ECLI:NL:RBNHO:2025:13871

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
365219
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 194 RvArt. 195 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking inzake voorlopig deskundigenbericht en verstrekking medische informatie na verkeersongeval

Op 26 april 2022 raakte verzoekster betrokken bij een verkeersongeval waarbij zij van achteren werd aangereden door een vrachtwagen. Nationale Nederlanden erkende de aansprakelijkheid. Verzoekster stelt letsel te hebben opgelopen met blijvende klachten en beperkingen. Eerder had zij ook letsel opgelopen bij een incident in 2019 en een val in 2024, en zij was in 1989 ook bij een verkeersongeval betrokken.

Verzoekster verzocht de rechtbank om drie voorlopig deskundigenberichten te gelasten voor lichamelijke, psychische klachten en arbeidsbeperkingen. Nationale Nederlanden verzocht om aanvullende medische informatie, omdat zij niet over alle relevante gegevens beschikte, waaronder informatie over eerdere ongevallen en klachten. Verzoekster verzette zich tegen het verstrekken van een ongelimiteerde voorgeschiedenis.

De rechtbank oordeelde dat, gelet op de proportionaliteitscriteria en de complexiteit van het dossier, medische informatie over de voorgeschiedenis van psychische klachten en nek-, schouder- en rugklachten vanaf 1989 moet worden verstrekt. Ook het ongecensureerde huisartsenjournaal van twee jaar voor het ongeval tot heden moet beschikbaar worden gesteld. Correspondentie tussen verzoekster en haar belangenbehartiger hoeft niet te worden verstrekt.

Partijen krijgen zes weken de tijd om zich uit te laten over de benoeming van deskundigen, waaronder de specialismen en vraagstellingen. De verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Verzoekster wordt bevolen relevante medische informatie vanaf 1989 te verstrekken en partijen moeten zich uiterlijk 5 januari 2026 uitlaten over benoeming deskundigen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/365219 / HA RK 25-74
Beschikking van 21 november 2025
in de zaak van
[verzoekster],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. I.S. El Boutaibi,
tegen

1.IJMUIDEN TRANSPORT B.V.,

te IJmuiden,
2.
NATIONALE NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MIJ NV,
te 's-Gravenhage,
verwerende partijen,
hierna te noemen: IJmuiden Transport en Nationale Nederlanden,
hierna samen te noemen: NN c.s.,
advocaat: mr. L.H. Rijpkema.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift dat door de rechtbank op 24 juni 2025 is ontvangen, met producties 1 tot en met 4;
- het verweerschrift tevens inhoudende verzoek voorlopige bewijsverrichting ex artikel 194 jo Pro 195 Rv, met producties 1 tot en met 9;
- de mondelinge behandeling van 15 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De relevante feiten

2.1.
Op 26 april 2022 is [verzoekster] betrokken geweest bij een verkeersongeval, waarbij zij in haar auto van achteren is aangereden door een vrachtwagen. De aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval is door Nationale Nederlanden als WAM-verzekeraar van IJmuiden Transport erkend. [verzoekster] stelt als gevolg van het verkeersongeval letsel te hebben opgelopen, waarvan zij nog altijd klachten en beperkingen ondervindt.
2.2.
[verzoekster] heeft enige tijd voor het ongeval – op 8 juni 2019 – letsel opgelopen tijdens het uitpakken van een bestelling van IKEA. Bij het losmaken van twee vastzittende glazen is één van de glazen gebarsten, met verwondingen aan haar rechterhand als gevolg. De schade als gevolg van dit incident is nog niet afgewikkeld.
2.3.
[verzoekster] is in 1989 ook al eens bij een verkeersongeval betrokken geweest.
2.4.
In 2024 heeft [verzoekster] als gevolg van de val van een trap letsel opgelopen aan haar arm.
2.5.
NN c.s. hebben onder randnummer 5.21 van hun verweerschrift opgenomen welke medische informatie hun medisch adviseur nog van [verzoekster] zou moeten ontvangen:

