ECLI:NL:RBNHO:2025:14165

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
370310
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inzage in persoonsgegevens en transactiegegevens op grond van de AVG

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 10 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen eiser, een consument, en de rechtspersoon Risepoint Limited, gevestigd in Malta. De centrale vraag was of Risepoint verplicht was om eiser inzage te verlenen in zijn persoonsgegevens, met name zijn transactiegegevens, op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Eiser had herhaaldelijk verzocht om inzage in zijn transactiegeschiedenis, maar Risepoint had hier niet adequaat op gereageerd. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van misbruik van recht en dat eiser recht had op inzage in zijn gegevens. De rechter wees de vorderingen van eiser toe, inclusief een verbod voor Risepoint om gegevens te vernietigen en het opleggen van dwangsommen bij niet-naleving. De voorzieningenrechter concludeerde dat het gevorderde inzagerecht niet beperkt kon worden door de Maltese uitvoeringswet, omdat er geen op handen zijnde juridische procedure was. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en het recht op inzage in persoonsgegevens onder de AVG.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/370310 / KG ZA 25-634
Vonnis in kort geding van 10 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [plaats], gemeente [gemeente],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. B.Z. Loonstein,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
RISEPOINT LIMTED,
te Birkirara (Malta),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Risepoint,
advocaten: mr. J.G. Reus, mr. M. Moeskops en mr. L.S.C. de Graaf.

1.De zaak in het kort

1.1.
In deze procedure staat de vraag centraal of Risepoint [eiser] inzage moet verlenen in zijn persoonsgegevens, in het bijzonder zijn transactiegegevens. De voorzieningenrechter wijst de daartoe strekkende vordering toe op grond van de AVG. [1] Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is geen sprake van misbruik van bevoegdheid en komt [eiser] een beroep toe op artikel 15 AVG. De beperking die voortvloeit uit de Maltese uitvoeringswet is niet aan de orde, omdat geen sprake is van een op korte termijn op handen zijnde procedure. Het gevorderde verbod tot vernietiging van (persoons)gegevens wordt toegewezen, omdat Risepoint niet onvoorwaardelijk heeft toegezegd de gegevens te zullen bewaren. De gevorderde dwangsommen worden toegewezen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 26 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van Risepoint.

3.De feiten

3.1.
Risepoint maakte tot en met 31 oktober 2024 deel uit van de Kindred-groep (hierna: Kindred), een groep vennootschappen die wereldwijd via verschillende platformen en websites online kansspelen aanbiedt, onder meer via het online casino Unibet (hierna: Unibet).
3.2.
De Nederlandse activiteiten van het online casino Unibet werden vanaf circa 2004 tot 1 oktober 2021 geëxploiteerd door Risepoint via www.unibet.eu en www.unibet.com. Op 30 september 2021 is Risepoint (toen nog onder de naam Trannel International Limited) gestopt met het aanbieden van online kansspelen aan Nederlandse ingezetenen.
3.3.
[eiser] heeft in de periode vóór 1 oktober 2021 deelgenomen aan de door Risepoint (Unibet) aangeboden kansspelen.
3.4.
[eiser] heeft met een e-mailbericht van 27 mei 2024 aan Unibet ([e-mailadres].com), verzocht om een overzicht van zijn stortingen en opnames (transactiegeschiedenis) en andere data. Op 28 mei 2024 is ontvangst van dit bericht bevestigd vanuit het emailadres [e-mailadres].nl.
3.5.
Op 6 juni 2024 ontving [eiser] een e-mail van [e-mailadres].eu waarin om nadere informatie werd gevraagd. Op 12 juni 2024 stuurde Unibet een e-mail met daarin het bericht dat het verstrekken van de informatie twee maanden langer zou gaan duren. Op 16 juli 2024 volgde een nieuwe e-mail, met de mededeling dat vanwege het grote aantal en de complexiteit van de verzoeken het streven was om binnen 180 dagen op zijn verzoek te reageren. Op 11 oktober 2024 volgde een e-mail waarin bepaalde informatie werd verstrekt, maar niet het verzochte transactieoverzicht. Op 22 oktober 2024 ontving [eiser] een e-mail waarin werd verzocht om een kopie van zijn verzoek opnieuw in te dienen via een platform van Kindred. Dat heeft [eiser] gedaan, maar zonder resultaat.
