ECLI:NL:RBNHO:2025:13892

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
28 november 2025
Zaaknummer
C/15/371482 / FA RK 25-5676
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening van een zorgmachtiging voor kortere duur dan verzocht in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, een beschikking gegeven in een zaak betreffende de verlening van een zorgmachtiging voor een betrokkene die lijdt aan een psychische stoornis, te weten een paranoïde psychose in het kader van schizofrenie. De officier van justitie had op 7 november 2025 een verzoekschrift ingediend voor de afgifte van een zorgmachtiging, waarbij verschillende bijlagen waren gevoegd, waaronder medische verklaringen en een zorgplan. Tijdens de mondelinge behandeling op 25 november 2025 zijn de betrokkene, zijn advocaat, een casemanager en een arts gehoord. De advocaat van de betrokkene voerde aan dat er onvoldoende ernstig nadeel was om een zorgmachtiging te rechtvaardigen, maar de rechtbank oordeelde anders. De rechtbank concludeerde dat er nog steeds sprake was van ernstig nadeel voor de betrokkene en dat verplichte zorg noodzakelijk was om de geestelijke en fysieke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 25 mei 2026, en het meer verzochte werd afgewezen. De beschikking is openbaar uitgesproken door mr. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van J.Y. Admiraal als griffier.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/371482 / FA RK 25-5676
beschikking van de enkelvoudige kamer van 25 november 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende in een voorziening van [accommodatie] , locatie [locatie] , te [adres] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. P. Figge, kantoorhoudende te Amsterdam.

1.Procedure

1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 7 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring van 6 november 2025;
  • het zorgplan van 21 oktober 2025;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur van 6 november 2025;
  • een historisch overzicht van eerder gegeven machtigingen in het kader van de Wvggz;
  • een uittreksel uit het curatele- en bewindregister van 7 november 2025.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
25 november 2025, in het gebouw van voornoemde accommodatie.
1.4.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [casemanager] , casemanager;
  • [arts] , arts.
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een paranoïde psychose in het kader van schizofrenie met comorbide stoornis in gebruik van alcohol en een stoornis in gebruik van cannabis in remissie.
2.2.1
De advocaat van betrokkene heeft naar voren gebracht dat er sprake is van onvoldoende ernstig nadeel om een zorgmachtiging te rechtvaardigen. Betrokkene voelt zich beter en hij maakt wandelingen en fietstochten. Hij ervaart daar rust in. Het ernstig nadeel zoals bedoeld in het verzoekschrift is op dit moment niet meer aan de orde.
2.2.2.
De rechtbank is, gelet op de stukken, de verkregen informatie en het verhandelde ter zitting, van oordeel dat er door voornoemde stoornis nog steeds sprake is van ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander, te weten:
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige psychische schade;
  • ernstige verwaarlozing;
  • maatschappelijke teloorgang;
  • een ernstig verstoorde ontwikkeling;
  • de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.2.3.
De rechtbank overweegt daartoe dat ter zitting door de behandelaren is verklaard dat er ook nu nog sprake is van (trekken van) een paranoïde psychose. Er is sprake van ernstig nadeel in de vorm van een stagnerend psychotisch toestandsbeeld, dat door de behandeling nog onvoldoende is opgeklaard, en acute maatschappelijke teloorgang. Daarnaast zijn er door betrokkene in het verleden voorvallen geweest met agressie naar de moeder van betrokkene. Betrokkene is op dit moment tien maanden opgenomen en gevreesd wordt voor herhaling als betrokkene niet onder toezicht van de zorgmachtiging staat, met opnieuw een gedwongen opname als gevolg.
2.3.1.
Betrokkene heeft zorg nodig om:
- ernstig nadeel af te wenden;
- de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren;
- de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat betrokkene diens autonomie zoveel mogelijk herwint;
- de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van de psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel voor die fysieke gezondheid.
2.3.2.
De advocaat van betrokkene heeft de rechtbank primair verzocht het verzoek van de
officier van justitie af te wijzen. Betrokkene is bereid om vrijwillig mee te werken aan zijn
behandeling. Betrokkene staat open voor medicatie en wil de behandeling voortzetten zoals het op dit moment gaat. Daarnaast wil betrokkene doorstromen naar de afdeling [afdeling] en wil hij zijn oude werkzaamheden weer oppakken. Betrokkene is klaar voor de volgende stap en wil dat op vrijwillige basis doen.
2.3.3.
De rechtbank heeft, gelet op de stukken, de verkregen informatie en het besprokene ter zitting, onvoldoende vertrouwen dat betrokkene zijn behandeling op vrijwillige basis zal voortzetten en verwerpt hiermee het verweer van de advocaat. Betrokkene is erg dwingend in zijn wens om zelf zijn behandeling te bepalen. Ook geeft de casemanager aan dat de medicatie van betrokkene op dit moment voorzichtig wordt opgebouwd en dat betrokkene nog niet de volledige dosering heeft gekregen. Betrokkene heeft tijd nodig om te herstellen van de psychose en het herstel is nog fragiel. Daarnaast heeft het behandelteam twijfels of betrokkene de voorgeschreven medicatie heeft ingenomen, omdat de voorgeschreven medicatie niet overeenkwam met de spiegels in zijn bloedwaarde. De arts verwacht dat betrokkene zich aan zorg zal onttrekken als de zorgmachtiging vervalt. Betrokkene ziet de noodzaak van medicatie niet en is eerder met zijn medicatie gestopt. Dit resulteerde in een gedwongen opname. De rechtbank acht het belangrijk dat er een periode is waarin zeker is dat de medicatie zijn werk gaat doen, zodat dat de vervolgstap voor betrokkene vergemakkelijkt. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verplichte zorg noodzakelijk is.
2.4.
Gelet op hetgeen overwogen onder 2.3.3. is de rechtbank van oordeel dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
2.7.1.
De advocaat van betrokkene heeft subsidiair verzocht de duur van de zorgmachtiging te beperken tot een periode van zes maanden. Betrokkene wil die periode gebruiken om te komen tot afspraken over vrijwillige zorg.
2.7.2.
De rechtbank ziet in dit betoog van de advocaat en de houding van betrokkene aanleiding om de duur van de zorgmachtiging te beperken tot een periode van zes maanden. De rechtbank overweegt daartoe dat het belangrijk is dat betrokkene gemotiveerd blijft voor de behandeling. Dit biedt betrokkene perspectief om met zijn behandelaren te spreken over de vervolgstap en komt tegemoet aan zijn wens voor meer autonomie.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 25 mei 2026. Het meer verzochte wordt afgewezen.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op
[geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4. vermeld voor de volledige duur van de zorgmachtiging;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
25 mei 2026;
- wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van J.Y. Admiraal als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 27 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.