In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Noord-Holland op 6 november 2025, staat de indeling van een product dat bedoeld is voor mensen met slikstoornissen centraal. Eiseres, een groothandel in voedings- en genotmiddelen, heeft een bindende tariefinlichting (bti) aangevraagd voor een product dat als verdikkingsmiddel dient. De inspecteur van de Douane heeft de bti afgegeven, maar heeft het product ingedeeld onder een andere goederencode dan eiseres voorstelde. Eiseres betoogt dat het product moet worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 1302 3900, terwijl verweerder stelt dat het onder GN-post 2106 moet vallen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het product uit verschillende ingrediënten bestaat, waaronder acaciavezels, xanthaangom, en andere additieven. De rechtbank oordeelt dat de indeling van het product moet worden bepaald op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product als geheel, en niet enkel op basis van de ingrediënten. De rechtbank concludeert dat het product, door de samenstelling en het gebruiksdoel, geschikt is voor menselijke consumptie en daarom onder GN-post 2106 moet worden ingedeeld. De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ongegrond en bevestigt de beslissing van de inspecteur van de Douane.
De uitspraak benadrukt het belang van de objectieve kenmerken van producten bij de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur, en dat de aanwezigheid van andere ingrediënten de indeling onder een specifieke post kan beïnvloeden. De rechtbank wijst erop dat de indelingsregels van toepassing zijn en dat de indeling moet plaatsvinden op basis van de meest specifieke omschrijving.