ECLI:NL:RBNHO:2025:14124

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
11856946 \ AO VERZ 25-77
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Arbeidsovereenkomst en betaling van achterstallig loon en transitievergoeding

In deze zaak vordert verzoeker, die stelt dat hij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft gesloten met verweerder, betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, een transitievergoeding en rectificatie van een onjuist bericht door verweerder. Verweerder betwist het bestaan van de arbeidsovereenkomst en stelt dat verzoeker ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, waardoor de verzoeken afgewezen moeten worden. De kantonrechter oordeelt dat er wel degelijk een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, ondanks dat deze niet door verweerder is ondertekend. De kantonrechter wijst de vorderingen van verzoeker toe, omdat hij recht heeft op loon en vakantiegeld tot en met mei 2025, en de transitievergoeding wordt ook toegewezen. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot rectificatie van een onjuist bericht dat aan externe partijen is gestuurd, waarin onterecht werd gesteld dat verzoeker met pensioen is gegaan. De proceskosten komen voor rekening van verweerder, omdat deze overwegend ongelijk heeft gekregen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 11856946 \ AO VERZ 25-77 (BvdL)
Beschikking van 2 december 2025
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. K. Hoeveler,
tegen
DURAFLOW B.V.,
te Heiloo,
verwerende partij,
hierna te noemen: Duraflow,
vertegenwoordigd door haar algemeen directeur / bestuurder [directeur] .
De zaak in het kort
In deze zaak stelt verzoeker dat hij met verweerder een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft gesloten die inmiddels is geëindigd. Verzoeker vordert betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, toekenning van een transitievergoeding en rectificatie van een bericht door verweerder. Verweerder betwist het bestaan van een arbeidsovereenkomst en vindt bovendien dat verzoeker ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, zodat de verzoeken moeten worden afgewezen. De kantonrechter geeft verzoeker gelijk en oordeelt dat partijen een arbeidsovereenkomst hebben gesloten die meebrengt dat de verzoeken moeten worden toegewezen.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek gedaan om (onder meer) een transitievergoeding toe te kennen en betaling van achterstallig loon. Duraflow heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Op 4 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen en hun gemachtigden hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Mr. Hoeveler heeft ook spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen.

2.De feiten

2.1.
Duraflow is opgericht op 5 augustus 2020 en houdt zich bezig met – kort gezegd – de ontwikkeling, productie en installatie van PCM (Phase Change Materials) producten voor het duurzaam koelen en verwarmen van ruimtes, in het bijzonder server- en computerruimtes.
2.2.
Duraflow is ontstaan als doorstart na het faillissement van een bedrijf waarvan [verzoeker] mede-eigenaar was, naast [directeur] (de algemeen directeur van het huidige Duraflow, hierna te noemen: [directeur] ) en de zoon van [directeur] (hierna te noemen: [zoon van directeur] ). [verzoeker] heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de PCM producten.
2.3.
[verzoeker] is geen aandeelhouder van het nieuwe bedrijf Duraflow. Hij heeft een eigen onderneming Op het Veld Beheer B.V. (hierna: Op het Veld) . Aanvankelijk heeft [verzoeker] op projectbasis via Op het Veld werkzaamheden verricht voor Duraflow.
2.4.
Op 27 juni 2022 heeft [verzoeker] , geboren [geboortedatum] 1958, een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ondertekend. In deze arbeidsovereenkomst staat dat [verzoeker] bij Duraflow in dienst treedt in de functie van Technisch Directeur voor 32 uur per week tegen een salaris van € 4.856,27 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. In deze arbeidsovereenkomst staat ook dat het [verzoeker] verboden is nevenwerkzaamheden te verrichten, maar dat dit verbod niet geldt voor nevenwerkzaamheden via Op het Veld voor zover deze geen concurrerende activiteiten betreffen. Verder bevat de arbeidsovereenkomst bepalingen over geheimhouding, relaties en concurrentie, met een boetebeding. Duraflow heeft deze arbeidsovereenkomst niet ondertekend.
