ECLI:NL:RBNHO:2025:13533

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/15/370600 / JU RK 25-1419 & C/15/371120 / JU RK 25-1506
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking kinderrechter over machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met complexe problematiek

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige met complexe ontwikkelings- en gedragsproblematiek. De minderjarige is opgenomen geweest bij Yes We Can Clinics en verblijft sinds 29 oktober 2025 in een gesloten accommodatie. De GI verzoekt verlenging van de machtiging tot het einde van de ondertoezichtstelling op 14 januari 2026.

De moeder stemt in met de verzoeken en benadrukt het belang van geleidelijke toename van vrijheden om terugval te voorkomen. De minderjarige erkent dat de behandeling hem heeft geholpen en geeft aan dat hij nog niet klaar is voor een open groep, maar uiteindelijk begeleid wil wonen.

De kinderrechter oordeelt dat de gesloten groep de passende plek is vanwege de kwetsbaarheden en het risico op terugval. De nabijheid en kaders van de gesloten groep zijn noodzakelijk om de positieve ontwikkeling voort te zetten. De machtiging wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 14 januari 2026.

Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na betekening.

Uitkomst: Machtiging verleend voor gesloten jeugdhulp tot 14 januari 2026 ter voortzetting van behandeling en voorkoming van terugval.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummers: C/15/370600 / JU RK 25-1419 & C/15/371120 / JU RK 25-1506
Datum uitspraak: 31 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. S.B.J. Hiemstra, kantoorhoudende te Haarlem.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] .

1.Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen inzake C/15/370600 / JU RK 25-1419 van 7 oktober 2025, ontvangen op 10 oktober 2025;
  • het verzoekschrift met bijlagen en de beschikking inzake C/15/371120 / JU RK 25-1506 van 28 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] met zijn advocaat;
- de moeder;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .
De (voormalige) stiefvader van [de minderjarige] , [(voormalige) stiefvader] , was als informant opgeroepen. Ter zitting is duidelijk geworden dat hij niet meer betrokken is en de kinderrechter zal hem dan ook niet meer als informant aanmerken.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 oktober 2024 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 23 januari 2025. De kinderrechter heeft vervolgens bij beschikking van 14 januari 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 14 januari 2026.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 oktober 2024 een (spoed)machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie vuur jeugdhulp. De machtiging is vervolgens opnieuw verleend, voor het laatst bij beschikking van 11 juli 2025, tot 3 september 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft inzake C/15/371120 / JU RK 25-1506 bij beschikking van 28 oktober 2025 opnieuw een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van één week en heeft de behandeling van het verzoek voor het overige (te weten de uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling) aangehouden tot deze zitting.
2.5.
Op grond van bovengenoemde machtiging verblijft [de minderjarige] sinds 29 oktober 2025 bij de gesloten groep [gesloten groep] van [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] .

3.De verzoeken

Het verzoek inzake C/15/370600 / JU RK 25-1419
3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling.
3.2.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI – samengevat – het volgende naar voren gebracht. Sinds 20 augustus 2025 is [de minderjarige] opgenomen bij Yes We Can Clinics voor de nodige behandeling. In samenspraak met [de minderjarige] , de moeder en zijn behandelteam bij [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] acht de GI het van belang dat [de minderjarige] na de behandeling bij Yes We Can Clinics weer terugkeert naar de voor [de minderjarige] vertrouwde plek bij [gesloten groep] . De structuur, duidelijkheid, begeleiding en zijn mentoren geven [de minderjarige] de rust die hij nodig heeft om verder te werken aan de onderliggende problemen. Er is weliswaar een positieve ontwikkeling in gang gezet, maar er zijn nog veel kwetsbaarheden en risicofactoren. Vanuit deze gesloten plek is er wel de mogelijkheid en ruimte om steeds meer vrijheden en verantwoordelijkheden aan [de minderjarige] toe te kennen, zodat hij hiermee veilig kan oefenen om hem uiteindelijk voor te bereiden en klaar te stomen voor een open plek.
Het verzoek inzake C/15/371120 / JU RK 25-1506
3.3.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van één week en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
3.4.
De GI heeft het verzoek als volgt onderbouwd. [de minderjarige] zal per 29 oktober 2025 uitstromen bij Yes We Can Clinics. Het is niet mogelijk gebleken om hem wat langer bij Yes We Can Clinics te laten verblijven en er is geen andere mogelijkheid qua verblijf. De spoedmachtiging is nodig om te voorkomen dat [de minderjarige] op straat terecht komt en om de continuïteit van de behandeling en het vervolgtraject te waarborgen. Voor de uitgebreide onderbouwing van het verzoek tot de machtiging voor de duur van de ondertoezichtstelling verwijst de GI naar het reguliere verzoekschrift van 7 oktober 2025.
3.5.
Ter zitting heeft de GI naar voren gebracht dat [de minderjarige] zijn best doet en stappen heeft gemaakt. [de minderjarige] is op dit moment nog niet klaar voor een open groep. Bij [gesloten groep] kan een plan op maat voor [de minderjarige] gemaakt worden, waarbij hij geleidelijk meer vrijheden krijgt en meer naar buiten kan.

