ECLI:NL:RBNHO:2025:13818

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
11959342
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot wedertewerkstelling na non-actiefstelling van werknemer wegens vermeend inzien en delen van vertrouwelijke informatie

In deze zaak vorderde een werknemer, die op non-actief was gesteld door haar werkgever wegens vermeend inzien en delen van vertrouwelijke informatie, wedertewerkstelling in kort geding. De werknemer was sinds 20 april 2015 in dienst als Personal Assistent en had toegang tot de mailbox van de Chief Regional Officer. De werkgever had haar op 16 oktober 2025 op non-actief gesteld, na een gesprek waarin werd gesuggereerd dat de werknemer vertrouwelijke informatie had gedeeld. De werknemer betwistte deze beschuldigingen en stelde dat de werkgever onvoldoende voortvarend had gehandeld in het onderzoek naar de beschuldigingen. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet voldoende bewijs had geleverd voor de non-actiefstelling en dat de belangen van de werknemer zwaarder wogen. De vordering tot wedertewerkstelling werd toegewezen, met uitzondering van de toegang tot de mailbox van de CRO. De werkgever werd ook veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11959342 \ VV EXPL 25-164
Vonnis in kort geding van 27 november 2025
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. C.P.M. Oerlemans en mr. M. Faber,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. M.G.A. Doting en mr. P.P. van Schaik.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 november 2025 met 14 producties;
- de conclusie van antwoord van 19 november 2025 met 3 producties;
- nadere stukken van [eiser] van 20 november 2025 als productie 15;
- nadere stukken van [gedaagde] van 20 november 2025 met productie 4;
- de mondelinge behandeling van 20 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waar door de gemachtigden van partijen pleitnota’s zijn overgelegd.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] is een logistieke dienstverlener voor zee- en luchtvracht, magazijnbeheer en distributie. De moedermaatschappij is gevestigd in Japan.
2.2.
[eiser] is sinds 20 april 2015 voor onbepaalde tijd bij [gedaagde] in dienst in de functie van Personal Assistent (‘PA’). De arbeidsomvang is 40 uur per week en zij ontvangt een salaris van € 6.688,20 per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.
2.3.
In haar functie ondersteunt [eiser] de Chief Regional Officer (‘CRO’) van [gedaagde]. Sinds april 2023 is de heer [betrokkene 1] de CRO. Dit is de zesde CRO voor wie [eiser] sinds haar indiensttreding werkt.
2.4.
Onderdeel van de functie PA is het bijhouden van de mailbox van de CRO. [eiser] heeft altijd integraal toegang gehad tot de mailbox van alle CRO’s voor wie zij werkzaam was. Zij hoefde nooit om deze toegang te vragen, die kreeg zij automatisch van de IT-afdeling.
2.5.
In de functieomschrijving van PA zijn de volgende kernactiviteiten omschreven:
‘Act as the point of contact, manage information flow in a timely and accurate manner, manage executives’ calendar and set up meetings, manage high volume travel and accommodation, collate and file the manager’s business expenses and travel expenses, screen and direct phone calls and distribute correspondence, coordinate meetings and events, handle requests and queries appropriately, provide administrative support.’
2.6.
Sinds 4 augustus 2025 is de toegang van [eiser] tot de mailbox van [betrokkene 1] geblokkeerd.
2.7.
Op 8 oktober 2025 heeft [gedaagde] aan een selecte groep werknemers medegedeeld dat alle werknemers in Nederland voortaan drie dagen per week in Antwerpen zullen gaan werken. [eiser] was niet bij deze meeting aanwezig.
2.8.
Op 14 oktober 2025 is tijdens een ‘
townhall meeting’de bedrijfsverhuizing naar Antwerpen aan het gehele bedrijf aangekondigd. Na afloop hiervan heeft [eiser] met mevrouw [betrokkene 2] (HR manager) over (onder meer) de bedrijfsverhuizing gesproken.
2.9.