2.5.
Vervolgens heeft [verzoeker] op structurele basis werkzaamheden voor Duraflow verricht en salaris van Duraflow ontvangen. Het laatstverdiende loon van [verzoeker] was € 5.341,90 bruto per maand.
2.6.
In een e-mailwisseling tussen [verzoeker] en [directeur] op 24 januari 2025 hebben partijen afspraken gemaakt over beëindiging van de werkzaamheden van [verzoeker] (ook genoemd: [verzoeker] ) voor Duraflow. [verzoeker] bevestigt daarin de afspraak
“Dat ik vanaf 19 maart 2025 ’s middags tot aan het einde van mijn dienstverband met verlof ga en vanaf dat moment ook niet meer ben gehouden tot het uitvoeren van nadere werkzaamheden”, waarop [directeur] reageert met
“correct”. Verder is afgesproken dat [verzoeker] in de periode tot 19 maart 2025 de lopende projecten binnen zijn portefeuille zoveel mogelijk zal afronden, en dat op 18 maart 2025 een warme overdracht zal plaatsvinden van de dan nog lopende projecten door [verzoeker] aan zijn opvolger [opvolger] .
2.7.
Op 11 maart 2025 schrijft [directeur] in een e-mail aan [verzoeker] dat hij heeft vernomen dat [verzoeker] hem achter zijn rug om zwart maakt, dat [verzoeker] aan zijn concurrentiebeding gehouden zal worden, dat er geen warme overdracht meer hoeft plaats te vinden, dat [verzoeker] per direct zijn vrije dagen kan opnemen, dat hij de vrije dagen tussen 12 en 19 maart doorbetaald krijgt, dat het salaris en vakantiegeld tot einde dienstverband in mei 2025 volgens afspraak worden betaald, dat [verzoeker] bij geen enkel project meer betrokken hoeft te zijn en geen contact meer hoeft te hebben met klanten of contacten van Duraflow, en dat Duraflow al haar relaties zal berichten dat [verzoeker] vanaf deze week zijn vrije dagen opneemt en vanaf 31 mei 2025 niet meer werkzaam is voor Duraflow.
2.8.
In reactie daarop schrijft [verzoeker] op 12 maart 2025 aan [directeur] dat hij zich niet herkent in het hem voorgehouden beeld, maar dat hij het aanbod om tot de einddatum vrijgesteld te zijn van werk met behoud van salaris en overige emolumenten accepteert. Verder schrijft [verzoeker] dat het [directeur] vrij staat om relaties te berichten, maar dat hij er vanuit gaat dat dit op een zo neutraal mogelijke manier gebeurt.
2.9.
In een e-mail van 21 maart 2025 schrijft [directeur] aan ‘ [naam] , [opvolger] en nog 1…’ het volgende:
“ [verzoeker] is met pensioen en ik kan het mij heel goed voorstellen dat [verzoeker] er geen zin meer in heeft om nog van toegevoegde waarde voor Duraflow te zijn. Er is binnen de Duraflow groep voldoende kennis om van Avans een fantastisch project te maken! Laten we onze gezamenlijke kennis die wij hebben nu met elkaar delen en het project succesvol afronden.”
2.10.
Op 15 april 2025 schrijft [directeur] in een e-mail aan [verzoeker] (en [zoon van directeur] ) dat [verzoeker] , terwijl hij nog in dienst is en op de loonlijst staat van Duraflow, handelingen verricht in strijd met zijn concurrentiebeding en zonder toestemming de naam en het logo van Duraflow gebruikt. Daarbij verwijst [directeur] naar een e-mail van 9 april 2025 van [verzoeker] aan [zoon van directeur] met onderwerp ‘Darlingsstraat’ en bijbehorende bijlagen. [directeur] deelt mee dat dit ertoe leidt dat de uitbetaling van salaris, vakantiegeld en afrekening voor [verzoeker] per direct wordt stopgezet.