3.6.
Op 3 januari 2025 om 13:11 uur heeft [eiser] opnieuw per e-mail gericht aan [e-mailadres].eu om zijn data verzocht.
3.7.
Diezelfde dag om 15:48 uur ontving [eiser] een e-mail dat Trannel was verder gegaan onder de naam Risepoint en niet langer onderdeel van Kindred was. In het bericht staat dat Risepoint de verwerker van persoonlijke gegevens is geworden die eerder door Trannel zijn verwerkt en dat [eiser] zijn verzoek daarom aan Risepoint moet richten.
3.8.
Op 24 februari 2025 ontving [eiser] een e-mail van Risepoint dat het dataverzoek langer in beslag zou gaan nemen vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de data.
3.9.
Bij brief van 29 september 2025 heeft de advocaat van [eiser] (kort gezegd) Risepoint in de gelegenheid gesteld om de opgevraagde data binnen zeven dagen te verstrekken en te bevestigen dat alle relevante gegevens integraal en ongewijzigd zullen worden bewaard en niet zullen worden vernietigd of onbereikbaar zullen worden gemaakt.
3.10.
Risepoint heeft niet inhoudelijk op de sommatie gereageerd.
3.11.
Risepoint is voor het verkrijgen van de persoonsgegevens van [eiser] afhankelijk van Kserol PLC waarmee Risepoint een service agreement heeft gesloten.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. Risepoint te bevelen om, binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, althans een door de rechtbank te bepalen redelijke termijn, ten aanzien van de in het lichaam van de dagvaarding bedoelde verwerkingen van persoonsgegevens en/of de in het lichaam van deze dagvaarding bedoelde (andere) gegevens, aan [eiser] informatie te verschaffen, door [eiser] inzage te verlenen in deze gegevens, waaronder in elk geval begrepen de directe of indirecte transacties tussen eiser en Risepoint, door aan [eiser] een kopie of afschrift van deze gegevens elektronisch te verstrekken die een compleet beeld vormen van deze gegevens en/of transacties, in een gangbaar formaat als XLS(X) of CSV dan wel door middel van een Application Programming Interface en waarbij de aan [eiser] te verstrekken informatie c.q. gegevens begrijpelijk is en hem in staat stelt de juistheid van de persoonsgegevens en de rechtmatigheid van de verwerking van die gegevens te controleren en/of de hoogte van door hem verrichte stortingen en opnames bij het casino Unibet te achterhalen;
II. Risepoint te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 5.000,00, aan [eiser], voor iedere dag of deel daarvan dat Risepoint in gebreke blijft om ten aanzien van [eiser] geheel te voldoen aan één of meer van de onder I genoemde bevelen, met een maximum van € 1.000.000,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag per dag dat Risepoint nalaat aan één of meer van de onder I genoemde bevelen te voldoen;
III. Risepoint te verbieden om enige van de in het lichaam van deze dagvaarding bedoelde bescheiden die betrekking hebben op [eiser], waaronder de transactieoverzichten van [eiser], te vernietigen, kwijt te maken, onleesbaar te maken of op enige andere wijze te vervreemden, zulks op straffe van een
dwangsom van € 500.000,00, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom, aan [eiser], in geval van gehele of gedeeltelijke overtreding van dit verbod;
IV. Risepoint te veroordelen in de proceskosten.
4.2.
[eiser] legt aan de vordering tot informatieverschaffing ten grondslag dat hij op grond van artikel 15 AVG recht op inzage heeft in de transactiegegevens tussen hem en Unibet. Deze gegevens zijn nodig om hem in staat te stellen om zijn rechten op grond van de AVG, waaronder het recht om te kunnen controleren of gegevens juist verwerkt zijn, uit te oefenen, aldus [eiser]. Hoewel hij zijn verzoek niet hoeft te onderbouwen, licht [eiser] toe dat hij inzicht wenst te krijgen in hoeveel verlies hij heeft geleden, in verband met een eventuele vordering uit hoofde van schending van de zorgplicht, maar dat hij ook zijn eigen spelgedrag wil kunnen analyseren. Dit inzicht is niet of slechts beperkt op een andere wijze te verkrijgen. Als de route van de AVG om inzage in persoonsgegevens te verkrijgen om welke reden dan ook niet openligt, moet het verzoek op grond van artikel 194 juncto artikel 195 Wetboek van rechtsvordering worden toegewezen, aldus [eiser]. Op grond van uitlatingen van Risepoint zelf vreest [eiser] ten slotte dat Risepoint zijn gegevens vernietigt, kwijtmaakt of op andere wijze onbereikbaar maakt, reden waarom hij een verbod daartoe vordert.
