De rechtbank Noord-Holland heeft op 11 november 2025 uitspraak gedaan over de tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel opgelegd aan de betrokkene door het gerechtshof Amsterdam. De maatregel werd opgelegd voor twee jaar en de rechtbank moest beoordelen of voortzetting noodzakelijk is.
Uit het voortgangsverslag en de zitting bleek dat de betrokkene sinds december 2024 op de ISD-afdeling verblijft en herhaaldelijk een klinische behandeling heeft geweigerd. Ondanks adviezen van meerdere instellingen om een klinisch traject te volgen, heeft de betrokkene dit consequent afgewezen en geeft hij de voorkeur aan het 'kaal uitzitten' van de maatregel. Daarnaast vertoont hij weinig medewerking aan arbeid en sportactiviteiten en kreeg hij meerdere disciplinaire maatregelen.
De rechtbank stelt vast dat bij beëindiging van de maatregel onveiligheid, ernstige overlast en verloedering van het publieke domein te verwachten zijn vanwege het hoge recidiverisico. De betrokkene ontbreekt het aan intrinsieke motivatie om mee te werken aan behandeling, waardoor voortzetting van de maatregel noodzakelijk is ter beveiliging van de maatschappij en het voorkomen van recidive.
De rechtbank wijst het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af en bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de maatregel wordt voortgezet. De betrokkene behoudt de mogelijkheid alsnog de behandeling en ondersteuning te aanvaarden die nodig is voor resocialisatie.