Op 16 oktober 2025 is [eiser] na een gesprek met de heer [betrokkene 4] (HR Director Europe) op non-actief gesteld. In het gesprek heeft [eiser] verklaard dat zij weet dat zij alle informatie die zij kreeg vertrouwelijk moest behandelen en dat zij dat ook altijd heeft gedaan. In de brief over de non-actiefstelling staat:
‘The reason you have been placed on administrative leave is that [gedaagde] suspects you of having accessed confidential information through another person’s email inbox without authorization. Furthermore, there is a suspicion that you may have shared confidential information with others without permission.’
2.10.
Op 17 oktober 2025 heeft [betrokkene 2] een verklaring afgelegd dat [eiser] op 14 oktober 2025 -na afloop van de
townhall meeting- tegen haar zou hebben gezegd dat [eiser] sinds juni 2025 op de hoogte was van de bedrijfsverhuizing via berichten uit de mailbox van [betrokkene 1]. [eiser] zou die informatie hebben gedeeld met een collega, mevrouw [betrokkene 3].
2.11.
[gedaagde] heeft het Britse bedrijf Verizon gevraagd om een IT-onderzoek uit te voeren. Het IT-onderzoek was ten tijde van de mondelinge behandeling nog niet afgerond.
2.12.
Bij e-mail van 28 oktober 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] aan [gedaagde] bericht dat voor de non-actiefstelling geen grond aanwezig was en [gedaagde] gesommeerd om [eiser] uiterlijk 3 november 2025 weer tot het werk toe te laten. In reactie daarop heeft [betrokkene 4] namens [gedaagde] op 30 oktober 2025 laten weten dat het onderzoek naar verwachting een week later gereed zou zijn, waarna besloten zou worden welke verdere stappen [gedaagde] zou nemen.
2.13.
Op 19 november 2025 heeft [gedaagde] [eiser] nogmaals gehoord. Daarbij heeft zij verklaard dat zij kennis nam van alle e-mails in de mailbox van [betrokkene 1], dat zij al die mails als vertrouwelijk zag en behandelde en dat zij daarover niets met derden heeft gedeeld.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - per direct opheffing van de non-actiefstelling en toelating tot alle facetten van haar functie. Daarnaast vordert zij vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en vergoeding van de werkelijk door haar gemaakte advocaatkosten ter hoogte van inmiddels € 6.126,23, nu de handelwijze van werkgever apert onrechtmatig is.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering tot wedertewerkstelling de algemene maatstaf van artikel 7:611 BW ten grondslag. [gedaagde] moet zich als goed werkgever gedragen. Het niet toelaten tot het werk is slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan en moet bovendien zo kort mogelijk duren. Er bestaat hiertoe geen gerechtvaardigde grond. Als PA had [eiser] altijd toegang tot mailboxen, [gedaagde] heeft die toegang zelf verstrekt. Er is geen bewijs dat [eiser] vertrouwelijke informatie uit zo’n mailbox met anderen zou hebben gedeeld. Dat wordt ook door [eiser] betwist. Zij was inderdaad al op de hoogte van de bedrijfsverhuizing, maar heeft hier pas met derden over gepraat nadat het nieuws bekend was gemaakt door [gedaagde]. Elke dag dat [eiser] langer op non-actief staat, is diffamerend en heeft consequenties voor haar reputatie, haar carrièreperspectief en haar mentale gezondheid.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde] voert hiertoe het volgende aan. Er was een sterke aanwijzing dat [eiser] vertrouwelijke informatie heeft ingezien, buiten de beveiligde omgeving heeft gebracht en met anderen heeft gedeeld. [gedaagde] baseert deze verdenking op een getuigenverklaring van [betrokkene 2] en twee documenten met vertrouwelijke informatie die gedurende het onderzoek op de Sharepoint-omgeving van [eiser] zijn gevonden. Die verdenking rechtvaardigt de non-actiefstelling, die ook nodig is om nader onderzoek te kunnen doen. Bij de beoordeling van de vordering tot wedertewerkstelling moet een belangenafweging plaatsvinden. [eiser] heeft onvoldoende uiteengezet waaruit haar zwaarwegende belangen bestaan: er is geen reputatieschade en haar salaris wordt doorbetaald. Daar staat het zwaarwegende belang van [gedaagde] tegenover inzake aanzienlijke risico’s op het gebied van privacy, vertrouwen en discretie. [gedaagde] wil de non-actiefstelling laten voortduren tot uit het Verizon onderzoek een eindconclusie volgt. Vanzelfsprekend zal [gedaagde] zich ervoor inspannen dat dit zo spoedig mogelijk wordt afgerond.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
4.2.