2.11.
Vanaf april 2025 heeft Duraflow geen salaris meer uitbetaald aan [verzoeker] .

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om Duraflow te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 5.769,25 bruto en een bedrag van in totaal € 15.812,02 bruto voor achterstallig loon en vakantiegeld, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging en onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto specificatie. Daarnaast verzoekt [verzoeker] verklaring voor recht dat Duraflow met haar bericht van 21 maart 2025 onrechtmatig heeft gehandeld en Duraflow te gelasten – kort gezegd – dit bericht te rectificeren. Ook verzoekt [verzoeker] vergoeding van een bedrag van € 1.294,55 voor buitengerechtelijke incassokosten. [verzoeker] legt aan zijn verzoek ten grondslag – kort weergegeven – dat Duraflow haar verplichtingen moet nakomen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst die tussen partijen bestond.
3.2.
Duraflow voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Duraflow voert – samengevat – aan dat geen arbeidsovereenkomst met [verzoeker] is gesloten en dat [verzoeker] bovendien ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door concurrerende werkzaamheden te verrichten, zodat hij vanaf april 2025 geen aanspraak kan maken op loon en een transitievergoeding.

4.De beoordeling

Partijen hebben een arbeidsovereenkomst gesloten
4.1.
[verzoeker] baseert zijn verzoek op een arbeidsovereenkomst, waarvan Duraflow het bestaan betwist. Daarom moet eerst worden beoordeeld of tussen partijen een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is en legt hierna uit waarom.
4.2.
De arbeidsovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij (de werknemer) zich verbindt om in dienst van de andere partij (de werkgever) tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. [1] Een (arbeids)overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. [2] Zowel het aanbod als de aanvaarding kan in iedere vorm tot uitdrukking worden gebracht. De bedoeling van partijen kan ook worden afgeleid uit hun feitelijk handelen. Of een wilsverklaring of een feitelijk handelen als een aanbod respectievelijk aanvaarding daarvan geldt, is een kwestie van uitleg. Het komt daarbij aan op wat partijen hebben verklaard en wat zij uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en redelijkerwijs mochten afleiden.
4.3.
[verzoeker] beroept zich op de onder de feiten omschreven schriftelijke arbeidsovereenkomst, die alleen door hem is ondertekend. [3] Op de zitting heeft [verzoeker] toegelicht dat Duraflow in 2022 heeft gevraagd of hij zijn werkzaamheden voortaan in loondienst wilde gaan verrichten, dat hij daarover heeft gesproken met [zoon van directeur] die daar volgens hem destijds verantwoordelijk voor was, dat het contract vervolgens is opgesteld door een advocaat van Duraflow, dat hij dit contract na overleg met [zoon van directeur] heeft voorzien van een aantal handgeschreven aanpassingen (waaronder de wijziging van de ingangsdatum van 1 mei naar 1 juni 2022) en op 27 juni 2022 heeft ondertekend. Duraflow heeft deze feitelijke gang van zaken niet weersproken. [directeur] heeft op de zitting verklaard dat Duraflow de overeenkomst niet heeft ondertekend vanwege de dingen die [verzoeker] erbij heeft geschreven. Verder beroept Duraflow zich erop dat [zoon van directeur] destijds weliswaar bevoegd was om Duraflow te vertegenwoordigen, maar niet zelfstandig.
4.4.
Anders dan Duraflow betoogt, maakt het enkele feit dat het contract niet is ondertekend door een vertegenwoordiger van Duraflow niet dat geen arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Een handtekening van de werkgever is daarvoor geen vereiste dat voortvloeit uit de wet of rechtspraak. Onder de gegeven omstandigheden mocht [verzoeker] verwachten dat deze arbeidsovereenkomst met Duraflow is afgesproken. Het contract is onweersproken opgesteld door een advocaat van Duraflow, nadat [verzoeker] met [zoon van directeur] had gesproken over een dienstverband en de arbeidsvoorwaarden.
