ECLI:NL:RBNHO:2025:13480

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/15/369562 / JU RK 25-1270
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van kwetsbare Oekraïense kinderen in Nederland

Op 17 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, een beschikking gegeven over de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]. De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om deze ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar, gezien de ernstige ontwikkelingsbedreigingen die de kinderen ondervinden door de onveilige en instabiele thuissituatie. De ouders van de kinderen zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de vader vecht aan het front in [land] en de moeder kampt met psychische problemen en druggebruik. De grootmoeder van de kinderen, die bij hen woont, is momenteel de hoofdopvoeder, maar er zijn zorgen over haar vermogen om de kinderen adequaat te ondersteunen zonder hulpverlening.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders niet in staat zijn om voor de kinderen te zorgen en dat de thuissituatie onveilig is. De moeder is recent gedwongen opgenomen in een psychiatrische instelling, wat de zorgen over de kinderen vergroot. De kinderrechter heeft de Raad en de gecertificeerde instelling (GI) gehoord, die beiden het verzoek om ondertoezichtstelling ondersteunen. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de ontwikkeling van de kinderen te waarborgen en hen de benodigde hulpverlening te bieden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct van kracht is, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling vastgesteld met ingang van 17 oktober 2025 tot 17 oktober 2026, en benadrukt het belang van voortdurende betrokkenheid van jeugdbeschermers om de situatie van de kinderen te monitoren en de grootmoeder en moeder te ondersteunen in hun opvoedende rol. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. E.E. ten Kate, en is ondertekend op 28 oktober 2025. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/369562 / JU RK 25-1270
Datum uitspraak: 17 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
woonplaats onbekend,
gezamenlijk te noemen: de ouders,
de gecertificeerde instelling
Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI.,
gevestigd te Alkmaar.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de grootmoeder moederszijde],
hierna te noemen: de grootmoeder moederszijde.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van 8 september 2025;
  • het raadsrapport van 15 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
  • de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] ;
  • de grootmoeder moederszijde (oma mz).
De moeder en de vader zijn – met opgave van redenen – niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen inmiddels met de oma (mz) bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2025 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld tot 18 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , omdat zij te maken hebben met veel instabiliteit en onvoorspelbaarheid in de thuissituatie vanwege de psychische problematiek van de moeder. Ondanks dat de thuissituatie stabieler is sinds de komst van oma (mz) blijft de Raad zorgen houden over de ontwikkeling van de kinderen, hun mogelijke trauma’s en de conflictueuze relatie van de ouders. De vader verblijft nog steeds in [land] en vecht aan het front. Hij heeft contact met zijn kinderen en de rest van de familie in Nederland, maar is op dit moment niet hun opvoeder.
3.3.
Het is van belang dat de moeder intensieve hulpverlening vanuit de GGZ aangaat voor haar psychische problemen en dat gekeken wordt naar extra opvoedondersteuning voor de moeder en oma (mz). Wanneer het leven van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wat stabieler is, is het belangrijk dat gekeken wordt of aanvullende hulpverlening voor hen nodig is.
3.4.
Vanwege de ambivalentie van de moeder in het aangaan van de hulpverlening en de fysieke afwezigheid van de vader waardoor hij niet betrokken kan worden bij hulpverlening, vindt de Raad dat het vrijwillige kader ontoereikend is.
3.5.
Ter zitting heeft de Raad aangevuld dat de situatie van de kinderen zeer zorgelijk is. Gebleken is dat de moeder een paar dagen geleden gedwongen is opgenomen in een psychiatrische instelling. De primaire hechtingspersoon van de kinderen is dan ook weggevallen. Het moet duidelijk worden hoe de hulpverlening eruit gaat komen te zien en hoe die moet worden vormgegeven, zeker op het moment dat de moeder terugkomt in het gezin.

4.De standpunten

4.1.
De GI sluit zich aan bij het verzoek van de Raad. De GI is sinds de voorlopige ondertoezichtstelling nauw betrokken bij het gezin. De moeder is zeer verward en psychotisch (geweest) en is nu middels een crisismaatregel opgenomen in het [accommodatie] . De kinderen wonen thuis met oma (mz). Zij is nu de hoofdopvoeder van de kinderen en wordt ondersteund door de partner van de moeder en de oom mz. Oma (mz) accepteert hulp, maar lijkt de hulpverlening en de GI niet altijd te begrijpen, ondanks dat ook gewerkt wordt met een Oekraïense hulpverlener. De GI heeft een gezinshulpverlening vanuit Bureau Mars ingezet die vijf dagen per week bij het gezin langskomt. Deze hulpverlener lijkt echter té nauw betrokken bij de moeder en de GI vraagt zich af of hij nog wel geschikt is. Binnenkort staat dan ook een overleg gepland over de hulpverlening vanuit Bureau Mars. Een gedwongen kader is volgens de GI noodzakelijk. Er is sprake van een kwetsbaar gezinssysteem waar onvoldoende zicht op is. Een regiehouder is nodig om de moeder en oma (mz) te ondersteunen bij het inzetten van de juiste hulpverlening. Ook is nog onduidelijk wat gaat gebeuren wanneer de moeder weer thuiskomt. Gezien wordt dat oma (mz) zich terecht veel zorgen maakt om haar dochter, maar het is van belang dat oma (mz) het gezin niet laat meegaan in de problematiek van de moeder.
4.2.
Oma (mz) heeft aangegeven dat zij inziet dat de situatie omtrent de moeder zorgelijk is en dat de moeder hulp nodig heeft. Oma (mz) weet dat zij af en toe ook hulp nodig heeft bij de zorg van de kinderen.