Een vordering tot wedertewerkstelling is naar haar aard spoedeisend. Op dit moment is [eiser] sinds 16 oktober 2025 niet meer aan het werk. [eiser] heeft er belang bij om zo snel mogelijk weer haar werkzaamheden te hervatten.
4.3.
Vooropgesteld wordt dat een algemeen recht op feitelijke tewerkstelling niet rechtstreeks uit de wet volgt, maar dat dit recht voortvloeit uit de verplichting van de werkgever zich bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst als een goed werkgever te gedragen in de zin van artikel 7:611 BW. Een werkgever die een werknemer op non-actief stelt, kan dit alleen doen als zij daarvoor een deugdelijke grond heeft en die grond ten opzichte van het zwaarwegend belang van de werknemer om zijn arbeid te verrichten, voldoende zwaar weegt. Door non-activiteit kan de werknemer immers ook schade lijden ook al wordt het loon doorbetaald. [eiser] heeft aangegeven dat de (in haar ogen onterechte) non-actiefstelling haar reputatie en mentale gezondheid schaadt.
Inhoud functie PA
4.4.
Niet is weersproken dat [eiser] sinds het begin van haar dienstverband toegang heeft gehad tot alle mails in de mailboxen van de CRO voor wie zij werkte. Er zijn gedurende haar dienstverband in totaal zes CRO’s geweest. [eiser] heeft nooit om nieuwe toegang hoeven vragen. Dit werd automatisch geregeld. Er is geen instructie gegeven aan [eiser] wat zij wel en niet mocht lezen. Uit de functieomschrijving is dit ook niet op te maken. [eiser] heeft ter zitting toegelicht dat zij altijd álles leest, wat ook nodig is om haar werk goed te doen. [gedaagde] heeft juist aangevoerd dat [eiser] op basis van haar functie en ervaring moest begrijpen wanneer iets confidentieel was en niet door haar geopend mocht worden. Partijen zijn het erover eens dat alles wat gelezen wordt, vertrouwelijk is en niet door [eiser] -zonder toestemming- met derden mag worden gedeeld.
4.5.
[eiser] heeft -wederom onweersproken- toegelicht dat in de mailbox van [betrokkene 1] honderden mails per dag binnenkomen. In veel onderwerpregels staat het woord ‘
confidential’. Om haar functie naar behoren te kunnen uitvoeren, controleert [eiser] alles. Dat doet zij zelfs tijdens haar vakantie, omdat altijd sprake kan zijn van e-mails waar direct op geacteerd moet worden. Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat dit ook geldt voor de briefpost van [betrokkene 1]. Brieven en pakketten worden automatisch op [eiser] bureau gelegd. Deze post (ook enveloppen waarop vertrouwelijk of
‘confidential’staat) wordt door haar geopend en gelezen. De kantonrechter is het met [eiser] eens dat zij eerst iets moet openen en lezen, voordat zij kan beoordelen wat er mee moet gebeuren. Als een PA geen confidentiële correspondentie mag openmaken of (een deel van de) e-mails niet mag lezen, dan moet daar een duidelijke regeling voor zijn. [gedaagde] kan niet volstaan met het betoog dat [eiser] uit hoofde van haar functie zelf moet weten of aanvoelen wat zij wel en niet mag inzien. Van een duidelijke regeling bij [gedaagde] is niet gebleken. Er is evenmin een verklaring van [betrokkene 1] (die overigens niet bij de zitting aanwezig was) waaruit duidelijk wordt welke werkwijze hij met [eiser] had afgesproken.
4.6.