4.5.
Als het al zo is dat [zoon van directeur] niet zelfstandig bevoegd was om de arbeidsovereenkomst te sluiten, dan neemt dit niet weg dat [verzoeker] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [zoon van directeur] bevoegd was om Duraflow te vertegenwoordigen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [zoon van directeur] destijds een van de bestuurders van Duraflow was. Ook staat vast dat [zoon van directeur] zich tegenover [verzoeker] heeft gepresenteerd als bevoegd vertegenwoordiger in deze kwestie. Dit staat immers uitdrukkelijk in de door de advocaat van Duraflow opgestelde overeenkomst. Uit niets blijkt dat medebestuurder [directeur] destijds bezwaar heeft gemaakt tegen de gang van zaken, terwijl hij er wel van op de hoogte was. [directeur] heeft op de zitting namelijk verklaard dat zijn zoon het met hem heeft besproken. Het is onder deze omstandigheden gerechtvaardigd dat Duraflow het risico draagt van de gestelde onbevoegde vertegenwoordiging door [zoon van directeur] .
4.6.
Als Duraflow vond dat de door [verzoeker] ondertekende overeenkomst niet rechtsgeldig was vanwege zijn aanvullingen, dan had zij dit veel eerder met [verzoeker] moeten communiceren. Ook dit heeft Duraflow niet gedaan. In plaats daarvan hebben partijen uitvoering gegeven aan de overeenkomst. Duraflow is het afgesproken salaris gaan betalen en [verzoeker] is op structurele basis werkzaamheden voor Duraflow gaan verrichten. Dat sprake is van een arbeidsovereenkomst blijkt ook uit de salarisbetalingen en -specificaties die Duraflow aan [verzoeker] heeft verstrekt. De salarisspecificaties vermelden bovendien dat sprake is van een schriftelijk contract voor bepaalde tijd, met als datum van indiensttreding 1 juni 2022. Deze door [verzoeker] gewijzigde ingangsdatum is kennelijk doorgevoerd in de administratie van Duraflow. Dit alles bevestigt dat de arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen.
4.7.
De enige relevante handgeschreven toevoeging van [verzoeker] staat op pagina 4 van 5. In het door Duraflow opgestelde contract staat dat het concurrentie- en relatiebeding alleen van toepassing is op nieuwe PCM producten, relaties en toeleveranciers van Duraflow, waarbij een opsomming is gegeven van de producten waarop het concurrentie- en relatiebeding niet van toepassing is. Daaraan heeft [verzoeker] toegevoegd:
“Gedurende de contracttijd wordt een lijst opgemaakt van nieuwe producten en relaties.”Die toevoeging, ook als die niet tussen partijen zou gelden, is geen essentieel punt voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst en is voor de beoordeling van deze zaak niet relevant.
4.8.
De conclusie van het voorgaande is dat partijen met ingang van 1 juni 2022 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd hebben gesloten. [verzoeker] stelt dat deze arbeidsovereenkomst vervolgens twee keer (stilzwijgend) is verlengd en van rechtswege is geëindigd op 31 mei 2025. Dit is op zichzelf niet door Duraflow weersproken, zodat de kantonrechter ook dit als vaststaand aanneemt.
Duraflow wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en vakantiegeld
4.9.
Zoals hiervoor is vastgesteld is de arbeidsovereenkomst geëindigd op 31 mei 2025. Daarmee is het uitgangspunt dat [verzoeker] recht heeft op loon en vakantiegeld tot en met mei 2025. Vast staat dat Duraflow het loon over april en mei 2025 en het vakantiegeld 2024-2025 niet aan [verzoeker] heeft betaald. Duraflow vindt dat zij dit niet hoeft te betalen omdat [verzoeker] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door – kort gezegd – in april 2025 concurrerende werkzaamheden te verrichten.
4.10.
