ECLI:NL:RBNHO:2025:14088

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
AWB - 24 _ 1965
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring van bezwaar inzake grensoverschrijdende vergunning Bijzondere Bestemming

In deze zaak heeft eiseres, een B.V. gevestigd te [vestigingsplaats], beroep ingesteld tegen de niet-ontvankelijk verklaring van haar bezwaar door de inspecteur van de Douane. De achtergrond van de zaak betreft de overzetting van een grensoverschrijdende vergunning Bijzondere Bestemming naar het EU Trader Portal. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen deze overzetting, stellende dat dit een intrekking en wijziging van haar vergunning inhoudt. De inspecteur heeft echter gesteld dat de overzetting geen voor bezwaar vatbare beschikking betreft, omdat er geen rechtsgevolg aan is verbonden. De rechtbank heeft op 28 november 2025 uitspraak gedaan en geoordeeld dat eiseres geen procesbelang heeft, omdat hetgeen zij met de procedure nastreeft niet kan worden bereikt. De rechtbank concludeert dat de overzetting van de vergunning naar het EU Trader Portal geen rechtsgevolg heeft gehad en dat de vergunning in zijn oorspronkelijke vorm geldig blijft. Eiseres kan derhalve niet met succes bezwaar maken tegen de overzetting, en haar beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 24/1965 en HAA 24/1966
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 28 november 2025 in de zaken tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: L.E.C. Kanters),
en

de inspecteur van de Douane, verweerder.

Procesverloop

Bij e-mail van 27 mei 2019 is eiseres medegedeeld dat haar grensoverschrijdende vergunning Bijzondere Bestemming (hierna ook: de (papieren) vergunning) is overgezet naar het EU Trader Portal (hierna ook: het Traderportal) en daarin met ingang van
1 juni 2019 zichtbaar is, en dat bij aangiftes een nieuw vergunningnummer dient te worden gebruikt.
Bij brief van 31 juli 2023 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen de e-mail van 27 mei 2019, stellende dat daarmee de vergunning met het oude nummer is ingetrokken. Ook is bezwaar gemaakt tegen de vergunning met het nieuwe nummer zoals zichtbaar in het Traderportal met ingang van 1 juni 2019, stellende dat sprake is van een gewijzigde vergunning.
Bij uitspraak op bezwaar van 13 februari 2024 heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan heeft verweerder primair ten grondslag gelegd dat de overzetting van een (papieren) vergunning naar het EU Trader Portal geen voor bezwaar vatbare beschikking betreft zoals bedoeld in artikel 5, aanhef en onderdeel 39, van het Douanewetboek van de Unie (hierna: DWU), omdat van intrekking en wijziging zoals door eiseres gesteld geen sprake is. Voor zover wel sprake zou zijn van beschikkingen, is niet tijdig bezwaar gemaakt en is van verschoonbare termijnoverschrijding geen sprake.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2025.
Namens eiseres zijn verschenen haar gemachtigde, vergezeld van mr. [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 2] en mr. [naam 3] .

