Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
Rechtbank Noord-Holland
De verhuurders vorderden ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning op grond van dringend eigen gebruik. Zij stelden dat zij vanwege gezondheidsredenen, sociale omstandigheden en financiële situatie de woning dringend nodig hadden. De huurder betwistte dit en voerde aan dat hij geen passende vervangende woonruimte had en dat zijn persoonlijke omstandigheden meegewogen moesten worden.
De kantonrechter oordeelde dat de verhuurders onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij de woning dringend nodig hadden voor eigen gebruik. De gezondheidsredenen waren niet concreet genoeg, het sociale belang was niet voldoende geconcretiseerd en de financiële situatie bood geen dringende grond. Hierdoor werd de vordering afgewezen.
Omdat de vordering tot beëindiging werd afgewezen, werd de huurovereenkomst van rechtswege verlengd. De kantonrechter bepaalde dat verlenging voor onbepaalde tijd niet recht deed aan de belangen van partijen en verlengde de overeenkomst voor bepaalde tijd tot 1 januari 2027. De verhuurders werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik wordt afgewezen en de huurovereenkomst wordt verlengd tot 1 januari 2027.