Uitspraak
1.[eiser 1] ,2. [eiser 2] ,
3. de besloten vennootschap
[eiser 3] B.V.,
1.[gedaagde 1] ,2. [gedaagde 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
- de huurder is verplicht zich te zullen onthouden van elke aktie -zowel in juridische als in feitelijke zin- welke de bedrijfsvoering van de melkveehouderij door de vennootschap zou kunnen belemmeren;
- de huurder staat er jegens de vennootschap voor in dat deze zich op geen enkele wijze zal verzetten tegen de door de vennootschap uitgeoefende bedrijfsvoering, op de wijze en de tijdstippen zoals deze gebruikelijk ten behoeve van de melkveehouderij plaatsvinden en zoals deze sedert jaren voor het onderhavige bedrijf plaatsvinden, en dat zij met name geen bezwaar zullen maken tegen de wijze van transport, de op het bedrijf gebruikte machines, de daarmee gepaard gaande geluiden, de gebruikelijk werktijden waarop één en ander plaatsvindt en de lucht welke een melkveehouderij verspreidt.Bij overtreding van vorenstaande verplichting verbeurt de huurder jegens de vennootschap een dadelijk, zonder nadere ingebrekestelling, opeisbare boete van EENHONDERD DUIZEND EURO (€ 100.000,00)’.
3.De vordering in conventie van [eisers]
a) dat het gebruik door [gedaagden] van de woning zich niet verdraagt met de voorschriften van het (tijdelijk deel van het) vigerende omgevingsplan van de gemeente [gemeente 1] en dat het gebruiken van de gronden met die functie zonder geldige omgevingsvergunning niet is toegestaan en in beginsel strafbaar is gesteld;
a) hun auto of ander motorvoertuig niet langer te parkeren op enig deel van het perceel [gemeente 2] en hun gasten of bezoekers daar evenmin te laten parkeren;
c) de op de westelijke wand van de stal aan de tuinzijde van het (voormalige) gehuurde aangebrachte zaken binnen veertien dagen na datum vonnis te verwijderen en verwijderd te houden, onder deugdelijk herstel van de stalwand waar nodig;
primair, subsidiair en meer subsidiair: dat de kantonrechter [gedaagden] veroordeelt binnen veertien dagen na vonnisdatum de woning te ontruimen, met medeneming van al hetgeen dat en degenen die daar vanwege hen aanwezig zijn en de woning weer in goede staat ter beschikking te stellen van [eiser 1] c.s en [gedaagden] te veroordelen tot betaling van een gebruiksvergoeding ten bedrage van de laatst geldende vergoeding dan wel huurprijs gedurende de periode tussen het vonnis en de ontruiming;
VI
primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair: dat de kantonrechter [gedaagden] veroordeelt in de kosten van de procedure, waaronder begrepen de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na datum vonnis.
Ongeschiktheid voor het gebruik waarvoor is verhuurd als gevolg van een wettelijk voorschrift is een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW). [eisers] zijn op grond van artikel 7:206 BW niet verplicht dit gebrek te verhelpen en het gebrek maakt het woongenot dat [gedaagden] mogen verwachten geheel onmogelijk. Van de huurovereenkomst kan daarom geen nakoming worden verlangd. [eisers] doen een beroep op artikel 7:210 BW en stellen dat zij bevoegd zijn de huurovereenkomst te ontbinden, en dat zij belang hebben bij de primair onder a gevraagde verklaring voor recht omdat het een rechtvaardiging oplevert voor de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst.
4.De vordering in (voorwaardelijke) reconventie van [gedaagden]
a) voor recht verklaart dat [eisers] ten onrechte de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst hebben ingeroepen; en
5.De beoordeling van de vordering in conventie
De kantonrechter overweegt dat [eisers] niet hebben betwist dat de huurovereenkomst alleen met [eiser 1] als verhuurder is aangegaan en overigens onvoldoende onderbouwd dat zij in verband met de huur enige vordering op [gedaagden] hebben. Daarom zullen de vorderingen ten aanzien van [eiser 2] en de vennootschap worden afgewezen.