Voor het recht op loon geeft de wet een risicoverdeling. De werkgever is verplicht het loon te betalen, ook als de werknemer de overeengekomen arbeid niet heeft verricht, tenzij het niet verrichten daarvan in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen. [4] In dit geval komt het voor rekening van Duraflow dat [verzoeker] in april en mei 2025 de overeengekomen arbeid niet heeft verricht. Vast staat immers dat partijen in januari 2025 hebben afgesproken dat [verzoeker] vanaf 19 maart 2025 was vrijgesteld van werk met behoud van loon. Later is dit vervroegd naar 11 maart. Dit blijkt uit de onder de feiten genoemde e-mails van 24 januari en 11 maart 2025. Zelfs als [verzoeker] in april en mei 2025 andere activiteiten heeft ontplooid, staat dit dus niet in de weg aan zijn recht op loon.
4.11.
Het feit dat [verzoeker] tijdens zijn dienstverband met Duraflow elders werk zou hebben verricht, zou kunnen meebrengen dat een verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden is geschonden. Zo’n overtreding zou kunnen leiden tot een boete of schadevergoeding, die Duraflow in deze procedure niet vordert, maar niet tot een loonstop.
4.12.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter het volgende over de door Duraflow gestelde concurrerende nevenactiviteiten van [verzoeker] . Duraflow beroept zich met name op een kwestie met Phase4 en het project ‘Sporthallen Amsterdam’ (Darlingstraat). Volgens Duraflow heeft [verzoeker] servicewerkzaamheden voor een door Duraflow geplaatste PCM-installatie overgedragen aan concurrent Phase4. Op de zitting is echter vastgesteld dat deze kwestie zich heeft afgespeeld vóór 1 juni 2022, dus voordat de arbeidsovereenkomst is gesloten, zodat dit niet kan leiden tot overtreding van een verbod op nevenwerkzaamheden. Voor ‘Sporthallen Amsterdam’ staat niet ter discussie dat dit een project is dat Duraflow heeft overgedragen aan [zoon van directeur] , zodat werkzaamheden van [verzoeker] voor dit project niet te zien zijn als concurrerend voor Duraflow, nog daargelaten dat de aard en omvang van deze werkzaamheden niet kunnen worden vastgesteld.
4.13.
Bovendien kan [verzoeker] worden gevolgd in zijn standpunt dat sprake is van nietigheid van het nevenwerkzaamhedenbeding op grond van artikel 7:653a lid 1 BW. Daarin is bepaald dat de werkgever de werknemer niet mag verbieden arbeid voor anderen te verrichten buiten de tijdstippen waarop hij bij die werkgever werkt, tenzij de werkgever daarvoor een objectieve rechtvaardigingsgrond heeft. Dit artikel is per 1 augustus 2022 ingegaan met onmiddellijke werking. Dat betekent dat ook een al bestaand beding nietig is als de werkgever geen objectieve rechtvaardiging voor een verbod op nevenwerkzaamheden kan geven. Op de zitting is besproken dat het gaat om werkzaamheden die [verzoeker] heeft verricht onder de vlag van Op het Veld , buiten zijn werkzaamheden voor Duraflex. Uit de schriftelijke overeenkomst en hetgeen Duraflex in deze procedure naar voren heeft gebracht blijkt niet dat zich een objectieve reden voordoet die een verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden rechtvaardigt.
4.14.
Gezien het voorgaande concludeert de kantonrechter dat Duraflex het loon over april en mei 2025 en het vakantiegeld tot einde dienstverband aan [verzoeker] moet betalen. Het door [verzoeker] gevorderde bedrag van in totaal € 15.812,02 bruto betwist Duraflex niet, zodat dit wordt toegewezen. Ook de wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar zoals gevorderd. [verzoeker] heeft daartegen geen zelfstandig verweer gevoerd en vast staat dat Duraflow het loon en vakantiegeld niet tijdig heeft betaald en daarmee in verzuim is gekomen.
De wettelijke verhoging wordt toegewezen
4.15.
