ECLI:NL:RBNHO:2025:13662
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor juridische kosten wegens onvoldoende bewijs woonplaats Haarlem
Eiser heeft aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand ter vergoeding van eigen bijdrage juridische kosten en griffiekosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem zijn afgewezen. De afwijzing berustte op het feit dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonachtig was in Haarlem ten tijde van de aanvragen.
Eiser voerde aan dat hij wel in Haarlem verbleef, maar zonder vaste verblijfplaats, en dat hij dakloos was geworden door het onterecht beëindigen van zijn bijstandsuitkering. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende controleerbare gegevens heeft verstrekt over zijn feitelijke verblijfplaats. De mededeling dat hij afwisselend bij vrienden en in hotels verbleef, volstaat niet als bewijs.
De rechtbank stelt dat op grond van artikel 40 van Pro de Participatiewet de aanvrager moet aantonen dat hij woonplaats heeft in de gemeente waar bijzondere bijstand wordt aangevraagd. Omdat eiser geen postadres had en niet ingeschreven stond in de Basisregistratie Personen, en de overgelegde hotelreserveringen niet overtuigend waren, is het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt daarmee de afwijzing van de bijzondere bijstand. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Ludwig op 24 november 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonachtig was in Haarlem.