5.De beoordeling

Rechtsmacht
5.1.
Door de omstandigheid dat [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en de ouders de Oekraïense nationaliteit hebben, moet eerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek van de Raad. Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zich in Nederland bevindt, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ter zake van het verzoek. [1] Vervolgens is de vraag aan de orde welk recht op het verzoek van toepassing is. Dat is in dit geval het Nederlands recht. [2]
Ondertoezichtstelling
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [3] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.3.
Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen, gelegen in hun onveilige en zeer onrustige thuissituatie. De vader vecht in het leger in [land] en is daarom nu niet beschikbaar voor de kinderen. Hij is nu niet in staat om de kinderen mede op te voeden. De moeder evenmin. De moeder gebruik(te) harddrugs en heeft psychische problemen. Ter zitting is gebleken dat de moeder recent, middels een crisismaatregel, gedwongen is opgenomen nadat zij een psychose heeft gehad. Tijdens het raadsonderzoek bleek de moeder in verwachting te zijn. De Raad en de GI maakten zich hier ernstige zorgen over, omdat de moeder zich hiervoor niet medisch liet controleren. Tijdens haar opname is echter duidelijk geworden dat de moeder niet meer zwanger is. Deze situatie acht de GI terecht verontrustend. Zij heeft verder met haar gedrag gevaarlijke situaties veroorzaakt op het wooncomplex waar de familie woont, zoals het stichten van brandjes en het geven van drugs aan een minderjarige. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] groeien vanwege de problematiek van de moeder op in een instabiele en onvoorspelbare thuissituatie en er zijn terechte zorgen over de emotionele beschikbaarheid van de moeder voor kinderen. Op dit moment woont oma (mz) bij het gezin en is zij de primaire opvoeder van de kinderen.
5.4.
Hoewel de zorgen om de basale opvoeding van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] door de komst van oma (mz) in het gezin zijn afgenomen, blijven zorgen bestaan over hun (schoolse) ontwikkeling en mogelijke trauma’s. De kinderen hebben al veel meegemaakt in hun leven. Er lijkt sprake te zijn geweest van huiselijk geweld in de relatie van de ouders, waar zij mogelijk getuige van zijn geweest. Daarnaast zijn zij vanwege de oorlog in hun thuisland naar Nederland gevlucht en vecht de vader in [land] aan het front. In Nederland hebben zij weinig stabiliteit gekend en zijn zij vanwege de opname van de moeder plotseling hun primaire hechtingsfiguur verloren. De school van de kinderen heeft aangegeven dat beide kinderen niet tot leren komen. [de minderjarige 1] is nog steeds erg moe op school en kan zich slecht concentreren. [de minderjarige 2] lijkt niet goed mee te kunnen komen op school en voor haar wordt nu gekeken naar de mogelijkheid van speciaal onderwijs.
5.5.
Het is de kinderrechter duidelijk geworden dat sprake is van een zeer kwetsbaar gezinssysteem waarin veel onvoorspelbaarheid en instabiliteit heerst, waar [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zichtbaar last van hebben. Op dit moment is geen van de gezaghebbende ouders in staat om voor de kinderen te zorgen en heeft oma (mz) de rol van opvoeder op zich genomen. Het is ontzettend fijn voor deze kinderen dat oma (mz) een betrouwbare en stabiele factor in het leven van de kinderen is gebleken. Wel acht de kinderrechter hulpverlening in het gezin noodzakelijk. Niet alleen om meer zicht te krijgen op het gezinssysteem en om oma (mz) te ondersteunen bij de zorg voor de kinderen, maar ook oma te sterken in haar rol als opvoeder, zeker als de moeder weer thuiskomt. Binnenkort moet duidelijk worden of de gezinshulpverlener vanuit Bureau Mars hiervoor nog geschikt is of dat andere hulpverlening nodig is. Daarbij zal ook worden onderzocht of de partner van de moeder wel geschikt is om bij de kinderen betrokken te zijn. Verder moet gekeken worden welke individuele hulpverlening voor de kinderen nodig is om hen weer tot ontwikkeling te laten komen.
5.6.
Het is nodig dat de jeugdbeschermers betrokken blijven om regie te voeren op de hulpverlening en om oma (mz) en de moeder te ondersteunen bij belangrijke beslissingen over de kinderen. Voor een vrijwillig kader is het op dit moment nog te vroeg.
5.7.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.8.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [4]
5.9.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers met ingang van 17 oktober 2025 tot 17 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 28 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 10:113 BW in samenhang gelezen met artikel 7 Brussel II ter.
2.Artikel 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996.
3.Artikel 1:255 BW.
4.Artikel 2 Besluit gezagsregisters.