Op 17 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, een beschikking gegeven over de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]. De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om deze ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar, gezien de ernstige ontwikkelingsbedreigingen die de kinderen ondervinden door de onveilige en instabiele thuissituatie. De ouders van de kinderen zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de vader vecht aan het front in [land] en de moeder kampt met psychische problemen en druggebruik. De grootmoeder van de kinderen, die bij hen woont, is momenteel de hoofdopvoeder, maar er zijn zorgen over haar vermogen om de kinderen adequaat te ondersteunen zonder hulpverlening.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders niet in staat zijn om voor de kinderen te zorgen en dat de thuissituatie onveilig is. De moeder is recent gedwongen opgenomen in een psychiatrische instelling, wat de zorgen over de kinderen vergroot. De kinderrechter heeft de Raad en de gecertificeerde instelling (GI) gehoord, die beiden het verzoek om ondertoezichtstelling ondersteunen. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om de ontwikkeling van de kinderen te waarborgen en hen de benodigde hulpverlening te bieden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct van kracht is, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling vastgesteld met ingang van 17 oktober 2025 tot 17 oktober 2026, en benadrukt het belang van voortdurende betrokkenheid van jeugdbeschermers om de situatie van de kinderen te monitoren en de grootmoeder en moeder te ondersteunen in hun opvoedende rol. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. E.E. ten Kate, en is ondertekend op 28 oktober 2025. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.