuit tegen de verhuizing, omdat hij vreest dat dit de zorgregeling en de band met de kinderen negatief zal beïnvloeden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de moeder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de verhuizing noodzakelijk is en dat de huidige zorgregeling kan worden voortgezet. De rechtbank heeft ook het advies van de Raad voor de Kinderbescherming in overweging genomen, die de noodzaak van de verhuizing erkent. Uiteindelijk heeft de rechtbank de moeder vervangende toestemming verleend om met de kinderen te verhuizen en hen in te schrijven op een nieuwe school. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en de rechtbank heeft het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem te bepalen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
vervangende toestemming verhuizing / inschrijving school
zaak-/rekestnr.: C/15/363000 / FA RK 25-1289
Beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 25 september 2025
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. I.M. Thieme, kantoorhoudende te Zaandam,
tegen
[de vader],
wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. A. Vogelaar, kantoorhoudende te Krommenie.
In verband met het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure opgeroepen:
de Raad voor de Kinderbeschermingte Haarlem,
hierna te noemen: de Raad.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de moeder, ingekomen op 14 maart 2025;
- het bericht van de advocaat van de moeder, ingekomen op 4 september 2025;
- het bericht van de advocaat van de vader, ingekomen op 9 september 2025.
1.2.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 september 2025 in aanwezigheid van partijen, de moeder bijgestaan door mr. I.M. Thieme en de vader bijgestaan door mr. A. Vogelaar. Namens de Raad is verschenen [vertegenwoordiger van de raad] .
1.3.
De hierna nader te noemen minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] (hierna ook: de minderjarigen) zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. De minderjarigen hebben een brief aan de rechtbank gestuurd waarin zij hun mening kenbaar hebben gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben tot medio 2019 een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] .
De vader heeft de minderjarigen erkend. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarigen.
2.3.
Partijen hebben op 14 november 2019 een overeenkomst inzake ontbinding samenlevingsovereenkomst met ouderschapsplan gesloten. Blijkens dit ouderschapsplan zijn partijen -voor zover hier van belang- overeengekomen dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de moeder en dat de ouders bij een voorgenomen verhuizing vooraf met elkaar in overleg zullen treden.
2.4.
Ten aanzien van de reguliere regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling), hebben partijen het volgende afgesproken:
- elke maandag haalt de vader [de minderjarige 1] op bij de moeder of haar ouders en gaat met hem naar voetbal. Hij haalt [de minderjarige 2] op rond 18:00 uur. De minderjarigen eten en slapen bij de vader en hij brengt de minderjarigen dinsdagochtend naar school of opvang;
- elke donderdag haalt de vader de minderjarigen om 16:15 uur op bij de moeder. Hij brengt de minderjarigen op vrijdag om 6:30 uur bij de moeder of haar ouders;
- één weekend in de veertien dagen haalt de vader de minderjarigen vrijdag om 16:30 uur bij de moeder of haar ouders op en brengt hen weer terug op zondagavond 19:00 uur.

3.Het verzoek

3.1.
De moeder heeft verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de moeder vervangende toestemming te verlenen tot de voorgenomen verhuizing van de moeder met de minderjarigen en daarbij voor het wijzigen van het woonadres van de minderjarigen van het adres te [plaats] , naar [adres] en te bepalen dat deze toestemming in de plaats treedt van de van de man benodigde toestemming;
II. de moeder vervangende toestemming te verlenen tot het uitschrijven van [de minderjarige 2] van de school [school] en tot het inschrijven van [de minderjarige 2] op [school] en te bepalen dat deze toestemming in de plaats treedt van de van de vader benodigde toestemming;
III. de moeder vervangende toestemming te verlenen tot het inschrijven van [de minderjarige 1] op zijn voorkeursscholen, waaronder de [school] in [plaats] en te bepalen dat deze toestemming in de plaats treedt van de van de vader benodigde toestemming.
3.2.
De moeder heeft -kort gezegd- het volgende aan haar verzoeken ten grondslag gelegd. Partijen woonden ten tijde van hun relatie samen in de woning van de vader. De moeder heeft na het uiteengaan van partijen met de minderjarigen de woning moeten verlaten. Het is de moeder, ondanks verwoede pogingen, niet gelukt om een passende woning binnen de [plaats] te vinden. De huurovereenkomst van haar huidige woning in [plaats] zal per 30 september 2025 eindigen. De moeder heeft een bestendige relatie met haar partner [partner] . Hij woont met zijn twee kinderen in [plaats] . De partner van de moeder heeft een ruime koopwoning met voldoende plek voor de moeder en de minderjarigen. De moeder en haar partner willen samenwonen. De partner van de moeder is gebonden aan [plaats] vanwege zijn eigen bedrijf. De moeder heeft haar wens om te verhuizen al in 2024 kenbaar gemaakt aan de vader. De vader geeft aan nadrukkelijk geen toestemming te verlenen en wil hier niet met de moeder over in gesprek. Bij verhuizing kan de huidige zorgregeling in stand blijven en de moeder heeft aangeboden het voornaamste deel van het halen en brengen voor haar rekening te nemen.