Feiten

1. De bedrijfsactiviteiten van eiseres bestaan volgens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel uit het importeren, exporteren, verkopen, distribueren, het handelen in, de marketing van en het adviseren met betrekking tot alle in zoet- en zoutwater voorkomende vissen en organismen, en daaraan verwante producten, daaronder begrepen, maar niet beperkt tot schelp- en weekdieren, alsook andere producten die van belang zijn of kunnen zijn voor de vennootschap.
2. Verweerder heeft op 23 oktober 2017 aan eiseres op haar aanvraag een grensoverschrijdende vergunning Bijzondere Bestemming met een geldigheidsduur van drie jaar verleend, met ingangsdatum 23 maart 2017. De vervaldatum is 22 maart 2020.
3. Op verzoek van eiseres is op 31 januari 2018 (eerste herdruk) en op
18 december 2018 (tweede herdruk) de vergunning aangepast.
4. Op verzoek van eiseres is op 11 april 2019 de vergunning opnieuw aangepast (derde herdruk).
5. Verweerder heeft per brief van 31 januari 2019 vergunninghouders, waaronder eiseres, op de hoogte gebracht dat de grensoverschrijdende vergunningen in het kader van de DWU-wetgeving uiterlijk 1 mei 2019 overgaan naar het EU Trader Portal, en zij dan alles voor die vergunning daarin digitaal kunnen regelen.
6. Bij e-mail van 27 mei 2019 is eiseres medegedeeld dat haar grensoverschrijdende vergunning Bijzondere Bestemming met vergunningnummer NL00740014310 is overgezet naar het EU Trader Portal. Daarbij is medegedeeld dat eiseres met ingang van 1 juni 2019 in de aangiftes in plaats van het vervallen oude vergunningnummer het nieuwe vergunningnummer NLEUSNL000563-2019-MYN54150 dient te gebruiken. Voorts is medegedeeld dat met ingang van 1 juni 2019 de vergunning zichtbaar is in het Traderportal.
7. Op 25 oktober 2022 heeft verweerder aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: Utb) uitgereikt vanwege overschrijding van de hoeveelheden van de vergunning. Tegen de Utb is bezwaar gemaakt. Deze bezwaarprocedure is in overleg met eiseres aangehouden totdat de Hoge Raad een arrest heeft gewezen over hoeveelheidsoverschrijdingen van vergunningen (HR-zaaknummers 23/02110, 23/02142 tot en met 02144 en 23/03221).