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekster] verzoekt de rechtbank – samengevat – om:
een voorlopig deskundigenbericht te gelasten voor de lichamelijke klachten die [verzoekster] als gevolg van het verkeersongeval ervaart;
een voorlopig deskundigenbericht te gelasten voor de psychische klachten die [verzoekster] als gevolg van het verkeersongeval ervaart;
een voorlopig deskundigenbericht te gelasten voor de arbeidsbeperkingen die [verzoekster] als gevolg van het verkeersongeval ervaart;
te bepalen dat partijen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de vraagstelling;
te bepalen dat de deskundigen gerechtigd zijn om de informatie en/of stukken op te vragen die zij nodig vinden voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen;
de kosten van de voorlopig deskundigenberichten voor rekening van Nationale Nederlanden te brengen.
3.2.
Aan haar verzoek legt [verzoekster] ten grondslag dat tussen partijen discussie bestaat over de causaliteit tussen het verkeersongeval en de opgetreden lichamelijke en psychische klachten en beperkingen. Hierdoor is verdere afwikkeling van haar schade nu niet mogelijk. De deskundigenberichten kunnen zorgen voor meer duidelijkheid over de causaliteit, zodat haar schade kan worden afgewikkeld.
3.3.
NN c.s. verzetten zich tegen toewijzing van het verzoek. Zij voeren aan dat zij pas goed kunnen beoordelen of een voorlopig deskundigenonderzoek nodig is en – zo ja – welke vraagstelling aan de deskundige moet worden voorgelegd als zij over alle medische informatie beschikken. Volgens NN c.s. heeft hun medisch adviseur niet alle informatie ontvangen waarover de medisch adviseur van [verzoekster] beschikt. Er is meerdere malen verzocht om de ontbrekende medische informatie, maar die wordt niet overgelegd.
Daarnaast is uit een medisch advies dat is uitgebracht in verband met het incident op 8 juni 2019 gebleken dat [verzoekster] informatie over haar medische geschiedenis en al eerder bestaande klachten heeft achtergehouden. Uit dat advies blijkt namelijk dat [verzoekster] in 1989 bij een ernstig verkeersongeval betrokken is geweest, waarvan de herstelperiode lang heeft geduurd. Verder blijkt uit de beschikbare informatie dat [verzoekster] al eerder nek- en rugklachten heeft ervaren waarvoor zij ook medische behandeld is en dat zij als gevolg van de val van een trap in 2024 een gebroken bovenarm heeft opgelopen. Ten slotte stelt [verzoekster] dat zij psychische klachten ervaart en dat er PTSS is geconstateerd. Over de gebroken bovenarm en de psychische klachten is in het geheel nog geen medische informatie overgelegd. De medisch adviseur van NN c.s. heeft aangegeven dat er te veel onduidelijkheden bestaan om een goed oordeel te kunnen vormen over de zaak en de vraag of er deskundigen moeten worden benoemd.
3.4.
NN c.s. hebben een tegenverzoek ingediend. Zij verzoeken de rechtbank – samengevat – om [verzoekster] te bevelen de onder randnummer 5.21 van het verweerschrift genoemde informatie aan de medisch adviseur van NN c.s. en de aan te wijzen deskundigen te verstrekken.
3.5.
[verzoekster] voert verweer tegen het tegenverzoek. Zij voert aan dat een deel van de informatie al is verstrekt. Voor een ander deel van de informatie – de in tijd ongelimiteerde voorgeschiedenis van psychische klachten, nek-, schouder- en rugklachten en het ongecensureerde huisartsenjournaal vanaf 2 jaar voor het ongeval tot heden – geldt dat het vragen daarvan niet proportioneel is en daarom moet worden afgewezen.

