ECLI:NL:RBNHO:2025:13662

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
HAA 25/2099
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor juridische kosten wegens onvoldoende bewijs woonplaats Haarlem

Eiser heeft aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand ter vergoeding van eigen bijdrage juridische kosten en griffiekosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem zijn afgewezen. De afwijzing berustte op het feit dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonachtig was in Haarlem ten tijde van de aanvragen.

Eiser voerde aan dat hij wel in Haarlem verbleef, maar zonder vaste verblijfplaats, en dat hij dakloos was geworden door het onterecht beëindigen van zijn bijstandsuitkering. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende controleerbare gegevens heeft verstrekt over zijn feitelijke verblijfplaats. De mededeling dat hij afwisselend bij vrienden en in hotels verbleef, volstaat niet als bewijs.

De rechtbank stelt dat op grond van artikel 40 van Pro de Participatiewet de aanvrager moet aantonen dat hij woonplaats heeft in de gemeente waar bijzondere bijstand wordt aangevraagd. Omdat eiser geen postadres had en niet ingeschreven stond in de Basisregistratie Personen, en de overgelegde hotelreserveringen niet overtuigend waren, is het beroep ongegrond verklaard.

De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt daarmee de afwijzing van de bijzondere bijstand. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Ludwig op 24 november 2025.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonachtig was in Haarlem.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/2099

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2025 in de zaak tussen

[eiser] , eiser

(gemachtigde: mr. G.A.S. Maduro),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, het college
(gemachtigde: R.C.F. de Vos).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van aanvragen van eiser voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage juridische kosten en griffiekosten. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvragen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvragen voor bijzondere bijstand op goede gronden heeft afgewezen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage juridische kosten en griffierechten ter hoogte van in totaal € 354,-. Het college heeft deze aanvragen met besluiten van 8 oktober 2024 afgewezen, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij feitelijk in Haarlem heeft verbleven. Met het bestreden besluit van 10 maart 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvragen gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het college heeft gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser stelt dat hij wel Haarlem heeft gewoond, maar zonder vaste verblijfplaats. Dat eiser op een gegeven moment is uitgeschreven, wil volgens eiser nog niet zeggen dat hij niet in Haarlem woonachtig was en is. Daarbij stelt eiser dat hij dakloos is geworden door het ten onrechte beëindigen van zijn bijstandsuitkering en het wegvallen van de onkostenvergoeding van zijn huur.
4. De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Volgens vaste rechtspraak moet iemand die bijstand aanvraagt aannemelijk maken dat hij recht heeft op bijstand. Uit artikel 40, eerste lid, van de Participatiewet volgt dat personen (bijzondere) bijstand moeten aanvragen bij het college van de gemeente waar zij hun woonplaats hebben en jegens dat college recht op bijstand hebben. In dat kader dient de aanvrager de nodige duidelijkheid te verschaffen door middel van controleerbare gegevens aan te leveren, onder meer over zijn woon- en verblijfplaats. Ook van iemand die stelt dakloos te zijn, kan worden gevergd dat hij controleerbare gegevens verstrekt over zijn feitelijke verblijfplaats. Daarna moet de bijstandverlenende instantie in het kader van de onderzoeksplicht deze inlichtingen op juistheid en volledigheid controleren. [1]
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn woon- en verblijfplaats ten tijde van de aanvragen in Haarlem had. Eiser stond toen niet meer niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen en hij had ook geen postadres in Haarlem. Eiser heeft geen controleerbare gegevens over zijn feitelijke verblijfplaats verstrekt. Gelet op voorgenoemde jurisprudentie wordt dat wel van eiser verwacht. De mededeling dat eiser afwisselend bij vrienden en in hotels heeft geleefd, bevat geen controleerbare informatie. Van eiser mag worden verwacht dat hij informatie verstrekt over de adressen waar hij heeft verbleven en voor welke periode. Doordat eiser hierin geen inzicht heeft geboden, heeft hij het college de mogelijkheid ontnomen om gericht onderzoek te doen naar zijn woon- en verblijfplaats. Met de in bezwaar overgelegde boekingsreserveringen van hotels heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in Haarlem verbleef, reeds omdat deze reserveringen nog geannuleerd konden worden. Bovendien zijn de boekingsreserveringen van een latere datum dan de datum van de aanvragen. Eisers stelling dat zijn bijstandsuitkering eerder ten onrechte is beëindigd en teruggevorderd en dat deze besluiten niet zijn gebaseerd op de omstandigheid dat hij niet woonachtig zou zijn geweest in de gemeente Haarlem leidt niet tot een ander oordeel. Deze besluiten liggen niet voor in deze zaak en betreffen bovendien een andere periode, waarin eiser mogelijk wel woonachtig was in Haarlem. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J. Boerrigter, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 mei 2024 (ECLI:NL:CRVB:2024:931).