Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een eengezinswoning, opgeleverd op 6 maart 2023 zonder gemelde gebreken. Anderhalf jaar later stelde de opdrachtgever gebreken vast, waaronder slecht schilderwerk en algenaanslag, en vorderde vergoeding van herstelkosten.
De aannemer betwistte de gebreken en verwees naar de algemene voorwaarden die stellen dat zichtbare, niet-ernstige gebreken binnen zes maanden na oplevering gemeld moeten worden. De opdrachtgever onderbouwde haar stellingen onvoldoende, met slechts summiere e-mails en niet-verifieerbare verklaringen.
De kantonrechter oordeelde dat de opdrachtgever onvoldoende feiten en bewijs had geleverd om de gebreken aannemelijk te maken, en dat de klacht bovendien te laat was ingediend. De vorderingen werden daarom afgewezen en de opdrachtgever werd veroordeeld in de proceskosten.