4.3.
Risepoint voert verweer. Risepoint concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Risepoint voert aan dat [eiser] niet ontvankelijk is, omdat het spoedeisend belang bij kennisname en controle van persoonsgegevens of bij de exhibitieplicht ontbreekt. [eiser] heeft geen omstandigheden gesteld waaruit volgt dat hij een bodemprocedure niet zou kunnen afwachten, aldus Risepoint. Daarnaast voert Risepoint verschillende inhoudelijke verweren, waaronder het verweer dat [eiser] misbruik van recht maakt omdat hij het inzageverzoek doet voor een ander doel dan waarvoor de AVG is bedoeld.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

5.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
Risepoint is gevestigd in Malta. Hierdoor heeft de zaak een internationaal karakter en moet de voorzieningenrechter eerst beoordelen of hij rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is.
5.2.
De Nederlandse voorzieningenrechter is bevoegd om te oordelen over het gevorderde. Op grond van artikel 79 lid 2 AVG (gewone verblijfplaats betrokkene) is de voorzieningenrechter bevoegd om kennis te nemen van het gevorderde, voor zover dat is gebaseerd op de AVG. [eiser] heeft als natuurlijk persoon en consument gehandeld, zodat de voorzieningenrechter ook op grond van de artikelen 17 en 18 herschikte EEX-Verordening [2] bevoegd is kennis te nemen van het gevorderde. Op niet contractuele gronden is de Nederlandse voorzieningenrechter bevoegd op grond van artikel 7 lid 2 herschikte EEX-Verordening, aangezien het schade brengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan.
5.3.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet het gevorderde naar Nederlands recht, waarvan de direct werkende AVG deel uitmaakt, worden beoordeeld. Voor wat betreft de vorderingen die hun grondslag vinden in de AVG, volgt dit uit de artikelen 2 en 3 AVG. Voor zover het gevorderde grondslag vindt in een (kansspel)overeenkomst, volgt de toepasselijkheid van Nederlands recht uit artikel 1 en artikel 6 leden 1 en 2
Rome I. [3] Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op niet contractuele verbintenissen volgt de toepasselijkheid van Nederlands recht uit artikel 1 en artikel 4 lid 1 Rome II. [4]
5.4.
Risepoint stelt zich op het standpunt dat zij een geldig beroep kan doen op een beperking van het inzagerecht op grond van de hierna te definiëren Maltese ‘
Restriction Regulation’. [eiser] betwist dat. Voor zover Maltees recht van toepassing is, gaat de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 5.17 nader op dat geschilpunt in.
Spoedeisend belang
5.5.
Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op een bodemprocedure. Risepoint stelt zich op het standpunt dat dit niet het geval is. De voorzieningenrechter volgt Risepoint hierin niet.
5.6.
[eiser] licht zijn spoedeisend belang bij zijn vorderingen voldoende toe. Hij stelt voldoende concreet dat hij vreest dat het steeds moeilijker wordt om zijn gegevens te verkrijgen door er op te wijzen dat Risepoint het steeds lastiger maakt om transactie-overzichten te verstrekken, terwijl dit tot april 2024 nog zonder problemen verliep. Ook kan er niet aan voorbij worden gegaan dat Risepoint mogelijk een sterfhuisconstructie in gang heeft gezet of zal zetten omdat zij sinds 31 oktober 2024 geen onderdeel meer uitmaakt van Kindred en volgens [eiser] niet of nauwelijks inkomsten meer genereert. Risepoint heeft op de zitting ook niet kunnen toelichten welke activiteiten Risepoint op dit moment nog uitoefent. Tenslotte is het spoedeisend belang ook gelegen in de wens van [eiser] om zo snel mogelijk inzicht te krijgen in zijn spelgedrag, omdat dit kan bijdragen aan de behandeling van zijn gokverslaving.