4.Verweer

4.1.
De vader heeft ter zitting -kort samengevat- het volgende verweer gevoerd. De vader begrijpt de wens van de moeder om te verhuizen naar [plaats] , maar ziet de noodzaak daartoe niet. Er zijn genoeg geschikte woningen te vinden in de omgeving van [plaats] . Hoewel de moeder aangeeft dat de zorgregeling in stand wordt gelaten en dat de moeder het grootste deel van het halen en brengen voor haar rekening wil nemen, is de uitvoerbaarheid van de zorgregeling door de verhuizing niet haalbaar, onder andere omdat het te belastend zal zijn voor de minderjarigen. De vader acht een verhuizing naar [plaats] niet in het belang van de minderjarigen. De vader is bang dat bij het toewijzen van het verzoek van de moeder, er een verwijdering ontstaat tussen hem en de minderjarigen.

5.De visie van de Raad

5.1.
De Raad ziet de noodzaak van de moeder om te verhuizen en heeft begrip voor haar voorgenomen verhuizing naar [plaats] . De vraag is of een verhuizing met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in hun belang is, waarbij het belang van [de minderjarige 1] kan verschillen van dat van [de minderjarige 2] . De Raad acht de huidige zorgregeling, ongeacht de woonplaats van de minderjarigen, niet in het belang van de minderjarigen. De huidige zorgregeling is moeilijk uitvoerbaar en belastend voor de minderjarigen door de vele wisselmomenten. De Raad adviseert de ouders om met elkaar in gesprek te gaan om tot een passende zorgregeling te komen, waarbij alle belangen moeten worden meegenomen, de belangen van de minderjarigen daarbij vooropgesteld. Voor een constructieve samenwerking is het van belang dat de vader met de moeder op zoek gaat naar de mogelijkheden bij het aanpassen van de zorgregeling en niet slechts de onmogelijkheden blijft benadrukken. De Raad heeft ter zitting aangeboden een raadsonderzoek te verrichten naar de voorgenomen verhuizing van de minderjarigen en desgewenst zich uit te laten over een daarbij passende zorgregeling.

