ECLI:NL:RBNHO:2025:14104

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
C/15/371626 / FA RK 25-5754
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van Wvggz wegens ernstige psychische stoornis

De officier van justitie verzocht op 12 november 2025 om een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis. Uit medische verklaringen en het zorgplan bleek dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, zoals levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang.

Betrokkene en zijn advocaat stelden dat behandeling binnen het vrijwillige kader passend is, mede omdat betrokkene zich recent vrijwillig had laten opnemen en regie wil houden. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene onvoldoende ziekte-inzicht heeft, medicatietrouw problematisch is en vrijwillige zorg onvoldoende ontregelingen voorkwam.

De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is en geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar zijn. De zorgmachtiging omvat onder meer medicatietoediening, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie, voor de duur van zes maanden tot 27 mei 2026.

De lopende tuchtprocedure over medicatievoorschriften raakt de beslissing niet. De rechtbank hoopt dat het vertrouwen in behandelaren hersteld wordt voor een goede behandelrelatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden wegens ernstige psychische stoornis en gebrek aan passende vrijwillige zorg.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/371626 / FA RK 25-5754
beschikking van de enkelvoudige kamer van 27 november 2025,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. E. Boskma, kantoorhoudende te Alkmaar.

1.Procedure

1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 november 2025, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • informatierapport Wvggz van de politie van 8 oktober 2025;
  • het zorgplan van 16 oktober 2025;
  • de medische verklaring van 4 november 2025;
  • een aanvulling op voormelde medische verklaring, ontvangen op 26 november 2025;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur van 11 november 2025;
  • een historisch overzicht van eerder gegeven machtigingen in het kader van de Wvggz en de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen van
12 november 2025;
- een verklaring niet voorkomen in het curatele- en bewindregister van
12 november 2025.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
27 november 2025, in het gebouw van [accommodatie] , te [adres] .
1.4.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [verpleegkundige] , verpleegkundige;
  • [psychiater] , psychiater.
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizofreniespectrumstoornis.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige verwaarlozing;
  • maatschappelijke teloorgang.
2.3.
Betrokkene heeft zorg nodig om:
- ernstig nadeel af te wenden;
- de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat betrokkene diens autonomie zoveel mogelijk herwint.
2.4.
De advocaat van betrokkene heeft de rechtbank verzocht het verzoek van de officier
af te wijzen. Volgens de advocaat kan de behandeling plaatsvinden binnen het vrijwillig
kader. Betrokkene heeft zich de afgelopen twee maanden vrijwillig laten opnemen en wil
graag de regie over zijn eigen behandeling behouden. De advocaat stelt dat voortzetting van
de behandeling in het vrijwillig kader daarom passend en voldoende is.
2.5.
De rechtbank gaat niet mee in het namens betrokkene gevoerde verweer.
Op grond van de stukken en het besprokene ter zitting wordt vastgesteld dat betrokkene eerder zelf om hulp heeft gevraagd en ook meerdere keren vrijwillig opgenomen is geweest. Dat is op zichzelf positief. Uit de stukken en het besprokene ter zitting blijkt echter ook dat betrokkene het niet eens is met de gestelde diagnose, daarom eerder ook geen antipsychotica wilde en niet altijd medicatietrouw is. Betrokkene beseft wel dat hij ziek is, maar het inzicht in zijn ziekte is beperkt. Betrokkene wil geholpen worden, maar wel op zijn termen. Hij staat ambivalent tegenover de keuzes die het behandelteam maakt. Daar komt bij dat de zorg in het vrijwillige kader niet heeft kunnen voorkomen dat betrokkene ernstig ontregeld is geraakt en zichzelf vanuit zijn psychotische klachten en suïcidaliteit ernstig in gevaar heeft gebracht. De rechtbank gunt betrokkene dat dergelijke ontregelingen hem in de toekomst bespaard blijven. Zij acht een zorgmachtiging voor dat doel behulpzaam en noodzakelijk.
Op de zitting is duidelijk geworden dat betrokkene meent dat er in het verleden fouten zijn gemaakt bij het voorschrijven van medicatie, waarover een tuchtprocedure loopt. Anders dan betrokkene meent, raakt die tuchtprocedure (en de mogelijke uitkomst daarvan) de beslissing van de rechtbank over de zorgmachtiging niet. De rechtbank hoopt wel dat, wat ook de uitkomst zal zijn, het vertrouwen van betrokkene in zijn behandelaren kan worden hersteld, zodat er een goede behandelrelatie tot stand kan komen.
2.6.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Op grond van de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank gedurende de volledige geldigheidsduur van de zorgmachtiging de volgende vormen van verplichte zorg nodig:
- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Uit de overgelegde stukken maakt de rechtbank op dat slechts in het geval dat betrokkene ernstig (psychisch) ontregelt, wordt overgegaan tot opname en de daarbij behorende vormen van verplichte zorg.
Indien dat het geval is en het ernstig nadeel niet langer kan worden afgewend door middel van de hiervoor vermelde vormen van verplichte zorg, worden gedurende de volledige geldigheidsduur van de zorgmachtiging ook de volgende vormen van verplichte zorg nodig geacht:
- het beperken van bewegingsvrijheid, telkens maximaal drie maanden;
- opnemen in een accommodatie, telkens maximaal drie maanden.
2.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 27 mei 2026.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4 vermeld voor de volledige duur van de zorgmachtiging, tenzij onder 2.4 een kortere duur is vermeld.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
27 mei 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Warmerdam, rechter, in tegenwoordigheid van
F. Kootstra als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 december 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.