Ontvangst inzageverzoek
5.7.
Risepoint stelt dat er geen inzageverzoeken zijn overgelegd die aan haar gericht zijn. Omdat niet in geschil is dat Risepoint een inzageverzoek heeft ontvangen (zie 3.8) en Risepoint op de zitting heeft bevestigd dat dit in deze zaak ook niet relevant is, gaat de voorzieningenrechter aan deze stelling voorbij. Omdat Risepoint dat niet betwist, wordt zij als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 lid 7 AVG beschouwd.
Geen misbruik van recht
5.8.
Risepoint voert primair aan dat sprake is van misbruik van bevoegdheid, omdat [eiser] het inzageverzoek heeft gedaan voor een ander doel dan waarvoor artikel 15 AVG is bedoeld, namelijk voor het terugvorderen van zijn gokverliezen. Dat is geen zaak over privacy of de bescherming van persoonsgegevens. Artikel 15 AVG geeft niet in zijn algemeenheid het recht op inzage in, of het verstrekken van kopieën van stukken uit een dossier waarin de persoonsgegevens van betrokkene zijn verwerkt, aldus Risepoint. Hoewel de betrokkene geen reden hoeft aan te voeren waarom hij inzage wenst, betekent dat niet dat de rechter in het geheel geen acht hoeft te slaan op de motieven van de betrokkene bij (een procedure over) een inzageverzoek, als de betrokkene die motieven wel heeft geuit, aldus steeds Risepoint.
5.9.
[eiser] betwist dat sprake is van misbruik van recht, omdat hij het verzoek enkel met het oog op een procedure tegen Risepoint zou hebben gedaan. Hij voert aan dat hij op grond van de AVG zijn verzoek niet hoeft te motiveren. Dat betekent dat een inzageverzoek niet mag worden afgewezen als daarmee een ander doel wordt nagestreefd dan het controleren van de verwerking van de gegevens en rechtmatigheid daarvan. Bovendien wil [eiser] weldegelijk de juistheid van de verwerking controleren, aldus [eiser].
5.10.
De voorzieningenrechter is er niet van overtuigd dat [eiser] inzage verzoekt om zijn persoonsgegevens te controleren. Hij stelt dit weliswaar in de dagvaarding, maar heeft hier op de zitting geen tekst en uitleg over kunnen geven. [eiser] zei hierover desgevraagd: “
controleren misschien niet”.
Vast staat dat inzicht krijgen in het gokverlies voor een mogelijke procedure zonder meer een belangrijke achtergrond is van het verzoek van [eiser]. Daarnaast stelt [eiser]
dat hij inzicht wil hebben in zijn spelgedrag, omdat dit preventief kan werken en kan helpen bij de verwerking en het herstel van zijn ernstige gokverslaving. Rispoint heeft dit niet weersproken. Zij stelt zich op het standpunt dat dit geen doel is dat door de AVG wordt gedekt.
5.11.
De vraag die gezien de stellingen van partijen moet worden beantwoord, is of de rechter acht moet slaan op de motieven van een betrokkene bij (een procedure over) een inzageverzoek, als de betrokkene die motieven heeft geuit. Dat is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet het geval. Hij licht dat hierna toe.
5.12.
In overweging 63 AVG staat te lezen:
“Een betrokkene moet het recht hebben om de persoonsgegevens die over hem zijn verzameld, in te zien, en om dat recht eenvoudig en met redelijke tussenpozen uit te oefenen, zodat hij zich van de verwerking op de hoogte kan stellen en de rechtmatigheid daarvan kan controleren.”
Het Hof van Justitie heeft in het
FT/DW-arrest [5] in algemene bewoordingen gezegd dat (artikel 12 lid 5 en) artikel 15 leden 1 en 3
ookgelden wanneer het verzoek wordt gedaan met een ander doel dan in overweging 63 eerste volzin van de AVG genoemd [6] . Anders verwoord: een verzoek tot inzage mag niet worden geweigerd wanneer het inzageverzoek is gedaan met een ander doel dan het zich op de hoogte stellen van de verwerking van persoonsgegevens en het controleren van de rechtmatigheid daarvan.