4.De standpunten

4.1.
De moeder heeft ingestemd met de verzoeken. De moeder denkt dat het van belang is om [de minderjarige] de tijd te geven om geleidelijk meer vrijheden op te bouwen omdat anders het risico op terugval groot is.
4.2.
[de minderjarige] heeft naar voren gebracht dat de behandeling bij Yes We Can Clinics hem echt heeft geholpen met zijn gedrag. [de minderjarige] zou graag meer vrijheden krijgen maar denkt wel dat het voor hem beter is om nu op de gesloten groep te blijven. Uiteindelijk wil [de minderjarige] graag begeleid wonen. De advocaat heeft zich namens [de minderjarige] niet verzet tegen de verzoeken.

5.De beoordeling

De spoedmachtiging gesloten jeugdhulp inzake C/15/371120 / JU RK 25-1506
5.1.
Op grond van de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, ziet de kinderrechter geen aanleiding om het in de beschikking van 28 oktober 2025 geformuleerde oordeel te wijzigen. Die beslissing houdt in dat een spoedmachtiging wordt verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 28 oktober 2025 tot 4 november 2025. Deze beslissing zal daarom worden gehandhaafd.
De machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling inzake C/15/370600 / JU RK 25-1419 en C/15/371120 / JU RK 25-1506
5.2.
De vraag die vervolgens nog voorligt is of de voorgaande uithuisplaatsing moet worden verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling, te weten 14 januari 2026. De verzoeken inzake C/15/370600 / JU RK 25-1419 en C/15/371120 / JU RK 25-1506 zijn hierin gelijk. De GI heeft ter zitting bevestigd dat het (reguliere) verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing in een instelling voor gesloten jeugdhulp inzake C/15/370600 / JU RK 25-1419 als ingetrokken kan worden beschouwd. Op dit verzoek hoeft dus niet meer te worden beslist. De kinderrechter heeft het in die zaak ingediende verzoekschrift echter wel voor de beoordeling gebruikt.
5.3.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.4.
De kinderrechter overweegt dat bij [de minderjarige] sprake is van complexe problematiek, bestaande uit ontwikkelings- en gedragsproblematiek. [de minderjarige] heeft meerdere belastende gebeurtenissen meegemaakt in zijn leven welke hij (nog) niet verwerkt heeft. Ook is hij gediagnosticeerd met een ernstige vorm van ADHD. [de minderjarige] heeft moeite met zijn emotieregulatie, wat zich uit in agressie en opstandig gedrag. Tot voor kort liep hij regelmatig weg, onttrok hij zich aan gezag en gebruikte hij bijna dagelijks alcohol en drugs. Ook was hij betrokken bij criminele activiteiten en [de minderjarige] is op 27 mei 2025 voor meerdere delicten veroordeeld. Op basis van zijn bijzondere voorwaarden is [de minderjarige] per 20 augustus 2025 opgenomen bij Yes We Can Clinics voor de nodige behandeling. Aan de start van het traject was het lastig voor [de minderjarige] om zich aan te passen en was hij betrokken bij een aantal incidenten. Inmiddels heeft hij het traject bij Yes We Can Clinics afgerond. [de minderjarige] heeft inzet getoond en daadwerkelijk stappen gezet, aldus de GI. [de minderjarige] heeft zelf aangegeven dat de behandeling hem heeft geholpen met zijn gedrag en het praten over zijn emoties.
5.5.
Met de GI is de kinderrechter van oordeel dat de groep [gesloten groep] nu de passende (vervolg)plek is voor [de minderjarige] . De positieve ontwikkeling van [de minderjarige] is nog pril en daarnaast duidelijk vanuit strakke kaders en structuur tot stand gekomen. Het risico op een terugval in het problematische gedrag en het middelengebruik van [de minderjarige] is groot indien hij direct vanuit het traject bij Yes We Can Clinics naar een open groep zou gaan. Daarnaast heeft [de minderjarige] al eerder op de groep [gesloten groep] verbleven en is het voor hem een bekende en veilige omgeving. Bij [gesloten groep] kan voor [de minderjarige] een programma op maat gemaakt worden waarbij hij zijn vrijheden langzaam kan opbouwen. Ook zou het daar mogelijk zijn om met een open machtiging op de groep te verblijven om zo zijn behandeling en begeleiding te continueren.
5.6.
De komende periode is het van belang dat wordt nagedacht over het perspectief van [de minderjarige] . Ook moet [de minderjarige] bij [gesloten groep] geleidelijk meer vrijheden en verantwoordelijkheden krijgen zodat hij daarmee kan oefenen en zo succesvol kan doorstromen naar een passende open vervolgplek.
5.7.
De nabijheid en de kaders die [gesloten groep] biedt zijn op dit moment noodzakelijk en passend voor [de minderjarige] om een terugval in risicovol gedrag te voorkomen en zijn positieve ontwikkeling voort te zetten. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 14 januari 2026.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 4 november 2025 tot 14 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M. ten Bos, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 14 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).