Gelet op het voorgaande kan het verwijt dat [eiser] zich toegang heeft verschaft tot vertrouwelijke informatie via de e-mailbox van iemand anders, niet slagen, althans geen deugdelijke grond voor de non-actiefstelling vormen.
Reden voor non-actiefstelling: delen met derden
4.7.
De reden voor de non-actiefstelling is ook gelegen in het vermoeden van [gedaagde] dat [eiser] vertrouwelijke informatie in de mailbox van [betrokkene 1] heeft ingezien én deze vertrouwelijke informatie heeft gedeeld met derden. Het is niet onaannemelijk dat dit vermoeden kon zijn ontstaan door de verklaring van [betrokkene 2]. Begrijpelijk is ook dat [gedaagde] direct actie heeft ondernomen. Zij had immers ‘rook’ geconstateerd en het onbedoeld naar buiten komen van vertrouwelijke informatie is een ernstige kwestie.
Onderzoek
4.8.
Gelet op de non-actiefstelling mocht van [gedaagde] worden verwacht dat zij het onderzoek vlot en gedegen zou uitvoeren. Vanaf het begin van het onderzoek zijn echter diverse, logische stappen door [gedaagde] nagelaten. Uit de verklaring van [betrokkene 2] volgde immers dat [eiser] met een collega had gesproken over de bedrijfsverhuizing, te weten mevrouw [betrokkene 3]. [eiser] heeft ter zitting toegelicht dat zij met [betrokkene 3] over de bedrijfsverhuizing heeft gesproken ná 8 oktober 2025, toen een kleine groep werknemers reeds door [gedaagde] was geïnformeerd. Zowel [eiser] als [betrokkene 3] waren niet aanwezig bij die meeting op 8 oktober 2025, maar hoorden in de wandelgangen dat dit gesprek over de bedrijfsverhuizing was gegaan. Onduidelijk is echter wat [betrokkene 3] aan [gedaagde] over dit gesprek heeft verklaard in het kader van het onderzoek. [betrokkene 4] heeft ter zitting bevestigd dat [betrokkene 3] pas twee weken na de non-actiefstelling van [eiser] door [gedaagde] is gehoord en dat van dat gesprek geen verslag is gemaakt.
4.9.
Tijdens de mondelinge behandeling is tevens gebleken dat aan het ‘
smoking gun’-gesprek tussen [betrokkene 2] en [eiser] op 14 oktober 2025 nog drie andere collega’s, waaronder [betrokkene 3], deelnamen. Dit was onbekend bij [gedaagde] en kennelijk had zij [betrokkene 2] daarover ook niet uitgevraagd. Deze drie anderen, die de gehele situatie mogelijk direct kunnen ophelderen, zijn, afgezien van [betrokkene 3], nooit door [gedaagde] gehoord.
4.10.
[gedaagde] heeft in plaats van het nemen van deze logische stappen ervoor gekozen om het Britse bedrijf Verizon in te schakelen voor een IT-onderzoek. Verizon is vervolgens, naar de kantonrechter begrijpt op verzoek van [gedaagde], gestart met een onderzoek naar een mogelijke externe actor die de vertrouwelijke informatie inzake de bedrijfsverhuizing heeft kunnen lekken. Na een grondige analyse heeft Verizon een derde/externe actor uitgesloten. Het onderzoek heeft zich vervolgens gericht op andere MT-leden van [gedaagde]. Echter, wanneer een werknemer wegens een op haar gerichte verdenking op non-actief wordt gesteld, dan ligt het in de rede dat als eerste haar laptop en haar situatie wordt onderzocht. De laptop van [eiser] is nooit opgehaald door [gedaagde] voor nader onderzoek. Ter zitting is gebleken dat de laptop van [eiser], anders dan [gedaagde] had gesteld, zich niet in het logistieke DHL-proces bevindt. Deze laptop ligt al vijf weken klaar om opgehaald te worden, gewoon bij [eiser] thuis, wat [eiser] ook aan [gedaagde] heeft gemeld. Dit is opmerkelijk. [eiser] woont op slechts twintig minuten afstand van het kantoor van [gedaagde], zodat de laptop gemakkelijk bij haar opgehaald had kunnen worden.