6.De beoordeling

6.1.
Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechter worden voorgelegd. De rechtbank dient in een geschil als het onderhavige, waarbij de ouders met het gezamenlijk gezag over de minderjarigen zijn belast en er een verschil van mening bestaat over een verhuizing van de minderjarigen, een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie volgt dat, hoezeer het belang van de minderjarigen een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen, andere belangen zwaarder kunnen wegen. De rechtbank dient bij haar beslissing alle omstandigheden van het geval in acht te nemen en alle betrokken belangen af te wegen.
6.2.
Uitgangspunt is dat de ouders na het verbreken van hun relatie de mogelijkheid moeten hebben zelfstandig een eigen leven op te bouwen. Zij dienen echter bij het maken van een nieuwe start niet alleen rekening te houden met de belangen van hun minderjarige kinderen, maar ook met die van hun gewezen partner, met name met het oog op de aard en de omvang van zijn zorgtaken jegens de minderjarigen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat verbreking van de continuïteit van de woonomgeving en wijziging van de frequentie van de contacten met de andere ouder voor de minderjarigen heel ingrijpend kunnen zijn.
6.3.
De rechtbank acht zich op grond van de stukken en de mondelinge behandeling voldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen. Voor een raadsonderzoek bestaat daarom geen noodzaak.
6.4.
Het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarigen naar [plaats] te verhuizen zal worden toegewezen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. De moeder heeft in de eerste plaats de noodzaak om naar [plaats] te verhuizen voldoende aannemelijk gemaakt. De moeder heeft zich na de breuk met de vader ingespannen om een passende en financieel haalbare woning in (de directe omgeving van) [plaats] te vinden, echter zonder resultaat. De moeder huurt thans een woning in [plaats] , maar de huurlasten van deze woning zijn te hoog en de huurovereenkomst eindigt bovendien per 30 september 2025. De moeder wil samenwonen met haar nieuwe partner in [plaats] en zij heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het voor haar partner niet mogelijk is om naar de [plaats] te verhuizen.
6.5.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de verhuizing voldoende is doordacht en voorbereid. De moeder heeft zich verdiept in het wonen in de omgeving van [plaats] , inclusief de beschikbare scholen. De moeder heeft voldoende onderbouwd dat sprake is van een bestendige relatie tussen haar en haar partner en dat haar partner beschikt over een geschikte woning met voldoende ruimte voor de minderjarigen. De minderjarigen zijn inmiddels bekend met en vertrouwd geraakt aan zowel de woning als de omgeving. De moeder heeft tijdig het overleg met de vader gezocht, maar het overleg is niet tot stand gekomen.
6.6.
De afstand tussen de woning van de moeder en de woning van de vader neemt door de verhuizing weliswaar toe, maar is niet onoverkomelijk. De rechtbank stelt vast dat de huidige zorgregeling vooralsnog ongewijzigd kan worden voortgezet en dat de moeder heeft aangeboden het merendeel van het halen en brengen voor haar rekening te nemen. De rechtbank gaat ervan uit dat de moeder deze toezegging gestand zal doen. De vader wordt daardoor niet of nauwelijks in zijn belang geschaad.
De rechtbank staat wel achter het advies van de Raad dat partijen met elkaar in gesprek moeten gaan over de huidige zorgregeling. Deze regeling is met of zonder verhuizing, vanwege het aantal en de tijdstippen van de wisselmomenten, te belastend voor de minderjarigen.
Het ouderschapsplan is bijna zes jaar oud en is niet meegegroeid met de minderjarigen en de ouders. Ook zonder verhuizingen veranderen zorgregelingen vaak gaandeweg van aard naarmate de minderjarigen ouder worden en andere behoeften krijgen. De rechtbank heeft er – gezien het contact van de minderjarigen met beide ouders - vertrouwen in dat de communicatie tussen partijen de voorlopige voortzetting van de zorgregeling en een nader overleg daarover mogelijk maakt.
6.7.
De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat niet is gebleken dat de belangen van de minderjarigen zich verzetten tegen de verhuizing als zodanig en de minderjarigen hebben daarnaast geen bezwaren geuit tegen de verhuizing. Niet is gebleken dat de minderjarigen zodanig zijn verbonden aan de regio [regio] dat dat een verhuizing in de weg staat. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat [de minderjarige 1] in [plaats] naar de middelbare school van zijn voorkeur gaat en de moeder deze schoolgang blijft faciliteren. Wat betreft de zorgregeling verwijst de rechtbank naar hetgeen onder 6.6 is opgenomen.
Bij deze stand van zaken mag dan uiteindelijk doorslaggevende waarde worden gehecht aan het eerder genoemde uitgangspunt dat het de ouder die de hoofdverzorging heeft binnen redelijke grenzen moet vrijstaan om het eigen leven (met gezin) elders opnieuw in te richten.
6.8.
Het voorgaande betekent dat het verzoek van de moeder haar vervangende toestemming te verlenen met de minderjarigen te verhuizen zal worden toegewezen. Het voorstel van de vader ter zitting om de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij hem te bepalen, behoeft geen verdere bespreking.
6.9.
Ook het verzoek tot inschrijving op de school van [de minderjarige 2] zal worden toegewezen. De bezwaren van de vader zijn gericht tegen de verhuizing en niet tegen de schoolkeuze. Het verzoek tot inschrijven van [de minderjarige 1] op zijn voorkeurschool is ter zitting ingetrokken, zodat dit verzoek geen behandeling meer behoeft.

7.De beslissing

De rechtbank:
7.1.
verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarigen [de minderjarigen] :
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] en
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
naar [plaats] (gemeente [gemeente] ) te verhuizen en de minderjarigen te [plaats] in te schrijven in de Basisregistratie personen;
7.2.
verleent de moeder vervangende toestemming om de minderjarige [de minderjarige 2] :
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
uit te schrijven van haar huidige basisschool en in te schrijven op de basisschool [school] in [plaats] ;
7.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
7.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, voorzitter, en mr. S.W.S. Kilic en mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, leden van deze kamer, allen tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Udo de Haes als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.