De werknemer heeft aanspraak op een wettelijke verhoging als de werkgever zijn loon te laat betaalt. Duraflow heeft het loon over april en mei 2025 en het vakantiegeld 2024-2025 niet aan [verzoeker] betaald, zodat zij een wettelijke verhoging verschuldigd is. [verzoeker] vordert de maximale wettelijke verhoging van 50% over het onbetaald gebleven bedrag van € 15.812,02, dus € 7.906,01 bruto. De kantonrechter ziet geen aanleiding de gevorderde wettelijke verhoging te matigen. Duraflex heeft geen redenen aangevoerd die aanleiding tot matiging zouden kunnen geven en dergelijke omstandigheden zijn de kantonrechter ook niet gebleken.
Duraflow moet de transitievergoeding betalen
4.16.
[verzoeker] verzoekt om toekenning van een transitievergoeding. Duraflow vindt dat zij geen transitievergoeding hoeft te betalen omdat [verzoeker] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door het verrichten van eerdergenoemde concurrerende nevenwerkzaamheden. Daarmee beroept Duraflow zich op artikel 7:673 lid 7 onder c BW, waarin is bepaald dat de transitievergoeding niet verschuldigd is indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Vast staat echter dat partijen al in januari 2025 hebben afgesproken dat de arbeidsovereenkomst na 31 mei 2025 niet zou worden voortgezet. Dit blijkt duidelijk uit eerdergenoemde e-mails van 24 januari en 11 maart 2025. Hiermee strandt het verweer van Duraflow tegen de transitievergoeding. Het handelen van [verzoeker] dat volgens Duraflow ernstig verwijtbaar is vond plaats in april 2025, nadat partijen al hadden afgesproken de arbeidsovereenkomst niet te verlengen. Er is dus geen relatie (causaal verband) tussen het niet verlengen en het gestelde ernstig verwijtbaar handelen. Dit handelen kan daarom niet meebrengen dat Duraflow geen transitievergoeding verschuldigd is.
4.17.
Dit betekent dat Duraflow wordt veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding tot een bedrag van € 5.769,25 bruto, zoals door [verzoeker] berekend en gevorderd. De hoogte van de transitievergoeding heeft Duraflow niet weersproken. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 1 juli 2025.
Duraflow moet bruto/netto specificaties verstrekken
4.18.
Duraflow wordt veroordeeld tot het verstrekken van deugdelijke bruto/netto specificaties van de toe te wijzen bedragen. [verzoeker] heeft daar recht op en Duraflow betwist dit op zichzelf ook niet. De kantonrechter zal daaraan, zoals [verzoeker] verzoekt, een dwangsom verbinden van € 500,00 per dag met een maximum van € 10.000,00, ingaande 14 dagen na betekening van deze beschikking.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen
4.19.
[verzoeker] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [verzoeker] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [verzoeker] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 1.294,55 worden toegewezen. Ook de gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Het bericht van 21 maart 2025 is onrechtmatig en moet worden gerectificeerd
4.20.
In het onder de feiten geciteerde bericht van Duraflow van 21 maart 2025 staat dat [verzoeker] met pensioen is gegaan. Vast staat dat dit in strijd is met de waarheid, dat Duraflow dit wist en dat het bericht aan externe partijen is gestuurd. [verzoeker] stelt terecht dat deze uitlating van Duraflow tegenover externe partijen, in combinatie met de opmerking ‘dat [verzoeker] er geen zin meer in heeft’, hem in de weg kan staan bij continuering van zijn werkzaamheden binnen Op het Veld . De kantonrechter oordeelt dat Duraflow met haar berichtgeving heeft gehandeld in strijd met goed werkgeverschap en dat dit onrechtmatig is tegenover [verzoeker] , zodat de gevraagde verklaring voor recht wordt toegewezen.
4.21.
