Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
[bedrijf],
Abonnementenland,
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 32, tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening
- de conclusie van antwoord in het incident ex art. 223 Rv Pro met producties 1 tot en met 9
- de akte uitlaten van [eiser]
- de antwoordakte van Bondis.
2.De uitgangspunten
4.De beoordeling in het incident
SEPA-mandaatreferenties, IBAN/BIC, unieke klantreferenties en volledige betalingshistorie. Om welke unieke klantreferenties het gaat is evenwel niet toegelicht en het belang van de andere genoemde gegevens voor de
digitale en online activiteitenvan [eiser] is ook niet nader toegelicht. Dit had wel op de weg van [eiser] gelegen omdat Bondis gemotiveerd heeft betwist dat zij geen volledig bestand heeft verstrekt waarmee abonnementenbeheer kan worden gevoerd. Alleen van de mandaatgegevens verklaart Bondis deze niet verstrekt te hebben. Hierover heeft Bondis onbetwist gesteld dat deze uitsluitend zien op incasso van abonnementsgelden voor het fysieke tijdschrift, dat – zoals tussen partijen vaststaat – niet meer wordt uitgegeven. Welk belang [eiser] bij de mandaatgegevens heeft is niet toegelicht. Een en ander klemt temeer omdat Bondis onbetwist heeft gesteld dat [eiser] Bondis op 10 juni 2025 heeft bericht dat hij per direct de resterende abonnees in eigen beheer kan nemen en hier geen lijst meer voor nodig heeft. Gelet op dit alles is naar het voorlopig oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden dat [eiser] niet een dusdanige modus heeft gevonden of redelijkerwijs had kunnen vinden voor haar abonnementenbeheer dat hij daarmee uit de voeten kan. Over de geschilpunten in verband met de abonnementsgegevens zullen partijen in de hoofdzaak nader debat moeten voeren waarna hierop beslist moet worden.
€ 178,00(plus de verhoging als hierna in de beslissing)
5.De beslissing
31 december 2025voor conclusie van antwoord,