Uitspraak
RECHTBANK noord-holland
1.De procedure
- het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2024 waarin aan de betrokkene de maatregel is opgelegd voor de duur van twee jaar. Daarbij is bepaald dat het openbaar ministerie binnen twaalf maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel de rechtbank zal berichten over de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel;
- het verzoekschrift ex artikel 6:6:14 Sv Pro dat namens de verdachte op 24 juli 2025 is opgesteld en ingediend, strekkende tot tussentijdse toetsing van de noodzaak van voortzetting van de maatregel;
- het voortgangsverslag van de tenuitvoerlegging van de maatregel van 13 oktober 2025, opgemaakt door [naam 1], senior casemanager, verbonden aan het JC Zeist (hierna: de inrichting), onder verantwoordelijkheid van de plaatsvervangend directeur van de inrichting.