ECLI:NL:RBNHO:2025:1326

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 februari 2025
Publicatiedatum
11 februari 2025
Zaaknummer
10946117
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 150 RvArt. 6:83 sub b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing compensatie bij vluchtvertraging wegens buitengewone omstandigheden zonder bewijs redelijke maatregelen

AirHelp vorderde compensatie van de vervoerder voor een vlucht die meer dan drie uur vertraagd was aangekomen op de eindbestemming. De vervoerder stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een onhandelbare passagier bij de instappoorten te Schiphol.

De vervoerder heeft echter niet toegelicht dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen of te beperken, terwijl de stelplicht en bewijslast hiervoor op hem rusten. De kantonrechter oordeelde dat dit betekent dat, ook als de vertraging door buitengewone omstandigheden zou zijn veroorzaakt, de vervoerder compensatie moet betalen.

De kantonrechter veroordeelde de vervoerder tot betaling van € 400,00 plus wettelijke rente vanaf de datum van de vlucht, en tot vergoeding van proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van € 400,00 compensatie met wettelijke rente en proceskosten wegens vluchtvertraging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10946117 \ CV EXPL 24-1315
Uitspraakdatum: 5 februari 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Pegasus Hava Tasimaciligi Anonim Sirketi
gevestigd te Istanbul (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. P. Frühling (HFW)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder stelt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een onhandelbare passagier bij de instappoorten te Schiphol. De vervoerder heeft echter niet gesteld en toegelicht dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. De vordering van AirHelp wordt daarom toegewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 22 september 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Istanbul Sabiha Gokcen International Airport (Turkije) naar Erzurum Airport (Turkije), met de vluchtcombinatie PC1252 en PC2554.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht PC1252 van Amsterdam naar Istanbul (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [2]
4.3.
De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. De kantonrechter overweegt echter dat, ongeacht of de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, de vervoerder niet heeft gesteld en toegelicht dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagier op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. Dit had wel op zijn weg gelegen, nu de stelplicht en eventuele bewijslast hiervan op de vervoerder rusten. [3]
4.4.
Dit betekent dat ook als de vertraging het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, de vervoerder AirHelp moet compenseren. Daarom zal de door AirHelp gevorderde hoofdsom worden toegewezen.
4.5.
Ten aanzien van de over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente geldt het volgende. AirHelp heeft de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade terstond opeisbaar is. [4] Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 22 september 2023, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen.
4.6.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De gevorderde rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 september 2023 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;
griffierecht € 130,00;
salaris gemachtigde € 164,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
3.Artikel 150 Rv Pro.
4.Artikel 6:83 sub b BW Pro.