De rechtbank Noord-Holland heeft op 21 november 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin een meerderjarig kind verzocht om gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de overleden man. Eerder was reeds vastgesteld dat de man de verwekker was van het kind, onder meer door een beschikking uit 2008 waarin een kinderbijdrage werd opgelegd.
Het verzoek werd ingediend op 20 juni 2025 en ondersteund met nadere stukken. De rechtbank constateerde dat de man als vader op het geboortekaartje stond vermeld en dat er een hechte band was ontstaan tussen het kind en de man tot diens overlijden in 2018. De rechtbank oordeelde dat het verwekkerschap voldoende aannemelijk was en dat het belang van het kind bij juridische duidelijkheid groot was.
De rechtbank wees het verzoek toe en stelde het ouderschap van de man vast, maar wees het verzoek om de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren af vanwege de aard van de zaak. De beschikking is in het openbaar uitgesproken en kan binnen drie maanden worden bestreden door hoger beroep.