De rechtbank Noord-Holland heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van bijna één kilogram cocaïne in Nederland op 26 oktober 2024 via Schiphol. De verdachte speelde een wezenlijke rol in de organisatie van de reis van de koerier en stond in contact met medeverdachten over de invoer.
De bewijsvoering bestond uit chatgesprekken op de telefoon van verdachte, waarin instructies en afspraken over de smokkel werden besproken. De rechtbank achtte de verklaring van verdachte dat hij niets wist van de cocaïne in de koffer van de koerier niet geloofwaardig. De hoeveelheid cocaïne was bestemd voor verdere verspreiding en handel.
De rechtbank volgde de LOVS-oriëntatiepunten voor daders met een rol in de organisatie (categorie 2) en legde een gevangenisstraf van twaalf maanden op. De medische situatie van verdachte werd niet als reden gezien om de straf te matigen. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf.