Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie IIIenhandelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
- meldplicht bij reclassering;
- ambulante behandeling;
- contactverbod;
- dagbesteding;
- meewerken aan middelencontrole.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57 en 317 van het Wetboek van Strafrecht; en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9.Beslissing
16 [zestien] maanden.
6 [zes] maanden nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee [twee] jaren.
[benadeelde]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.150,00, bestaande uit € 1.650,00 als vergoeding voor de materiële en € 500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde], voornoemd, een en ander tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 2.150,00,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor een maximale duur van 31 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.