Beoordeling door de rechtbank

8. Tussen partijen is in geschil of van de overzetting van de vergunning van eiseres naar het EU Trader Portal rechtsgevolg uitgaat zoals bedoeld in artikel 5, aanhef en onderdeel 39, van het DWU. Daarbij ziet de rechtbank zich tevens en vooreerst voor de vraag gesteld of eiseres belang heeft bij het voeren van deze procedure. Daarbij dient te worden beantwoord of hetgeen eiseres met deze procedure nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt. Dat is niet het geval als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, die indiener niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen zoals die met betrekking tot de proceskosten en het griffierecht (vgl. Hoge Raad
23 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:265, r.o. 4.2.1).
De vraag naar het procesbelang is onder meer ingegeven door de omstandigheid dat eiseres eerst na ruim vier jaar bezwaar maakt tegen de overzetting van haar vergunning naar het EU Trader Portal, en deze vergunning ten tijde van het bezwaar bovendien ruim drie jaar is verlopen.
9. Uit het verslag van het hoorgesprek in bezwaar van 10 november 2023 en het verhandelde ter zitting blijkt dat eiseres met een ontvankelijk bezwaar wil bereiken dat (een deel van) de Utb van 25 oktober 2022 van tafel gaat. Daartoe heeft zij toegelicht dat indien wordt aangenomen dat sprake is van voor bezwaar vatbare beschikkingen zij die bezwaarfase kan aanwenden om (met terugwerkende kracht) te bewerkstelligen dat de in de vergunning opgenomen lijst met goederen wordt aangepast in zoverre dat de hoeveelheid en waarde van de goederen vermeld onder A en M worden aangepast van 7.500.000 kg naar 22.500.000 kg en van € 75.000.000 naar € 225.000.000 respectievelijk van 400.000 kg naar 1.200.000 kg en van € 7.200.000 naar € 21.600.000.
9.1
Naar het oordeel van de rechtbank kan eiseres in deze procedures vorenbeschreven aanpassingen niet bereiken. Daartoe is van belang dat indien eiseres met de overzetting een vergunning met op rechtsgevolg gerichte wijzigingen zou zijn verleend, een daartegen gericht bezwaar enkel zou kunnen worden gericht tegen die doorgevoerde wijzigingen. Het betoog van eiseres dat indien er eenmaal een rechtsingang is, daarna de inhoud van de gehele vergunning aan de orde kan worden gesteld en desgewenst aangepast, volgt de rechtbank dus niet. Dat volgt niet uit artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht noch overigens uit die wet.
Om aanpassing van in een vergunning opgenomen hoeveelheid en waarde van goederen te bereiken dient een aanvraag tot wijziging van de vergunning te worden gedaan, zoals eiseres in het verleden ook meermaals heeft gedaan (vermeld in onderdeel 3 en 4 van deze uitspraak). In de nu voorliggende beroepsprocedures was daar echter geen sprake van.
10. Daarnaast kan eiseres hetgeen zij nastreeft ook niet bereiken omdat de rechtbank met verweerder van oordeel is dat van de overzetting van de vergunning naar het EU Trader Portal geen rechtsgevolg is uitgegaan. Van op rechtsgevolg gerichte beschikkingen, door eiseres geduid als intrekking en wijziging, is dus ook geen sprake geweest.
Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.
10.1
Verweerder heeft erkend dat de overzetting (migratie) van de vergunning naar het EU Trader Portal niet foutloos is verlopen.
De vergunning in het EU Trader Portal bevat, alhoewel onder het kopje “referentie” van de vergunning de vergunningversie van de derde herdruk wordt genoemd, (per abuis) inhoudelijk de informatie van de tweede herdruk. Daardoor is in de vergunning in het EU Trader Portal de in punt 7 onder M van de derde herdruk toegevoegde goederensoort ‘Staarten van rivierkreeften van de soort Procambarus clarkii, gekookt’, niet vermeld. Daarnaast is een lijst met veredelingsproducten opgenomen. Verder staat in de vergunning in het EU Trader Portal als termijn voor het indienen van de aanzuiveringsafrekening “31/12/2098”. De voorheen in de vergunning vermelde aanzuiveringstermijn van 12 maanden is evenwel onder het opschrift “gegevens douanebeschikking Bijzondere Regeling” wederom op 12 maanden gesteld
10.2
Verweerder heeft zich daarbij evenwel op het standpunt gesteld dat uit vorenvermelde fouten en veranderingen niet volgt dat sprake is van wijzigingen waarmee een verandering in de rechten en plichten zoals deze voortvloeien uit de vergunning van eiseres is beoogd, noch dat die daaruit zijn voortgevloeid. De derde versie van de vergunning is niet ingetrokken en het daarin gestelde heeft zijn gelding behouden. Bij de door verweerder genomen beslissingen zoals de op 25 oktober 2022 uitgereikte Utb is ook de derde versie van de vergunning als grondslag genomen. Dat de vergunning in het EU Trader Portal, anders dan de derde herdruk, ook een lijst met veredelingsproducten bevat, vloeit voort uit Verordening 2016/341 die verplicht deze gegevens daarin op te nemen. Hier gaat volgens verweerder geen rechtsgevolg van uit. Dat heeft eiseres op zitting niet weersproken. Het nieuwe vergunningnummer, waaruit kan worden afgeleid om welk type vergunning het gaat en welke lidstaat en welk douanekantoor de vergunning heeft afgegeven, wijzigt de rechtspositie van eiseres niet. Met de overzetting zijn dus geen rechtsgevolgen voor eiseres beoogd, noch heeft de overzetting (rechts)gevolgen voor eiseres gehad. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om hieraan te twijfelen.
11. Ook het verzoek om vergoeding van de kosten in bezwaar kan eiseres niet in een betere positie brengen, reeds omdat eiseres in bezwaar daartoe geen verzoek heeft gedaan.

Conclusies en gevolgen

12. Gelet op het vorenoverwogene heeft eiseres geen procesbelang en dienen de beroepen niet-ontvankelijk te worden verklaard.
13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, voorzitter, en mr. S.K.A. Efstratiades en mr. P.E.A. Chao, leden, in aanwezigheid van mr. E.P. van der Zalm, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is per post verzonden op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de douanekamer van het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.