Risepoint voert aan dat het arrest moet worden gelezen in de specifieke context van de casus - een medisch dossier -, maar dat valt niet in het arrest te lezen. Daarbij is van belang dat de eerste volzin van overweging 63 van de AVG zich niet beperkt tot medische dossiers. Het Hof van Justitie overweegt dat de uitoefening van het recht niet kan worden onderworpen aan voorwaarden waar de Uniewetgever niet in heeft voorzien, zoals de verplichting om een reden te noemen [7] . Ook dit zegt het Hof van Justitie in zijn algemeenheid. Als betrokkene geen reden hoeft te noemen voor zijn inzageverzoek, kan er geen sprake zijn van misbruik van recht als betrokkene een reden noemt die (mogelijk) geen rechtstreeks verband houdt met de AVG.
5.13.
De verwijzing van Risepoint naar artikel 12 lid 5 AVG en het voorstel van de Europese Commissie om te verduidelijken dat de verwerkingsverantwoordelijke het verzoek om (kosteloze) inzage mag weigeren als het inzagerecht voor een ander doel wordt ingezet [8] , maakt het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet anders, alleen al niet omdat het nog een voorstel is.
Het gegeven dat in Duitsland verzoeken als deze worden bestempeld als misbruik van recht, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de door Risepoint gegeven vertaling van de uitspraak van het landgericht Dortmund van 8 april 2025 blijkt dat in die zaak sprake zou zijn van strijd met de beginselen van burgerlijk procesrecht. Dat is hier niet aan de orde.
Tenslotte kan ook de verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 9 mei 2025 [9] Risepoint hier niet baten. In dat arrest ging het om de vraag of de AVG in het algemeen recht geeft op inzage in, of verstrekking van een kopie van, een volledig document of dossier waarin persoonsgegevens worden verwerkt. [eiser] verzoekt geen inzage in, of afschrift van zijn dossier, maar een kopie (uitdraai) van zijn transactiegegevens.
Inzage in transactiegegevens wel onontbeerlijk
5.14.
Subsidiair voert Risepoint aan dat de verstrekking van de gevraagde kopie inclusief de transactiegegevens niet onontbeerlijk is om [eiser] in staat te stellen de hem bij de AVG verleende rechten daadwerkelijk uit te oefenen. Wanneer deze informatie aan [eiser] zal worden verstrekt, zullen de transactiegegevens daar volgens Risepoint geen onderdeel van zijn. De voorzieningenrechter volgt Risepoint niet in haar standpunt, omdat niet in geschil is dat de transactiegegevens ook persoonsgegevens zijn of bevatten als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de AVG. Onder verwijzing naar de overwegingen hiervoor in 5.12, moeten deze gegevens ter inzage aan een betrokkene worden verstrekt, ook als dit een ander doel dient dan het zich op de hoogte stellen van de verwerking van persoonsgegevens en het controleren van de rechtmatigheid daarvan.
5.15.
Gelet op wat hiervoor is overwogen is geen sprake van misbruik van recht en heeft [eiser] recht op inzage van een volledig document (overzicht) met zijn transactiegegevens.
Malteser beperking
5.16.
Risepoint beroept zich ook op de Maltese beperking van artikel 15 AVG vastgelegd in de ‘
Subsidiary Legislation 586.09 Restriction of the Data Protection (Obligations and Rights) Regulations’ (hierna: de Restriction Regulation). Op grond van artikel 4 sub e van de Restriction Regulation kan een verwerkingsverantwoordelijke in of vooruitlopend op een juridische claim of juridische procedure niet op basis van de AVG gedwongen worden om persoonsgegevens prijs te geven die onderwerp van geschil zijn of die als bewijs kunnen dienen ter onderbouwing van stellingen. Volgens Risepoint is dit ingegeven door het verdedigingsbelang van de verwerkingsverantwoordelijke en is voldaan aan beide criteria van de uitleg die de Maltese privacy toezichthouder aan de beperking heeft gegeven. Risepoint acht namelijk verdedigbaar dat de claim van [eiser] ‘
existing’ (bestaand) en ten minste ‘
imminent’ (volgens haar: dreigend) is. Risepoint kan daarom weigeren de transactiegegevens aan [eiser] te verstrekken. [eiser] betwist dit.
