De kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 31 oktober 2025 een beschikking gegeven tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft momenteel in een netwerkpleeggezin vanwege een onveilige en instabiele thuissituatie bij de moeder, die onder invloed was van alcohol en cocaïne bij een recent incident. De minderjarige verblijft doordeweeks bij een klasgenootje en in het weekend bij de stiefvader, zodat contact met de zus behouden blijft.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht aanvankelijk om een machtiging voor zes maanden, maar wijzigde dit verzoek tot drie maanden met aanhouding van de resterende periode. De moeder en de stiefvader steunen het verzoek. De moeder toont positieve ontwikkelingen door behandeling en medicatie voor haar verslaving en ontvangt opvoedondersteuning. Ondanks deze vooruitgang is het volgens de kinderrechter nog te vroeg voor terugplaatsing van de minderjarige naar de moeder.
De kinderrechter stelt een toetsmoment in na drie maanden om de voortgang te evalueren. De machtiging wordt verleend met onmiddellijke ingang en is uitvoerbaar bij voorraad. De GI dient de kinderrechter en belanghebbenden tijdig te informeren over de stand van zaken. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.