4.De beoordeling

4.1.
Ter zitting heeft de rechter met partijen besproken wat de beste en meest praktische manier is om de zaak verder te helpen. In dat kader is met partijen besproken dat de rechtbank eerst een tussenbeschikking zal wijzen waarin de rechtbank een beslissing neemt over de vraag welke medische informatie door [verzoekster] verstrekt moet worden aan de medisch adviseur van NN c.s.
4.2.
Onder randnummer 5.21 van het verweerschrift hebben NN c.s. in een lijst uitgewerkt welke informatie hun medisch adviseur volgens hen zou moeten ontvangen (zie 2.5 van deze beschikking). De gevraagde informatie is volgens NN c.s., gezien de inmiddels bekende voorgeschiedenis, noodzakelijk om te kunnen beoordelen of er sprake is van een causaal verband tussen het verkeersongeval en de gestelde klachten en beperkingen van [verzoekster] .
4.3.
Het verweer van [verzoekster] richt zich met name op twee punten van deze lijst: de in tijd ongelimiteerde voorgeschiedenis van psychische klachten, nek-, schouder- en rugklachten en het ongecensureerde huisartsenjournaal vanaf 2 jaar voor het ongeval tot heden. Volgens [verzoekster] is het opvragen van deze informatie buitenproportioneel.
4.4.
De rechtbank is het met partijen eens dat er bij de beoordeling van de vraag welke medische informatie [verzoekster] beschikbaar moet stellen een belangenafweging moet worden gemaakt. Het recht op privacy van [verzoekster] staat daarbij tegenover het recht van NN c.s. op een eerlijk proces, ook wel “equality of arms” genoemd.
4.5.
In het kader van de concrete invulling van die belangenafweging sluit de rechtbank aan bij de Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behandeling Letselschade van de Letselschaderaad (hierna: de Medische Paragraaf). Uit paragraaf 3.3 van de Medische Paragraaf volgt onder meer dat het over het algemeen proportioneel zal zijn om gerichte vragen te stellen over, en medische informatie op te vragen met betrekking tot de schadeveroorzakende gebeurtenis als zodanig. Er kunnen zich daarnaast feiten en omstandigheden voordoen op grond waarvan het proportioneel kan zijn om aanvullende medische informatie op te vragen betreffende een periode van vóór de schadeveroorzakende gebeurtenis, dus uit de medische voorgeschiedenis van de benadeelde en/of de periode (geruime tijd) ná de schadeveroorzakende gebeurtenis.
Het kan daarbij onder omstandigheden gerechtvaardigd zijn dat (de medisch adviseur van) de aansprakelijke partij ook inzage krijgt in medische informatie van de benadeelde die niet direct ziet op de schadeveroorzakende gebeurtenis als zodanig. De Medische Paragraaf geeft vervolgens (niet limitatief) een aantal concrete “
proportionaliteitscriteria”, waaronder: de looptijd van de schade en de omvang van de letselschadevordering, de aard en complexiteit van het letsel, de klachten en het klachtenverloop, de relevante medische voorgeschiedenis en de opstelling van de benadeelde.
Medische informatie over haar voorgeschiedenis van psychische klachten, nek-, schouder- en rugklachten.
4.6.
De rechtbank volgt NN c.s. in haar standpunt dat – gelet op de genoemde proportionaliteitscriteria – [verzoekster] medische informatie over haar voorgeschiedenis van psychische klachten, nek-, schouder- en rugklachten beschikbaar moet stellen.
Ten eerste gezien het beloop van de vordering. Hoewel de hoogte van de te vorderen schade in deze procedure nog niet aan de orde is, is voor de rechtbank uit de overgelegde stukken en de stellingen van [verzoekster] duidelijk geworden dat zij aanspraak maakt op een omvangrijke schade.
Ten tweede is sprake van een complex dossier. [verzoekster] heeft als gevolg van een incident op 8 juni 2019 ook letsel opgelopen. Uit het dossier blijkt dat de klachten als gevolg van dit incident nog niet genezen waren ten tijde van het verkeersongeval. Ook zijn er aanwijzingen dat [verzoekster] al voor het verkeersongeval nek- en rugklachten ervaarde en dat zij daarvoor medisch behandeld is. Verder is gebleken dat [verzoekster] ook in 1989 bij een verkeersongeval betrokken is geweest waarvan het herstel lang zou hebben geduurd en dat zij in 2024 haar bovenarm heeft gebroken. Hieruit volgt voor de rechtbank dat er sprake is van een relevante medische voorgeschiedenis.
Ten slotte gaat het om een breed scala aan klachten, waarvan een deel whiplashachtige, niet-objectiveerbare klachten. [verzoekster] stelt dat zij als gevolg van het verkeersongeval nekklachten, rugklachten, pijn in haar benen, pijn in haar linkerarm, slaapproblemen en angst ervaart. Daarnaast stelt zij psychische klachten te ervaren en dat er PTSS is vastgesteld.
4.7.
Naar het oordeel van de rechtbank komt onder deze omstandigheden aan het belang van NN c.s. om inzage te verkrijgen in de medische voorgeschiedenis meer gewicht toe dan aan het belang van privacy van [verzoekster] . Wel acht de rechtbank het buitenproportioneel dat [verzoekster] deze informatie ongelimiteerd in tijd beschikbaar moet stellen. De rechtbank zal daarom bepalen dat de medische informatie over haar voorgeschiedenis van psychische klachten, nek-, schouder- en rugklachten vanaf 1989 beschikbaar moet worden gesteld.
Het ongecensureerde huisartsenjournaal vanaf 2 jaar voor het ongeval tot heden.
4.8.
De rechtbank volgt NN c.s. ook in haar standpunt dat het ongecensureerde huisartsenjournaal vanaf twee jaar voor het ongeval tot heden ter beschikking moet worden gesteld. Gelet op de zojuist beschreven omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat ook hierbij het belang van NN c.s. om de informatie in te zien zwaarder weegt dan het belang van [verzoekster] om de informatie privé te houden. De gevorderde periode van twee jaar voor het ongeval komt de rechtbank daarbij niet onredelijk voor.
Slotopmerkingen
4.9.
De rechtbank merkt op dat in de lijst die staat opgenomen onder randnummer 5.21 ook eenmaal wordt gevraagd om de correspondentie tussen de belangenbehartiger en [verzoekster] . Dit betreft geen medische informatie, zodat [verzoekster] deze stukken niet aan de medisch adviseur van NN c.s. ter beschikking hoeft te stellen.
4.10.
De rechtbank zal partijen een termijn van zes weken geven om zich uit te laten over de vraag of er – gelet op de ter beschikking gestelde medische informatie – een deskundige moet worden benoemd. Zo ja, dan dienen partijen zich ook uit te laten over de vraag of er een orthopeed, neuroloog en/of psychiater moet worden benoemd, over de naam van de te benoemen deskundige(n) en over de vraagstelling die aan deze deskundige(n) moet worden voorgelegd.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
beveelt [verzoekster] om de onder randnummer 5.21 van het verweerschrift genoemde medische informatie aan de medisch adviseur van NN c.s. te verstrekken, waarbij de medische informatie over de voorgeschiedenis van psychische klachten, nek-, schouder- en rugklachten vanaf 1989 moet worden verstrekt,
5.2.
bepaalt dat partijen zich uiterlijk op 5 januari 2026 dienen uit te laten over hetgeen onder 4.10 van deze beschikking staat vermeld,
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Blokland, bijgestaan door de griffier mr. M. Bouwen en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.