5.17.
Ingeval Maltees recht van toepassing is en ervan uitgaande dat het inzagerecht van artikel 15 AVG op grond van artikel 23 AVG in verbinding met artikel 4, aanhef en onder e, van de Restriction Regulation kan worden beperkt, geldt het volgende.
Beperking van de rechten van de betrokkene kan slechts op grond van de voorwaarden zoals geformuleerd in artikel 23 AVG. Of de Restriction Regulation daarmee in lijn is, kan buiten beschouwing blijven. De Maltese privacy toezichthouder de ‘
Information and Data Protection Commissioner’ (hierna: IDPC), heeft in twee door [eiser] overgelegd uitspraken namelijk geoordeeld dat een verwerkingsverantwoordelijke zich niet op de beperking kan beroepen enkel vanuit de
veronderstellingdat de betrokkene na het verstrekken van de informatie een procedure tegen de verwerkingsverantwoordelijke zal instellen. In betreffende procedures oordeelde de IDPC dat de verwerkingsverantwoordelijke er niet in was geslaagd aan te tonen dat de betrokkene een rechtsvordering tegen haar had ingesteld. [eiser] wijst in dat verband op 21 uitspraken waarin de IDPC op Malta gevestigde casino’s heeft bevolen inzage te geven in alle persoonsgegevens inclusief transactiegeschiedenis. Niet is gebleken dat [eiser] een rechtsvordering tegen Risepoint heeft ingesteld, zodat Risepoint zich niet op de beperking van artikel 4, aanhef en onder e, van de Restriction Regulation kan beroepen. De uitleg op de website IDPC over de reikwijdte van dit artikel maakt dat niet anders. De IDPC licht toe dat voor een beroep op de beperking de verwerkingsverantwoordelijke moet aantonen dat sprake is van een ‘
existing or imminent legal claim’ (van de betrokkene). De voorzieningenrechter volgt Risepoint niet in haar standpunt dat ‘imminent’ gelijk kan worden gesteld met ‘een daadwerkelijk risico’ of ‘dreigend’. Gelet op de hiervoor bedoelde uitspraken van de IDPC moet dit geïnterpreteerd worden als ‘op handen zijn’: alsof [eiser] al van plan is een vordering tegen Risepoint in te stellen. Dat is hier niet het geval. [eiser] stelt immers dat het instellen van een vordering afhankelijk is van de hoogte van zijn verlies, en dat hij de afweging daarom pas kan en zal maken als hij inzage heeft gekregen. In eerdere zaken is er volgens hem (ook) geen procedure gestart als het verlies meeviel.
Daarnaast is ook niet gebleken dat het niet verstrekken van inzage in de transactiegegevens strikt noodzakelijk is voor de verdediging van Risepoint in een eventuele procedure over gokverliezen van [eiser], wat een vereiste is, wil Risepoint een beroep kunnen doen op artikel 4, aanhef en onder e, van de Restriction Regulation.
5.18.
Nog daargelaten dat er in dit geval dus nog geen concreet bestaande rechtsvordering of procedure is en evenmin de conclusie gerechtvaardigd is dat een rechtsvordering of procedure (op korte termijn) op handen is, of dat het niet verstrekken van de gegevens noodzakelijk is voor de verdediging van Risepoint in een eventuele procedure, valt bovendien niet in te zien wat er van het inzagerecht overblijft als Risepoint gelijk zou hebben. Haar weigering tast in de gegeven omstandigheden het inzagerecht in de kern aan. Het standpunt van Risepoint komt er in feite op neer dat zij altijd inzage in de transactiegegevens mag weigeren als sprake is van een (dreigende) procedure, omdat dan een inbreuk wordt gemaakt op haar verdedigingsbelang (in het bijzonder een verslechtering van haar bewijsrechtelijke positie). De voorzieningenrechter kan dit niet anders begrijpen dan dat Risepoint met haar weigering inzage te verstrekken [eiser] wil belemmeren om op basis van de juiste feiten een vordering aan de rechter voor te leggen. Dit alles maakt de weigering disproportioneel.
Artikel 23 AVG
5.19.
