De zaak betreft een minderjarige met heftige gedragsproblematiek, mogelijk voortkomend uit trauma, die verblijft op een opvanglocatie voor Oekraïense vluchtelingen. Vanwege het onveilige gedrag en het risico voor zichzelf en anderen is een gesloten plaatsing noodzakelijk.
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verzoekt om een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor zes maanden. De minderjarige vertoont onder meer automutilatie, seksueel grensoverschrijdend gedrag, middelengebruik en agressie. Zij weigert hulpverlening en contact met het college. De ouders stemmen in met de maatregel maar kunnen de veiligheid niet waarborgen.
De kinderrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat het Nederlands recht van toepassing is. Gezien de ernst van de problematiek, het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven en het advies van de gedragswetenschapper, wordt de machtiging verleend. De gesloten plaatsing is noodzakelijk om de minderjarige te stabiliseren en hulpverlening te kunnen inzetten.
De beschikking is gegeven op 4 november 2025 en geldt tot 4 mei 2026. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak of betekening.