Dit leidt er ook toe dat Duraflow het bericht moet rectificeren. [verzoeker] denkt dat het bericht aan alle klanten van Duraflow is gestuurd en verzoekt rectificatie onder alle opdrachtgevers van Duraflow, althans onder de groep die de berichtgeving heeft bereikt. Het eerste deel van deze vordering is te ruim geformuleerd en onvoldoende bepaald. Daarom moet worden beoordeeld welke opdrachtgevers het bericht hebben ontvangen.
4.22.
Duraflow stelt dat het bericht alleen intern is gedeeld en aan business partner Falkotek. Maar uit het overgelegde bericht blijkt dat het in elk geval ook aan Avans is gestuurd. Tussen partijen staat niet ter discussie dat Avans een klant is van Duraflow. Verder heeft [verzoeker] op de zitting verklaard dat hij is gebeld door een medewerker van NRG Petten, die hem vroeg waarom hij niet had aangekondigd met pensioen te gaan. Hieruit kan worden afgeleid dat ook opdrachtgever NRG Petten het bericht van Duraflow heeft ontvangen. Dit is door Duraflow niet gemotiveerd betwist. Andere opdrachtgevers heeft [verzoeker] niet concreet genoemd en er zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat het bericht andere externe partners heeft bereikt.
4.23.
Gelet op het voorgaande zal Duraflow worden veroordeeld tot rectificatie per e-mail aan Falkotek, Avans en NRG Petten, binnen een week na betekening van deze beschikking. Tegen de rectificatietekst van [verzoeker] als zodanig heeft Duraflow geen concreet verweer gevoerd, zodat de kantonrechter daarbij aansluit. Aan deze veroordeling wordt een dwangsom verbonden van € 1.000,00 per dag, zoals door [verzoeker] verzocht. De kantonrechter ziet aanleiding de dwangsom te maximeren tot € 10.000,00.
De proceskosten
4.24.
De proceskosten komen voor rekening van Duraflow, omdat Duraflow overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op € 1.681,00 (€ 732,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Duraflow om binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking aan [verzoeker] te betalen een bedrag van in totaal € 15.812,02 bruto voor achterstallig loon over de maanden april en mei 2025 en vakantiegeld 2024-2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% zoals bedoeld in artikel 7:625 BW, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.2.
veroordeelt Duraflow om binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking aan [verzoeker] te betalen een transitievergoeding van € 5.769,25 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 juli 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.3.
gelast Duraflow om binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking aan [verzoeker] te verstrekken deugdelijke bruto/netto specificaties van de hiervoor toegewezen bedragen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag, met een maximum van € 10.000,00, voor elke dag dat Duraflow hieraan niet voldoet,
5.4.
veroordeelt Duraflow om binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking aan [verzoeker] te betalen een bedrag van € 1.294,55 voor buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van indiening van het verzoekschrift tot de dag van volledige betaling,
5.5.
verklaart voor recht dat Duraflow met haar berichtgeving van 21 maart 2025 onrechtmatig jegens [verzoeker] heeft gehandeld,
5.6.
gelast Duraflow om binnen een week na betekening van deze beschikking een rectificatie per e-mail te sturen aan Falkotek, Avans en NRG Petten, met de volgende inhoud:
“Geachte lezer,
Eerder hebben wij u bericht dat de heer [verzoeker] met pensioen is en er geen zin meer in heeft om nog van toegevoegde waarde voor Duraflow te zijn. Dit bericht wensen wij te rectificeren door aan te geven dat Duraflow de samenwerking met de heer [verzoeker] heeft beëindigd, doch zijn nevenwerkzaamheden via zijn vennootschap Op het Veld Beheer B.V. blijven gecontinueerd.
Namens Duraflow B.V.
[directeur] ”,
op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag, met een maximum van € 10.000,00, voor elke dag dat Duraflow hieraan niet voldoet,
5.7.
veroordeelt Duraflow in de proceskosten van € 1.681,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Duraflow niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [5] ,
5.9.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 7:610 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
2.Artikel 6:217 lid 1 BW
3.Productie 2 bij het verzoekschrift
4.Artikel 7:628 lid 1 BW
5.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.