In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Holland op 17 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging, ingediend door de officier van justitie. Het verzoek was gericht op het verlenen van verplichte zorg aan betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis, waaronder psychotische decompensatie, ADHD en autisme spectrum stoornis. De rechtbank heeft vastgesteld dat er voldoende mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis, waardoor niet voldaan is aan de criteria voor verplichte zorg zoals vastgelegd in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling op 17 november 2025 de betrokkene en zijn advocaat gehoord, evenals een psychiater. Betrokkene heeft aangegeven bereid te zijn om vrijwillig de benodigde behandeling voort te zetten en heeft in het verleden samengewerkt met het FACT-team. De psychiater heeft weliswaar aangegeven dat een zorgmachtiging noodzakelijk kan zijn, maar de rechtbank is van oordeel dat de betrokkene voldoende in beeld is bij de hulpverlening en dat hij in staat is om de behandeling vrijwillig voort te zetten.
Uiteindelijk heeft de rechtbank het verzoek tot zorgmachtiging afgewezen, met de overweging dat de betrokkene de benodigde zorg kan ontvangen zonder dat verplichte zorg noodzakelijk is. De beschikking is openbaar uitgesproken en de schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 28 november 2025. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.