ECLI:NL:RBNHO:2025:13501

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
11504963 cv expl 25-433
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van medische kosten na operatie en geschil over resultaat

In deze civiele zaak, behandeld door de Rechtbank Noord-Holland, heeft de Stichting Medische Kliniek Velsen (MKV) een vordering ingesteld tegen een gedaagde, die na een operatie aan ulnaropathie zijn klachten niet verholpen zag. De gedaagde, die zich op het standpunt stelde dat hem was gegarandeerd dat de klachten na de operatie zouden verdwijnen, weigerde betaling van de facturen tot een bedrag van € 3.485,59. MKV stelde dat er een geneeskundige behandelovereenkomst was gesloten en dat de operatie correct was uitgevoerd door de plastisch chirurg, die bevoegd was om deze ingreep te verrichten. De kantonrechter heeft de procedure in detail behandeld, waarbij onder andere de medische rapporten en de communicatie tussen partijen zijn besproken. De rechter oordeelde dat de gedaagde zijn beroep op opschorting van betaling niet voldoende had onderbouwd en dat er geen aanleiding was voor het benoemen van een deskundige. De kantonrechter wees de vordering van MKV toe, inclusief wettelijke rente vanaf 3 januari 2025, en veroordeelde de gedaagde in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken op 26 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11504963 \ CV EXPL 25-433
Vonnis van 26 november 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING MEDISCHE KLINIEK VELSEN,
gevestigd te Velsen-Noord,
eiseres,
hierna te noemen: MKV,
gemachtigde: mr. M.F. Mooibroek,
tegen
[gedaagde],
wonend te [plaats],
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. L.J.L. Heukels.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 januari 2025
- de conclusie van antwoord, tevens (voorwaardelijke) vordering in reconventie, alsmede een vordering in incident
- de conclusie van antwoord in het incident
- het vonnis in het incident van 21 mei 2025
- de akte overlegging producties van MKV
- de akte overlegging producties van [gedaagde]
- de mondelinge behandeling van 27 augustus 2025
- de aanhouding van de zaak voor uitlating aan de zijde van MKV.
1.2.
Ten slotte is vonnis gevraagd en bepaald.

2.De feiten

2.1.
In 2022 is [gedaagde] in verband met tintelingen in zijn linkerhand door zijn huisarts verwezen naar een neuroloog. Op 5 augustus 2022 is [gedaagde] onderzocht door neuroloog [betrokkene 1]. Op 10 augustus 2022 heeft [betrokkene 2], KNF laborant, elektromyografisch onderzoek verricht en op 19 augustus 2022 heeft [betrokkene 3] aanvullend echo- onderzoek verricht. De uitkomst van deze onderzoeken was dat sprake was van ulnaropathie, een beknelde zenuw in de elleboog.
2.2.
[betrokkene 1] heeft [gedaagde] verwezen naar dr. [betrokkene 4], plastisch chirurg. Op 8 september 2022 heeft [betrokkene 4] [gedaagde] onderzocht en hem geïnformeerd over de mogelijkheid van een operatie waarbij de beknelde zenuw zou worden vrijgelegd. [gedaagde] heeft op 23 september 2022 ingestemd met de operatie en is op 27 september 2022 door [betrokkene 4] geopereerd.
2.3.
De website van MKV bevat de volgende informatie over de complicaties na een operatie aan ulnaropathie:
“Bij alle ingrepen dus ook bij ulnaristranspositie en neurolyse kunnen complicaties optreden. Deze komen evenwel zelden voor en bestaan uit infecties en nabloedingen. Het meest voorkomend is dat de operatie niet tot het gewenste doel leidt en de tintelingen en pijn blijven bestaan. Soms is opnieuw opereren aangewezen maar het kan ook zijn dat er letsel in de zenuw aanwezig is waaraan operatief niets gedaan kan worden.”
2.3.
De klachten van [gedaagde] zijn na de operatie niet overgegaan. Op 13 oktober 2022 heeft een nacontrole plaatsgevonden. Op 29 december 2022 heeft [betrokkene 4] [gedaagde] te kennen gegeven dat het lang kan duren voordat er verbetering optreedt en geadviseerd de arm rust te geven en te masseren. Op 12 januari 2023 heeft [betrokkene 4] [gedaagde] een Kenacort-injectie gegeven, met als doel het litteken(weefsel) te verzachten. Op 26 januari 2023 heeft [betrokkene 4] [gedaagde] opnieuw onderzocht. In reactie op een betalingsherinnering van MKV heeft [gedaagde] op 2 februari 2023 per e-mail bericht dat hij wacht met betalen totdat het beloofde resultaat er is. [gedaagde] is nadien meermaals aangesproken op betaling en meermaals verzocht een afspraak te maken om het verloop van het herstel te bespreken. [gedaagde] is hier niet op ingegaan en heeft thans nog steeds klachten.