4.11.
Het is ook opmerkelijk dat in de stukken geen verklaring van Verizon aanwezig is waaruit volgt wanneer zij met het onderzoek zijn gestart, wat zij precies onderzoeken en wanneer zij verwachten klaar te zijn. Dit maakt het onderzoek weinig concreet. [gedaagde] heeft sinds 16 oktober 2025 slechts twee documenten gevonden en bestempeld als aanvullend bewijs. Dit zijn twee documenten die door [eiser] zijn opgeslagen in haar (zakelijke) Sharepoint-account, genaamd ‘
One Europe (Confidential) CMC 30May.pptx’ en
‘Re_Meeting Notice__ Core Managament council for project RSB august 29th, 13_00, pdf’. [eiser] heeft ter zitting aangeven dat zij de afgelopen tien jaar veel documenten vanuit de mailbox van de CRO heeft gedownload. Dit was altijd naar haar zakelijke account (en dus op de laptop van [gedaagde]) en nooit naar haar privé account (thuis). Uit niets volgt dat [eiser] deze twee documenten met derden heeft gedeeld.
4.12.
De conclusie van het voorgaande is dat [gedaagde] voor haar vermoeden, dat [eiser] vertrouwelijke informatie naar buiten heeft gebracht, na vijf weken onderzoek nog geen enkel bewijs heeft kunnen vinden. De verklaring van [betrokkene 2] die de aanleiding was voor de verdenking tegen [eiser], is bovendien in het licht van al hetgeen hiervoor is overwogen, in een ander licht komen te staan.
Wedertewerkstelling
4.13.
[gedaagde] had bij de aanvang van de non-actiefstelling van [eiser] voldoende aan een vermoeden (de zogenaamde ‘rook’). Echter, op basis van een dergelijk vermoeden wordt van een werkgever wel verwacht dat zij vervolgens vlot en efficiënt onderzoek doet, zodat een werknemer niet langer thuis hoeft te blijven dan strikt noodzakelijk. Gelet op alle omstandigheden van het geval is de ‘rook’, voor zover daarvan nu nog sprake is, op dit moment onvoldoende voor voortduring van de non-actiefstelling. Het onderzoek is onduidelijk, onvolledig en onvoldoende proactief. Van een zwaarwegende grond om de non-actiefstelling te handhaven is geen sprake (meer). Het belang van [eiser] om weer aan het werk te kunnen, weegt daarom zwaarder.
4.14.
De kantonrechter wijst om bovenstaande redenen de vordering van [eiser] tot wedertewerkstelling toe, met dien verstande dat [gedaagde] [eiser] niet opnieuw toegang hoeft te geven tot de mailbox van [betrokkene 1]. [eiser] had immers sinds 1 augustus 2025 al geen toegang meer tot deze mailbox en zij heeft zich in haar dagelijkse werkzaamheden ook naar deze nieuwe lijn weten te schikken. De door [eiser] gevraagde dwangsom wordt als zijnde prikkel toegewezen. Voor matiging van de geëiste dwangsom bestaat geen aanleiding.
Werkelijke advocaatkosten, buitengerechtelijke kosten en proceskosten
4.15.
[eiser] vordert een bedrag ad € 6.126,23 aan reeds gemaakte, werkelijke advocaatkosten, te betalen door [gedaagde]. Niet is gebleken dat sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door [gedaagde]. [gedaagde] had aanvankelijk immers een voldoende reden voor de non-actiefstelling. De vordering wordt afgewezen.
4.16.
[eiser] vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. [eiser] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [eiser] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 1.608,00 worden toegewezen.
4.17.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
814,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.158,40
4.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om [eiser] binnen 24 uur na dit vonnis zonder belemmering toe te laten tot alle taken behorende bij de functie Personal Assistent, behoudens toegang tot de email inbox van de CRO,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 1.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.608,00 aan buitengerechtelijke kosten,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.158,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op
27 november 2025.