3.De vordering

3.1.
MKV vordert betaling van de facturen tot een bedrag van € 3.485,59 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten.
3.2.
Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen op basis van ‘
informed consent’ van [gedaagde] een geneeskundige behandelovereenkomst hebben gesloten. Een medische behandeling is naar haar aard een inspanningsverbintenis en geen resultaatsverbintenis. [gedaagde] heeft geen garantie gekregen op volledig herstel. [gedaagde] is op de juiste wijze geopereerd door plastisch chirurg [betrokkene 4] die bevoegd was deze operatie te verrichten. Aan [gedaagde] is voldoende nazorg geboden. [gedaagde] is namelijk meermaals uitgenodigd voor vervolgconsulten waarop hij niet is ingegaan. [gedaagde] is zijn betalingsverplichting daarom ten onrechte niet nagekomen.

4.Het verweer

4.1.
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hem was gegarandeerd dat de klachten na de operatie over zouden zijn, dat hij ten onrechte niet door een neurochirurg is behandeld en dat de operatie niet correct is uitgevoerd. Ondanks verzoek van [gedaagde] heeft [betrokkene 4] geen acceptabel voorstel gedaan om de situatie op te lossen. [gedaagde] stelt dat hij daarom gerechtigd is de betaling van de facturen op te schorten. [gedaagde] concludeert primair tot afwijzing van de vorderingen en subsidiair tot benoeming van een onafhankelijk medisch specialist om te onderzoeken of de behandeling adequaat is geweest.

5.De beoordeling

[gedaagde] moet de hoofdsom en rente betalen
5.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat de diagnose ulnaropathie correct is. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn betoog dat [betrokkene 4] als plastisch chirurg niet bevoegd was de operatie uit te voeren. Uit een door MKV overgelegde informatiefolder van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie blijkt dat het gebruikelijk is dat een operatie als deze zowel door een neurochirurg als door een plastisch chirurg wordt verricht. De kantonrechter volgt [gedaagde] evenmin in zijn betoog dat hem was gegarandeerd dat de klachten na de operatie over zouden zijn. Dit betoog is niet nader onderbouwd en wordt door MKV weersproken. Daar komt bij dat de aard van een medische operatie meebrengt dat geen garanties op een bepaald resultaat gegeven kunnen worden, wat ook blijkt uit overgelegde informatie van de website van MKV waarin als meest voorkomende complicatie is vermeld dat de operatie niet tot het gewenste doel leidt en de tintelingen en pijn blijven bestaan. De kantonrechter volgt [gedaagde] ten slotte niet in zijn betoog dat de operatie niet correct is uitgevoerd. Dit kan niet volgen uit het enkele feit dat de klachten niet over zijn, en het betoog ter zitting van de gemachtigde van [gedaagde] dat op de verkeerde plek is geopereerd wordt niet ondersteund door een verklaring van een ter zake kundige. De mondelinge toelichting van de gemachtigde ter zitting dat verschillende artsen deze verklaring aan hem hebben verstrekt is onvoldoende. De kantonrechter wijst er nog op dat [gedaagde] verschillende malen is uitgenodigd voor het maken van een vervolgafspraak om te onderzoeken wat er nog aan de klachten gedaan kan worden. [gedaagde] heeft er om hem moverende redenen voor gekozen geen afspraak meer te maken. Ook om deze reden kan niet worden vastgesteld dat MKV met betrekking tot de behandeling van [gedaagde] een verwijt kan worden gemaakt.
5.2.
De kantonrechter concludeert dat [gedaagde] zijn beroep op een opschortingsrecht onvoldoende heeft onderbouwd. Voor het benoemen van een deskundige is geen aanleiding. Aangezien tegen de vordering in hoofdsom overigens geen verweer is gevoerd, zal deze worden toegewezen als gevorderd. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 3 januari 2025.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.3.
MKV vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. MKV heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die niet voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. In een van de aanmaningen is het vermelde bedrag van de buitengerechtelijke incassokosten te hoog, en in de andere aanmaningen kloppen de betaaltermijnen niet. Daarom zal de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Proceskosten
5.3.
[gedaagde] is zowel in het incident als in de hoofdzaak in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van MKV worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,89
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
624,00
(2 punten × € 271,00 + € 82,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.418,89

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan MKV te betalen een bedrag van € 3.893,67, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 3.485,59, met ingang van 3 januari 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten in het incident en in de hoofdzaak van € 1.418,89, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.
149