Het (subsidiaire) beroep van Risepoint op de beperking van artikel 23 lid 1 sub i AVG, omdat zij fundamenteel belang heeft om in vrijheid tot gedachten te komen, procedures en (proces)strategieën voor te bereiden en haar bedrijfsvoering en bedrijfsinformatie te beschermen, slaagt ook niet. Die weigering is niet proportioneel. Het gegeven dat Risepoint wordt geconfronteerd met duizenden inzageverzoeken die, zo stelt Risepoint, een enorme impact hebben op de bedrijfsvoering waardoor haar vrijheid van ondernemerschap wordt aangetast en er sprake is van zeer hoge administratieve lasten, maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat het inroepen van deze beperking jegens [eiser] gerechtvaardigd is. De eigen rechten en vrijheden van Risepoint worden op geen enkele wijze ingeperkt, want zij kan nog steeds in vrijheid haar processtrategie bepalen.
5.20.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering onder I op na te melden wijze kan worden toegewezen. Omdat het wordt toegewezen op grond van de AVG heeft het enkel betrekking op persoonsgegevens (waaronder de transactiegegevens vallen) en niet op de gevorderde “in het lichaam van de dagvaarding bedoelde (andere) gegevens”.
5.21.
De voorzieningenrechter zal de in dit verband gevorderde dwangsom ook toewijzen.
Niet kan worden uitgesloten dat Risepoint vooralsnog altijd aan een veroordelend vonnis heeft voldaan juist omdat er een dwangsom aan de hoofdveroordeling was verbonden.
Gelet op de onweersproken stellingen van [eiser] over de draagkracht van Risepoint en omdat een dwangsom afschrikwekkend genoeg moet zijn, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de gevorderde dwangsom te matigen. Daarnaast is nog niet bekend hoe groot de gokverliezen van [eiser] zijn, zodat niet gesteld kan worden dat de dwangsom daartoe niet in verhouding zou staan.
5.22.
Het voorgaande leidt er verder toe dat de subsidiaire grondslag, te weten de artikelen 194 en 195 Rv, geen bespreking en beoordeling meer behoeven.
Vordering strekkende tot een verbod tot vernietiging van gegevens
5.23.
Het gevorderde verbod om de bescheiden die op [eiser] betrekking hebben, waaronder de transactieoverzichten, te vernietigen, kwijt of onleesbaar te maken of op andere wijze te vervreemden, zal worden toegewezen. Hoewel Risepoint toezegt alle persoonsgegevens van [eiser] te zullen bewaren, maakt zij daarbij een uitdrukkelijk voorbehoud. Zij doet de toezegging ‘voor zover dat binnen haar macht ligt’. Risepoint lijkt daarmee haar eigen verantwoordelijkheid af te schuiven op Kserol Plc, die haar bijstaat bij het behandelen van de inzageverzoeken. [eiser] heeft daarom voldoende belang bij toewijzing van deze vordering.
5.24.
De in dit verband gevorderde dwangsom zal worden toegewezen. Ook hier ziet de voorzieningenrechter geen reden voor matiging.
Proceskosten
5.25.
Risepoint wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De voorzieningenrechter ziet in de proceshouding van Risepoint in deze zaak geen aanleiding om af te wijken van het gangbare liquidatietarief. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
135,97
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.751,97

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
beveelt Risepoint om, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, ten aanzien van de in het lichaam van de dagvaarding bedoelde verwerkingen van persoonsgegevens aan [eiser] informatie te verschaffen, door eiser inzage te verlenen in deze gegevens, waaronder in elk geval begrepen de directe of indirecte transacties tussen [eiser] en Risepoint, door aan [eiser] een kopie of afschrift van deze gegevens elektronisch te verstrekken die een compleet beeld vormen van deze gegevens en/of transacties, in een gangbaar formaat als XLS(X) of CSV dan wel door middel van een Application Programming Interface en waarbij de aan [eiser] te verstrekken informatie c.q. gegevens begrijpelijk is en hem in staat stelt de juistheid van de persoonsgegevens en de rechtmatigheid van de verwerking van die gegevens te controleren en/of de hoogte van door hem verrichte stortingen en opnames bij het casino Unibet te achterhalen,
6.2.
veroordeelt Risepoint om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling onder 6.1 voldoet, tot een maximum van € 1.000.000,00 is bereikt,
6.3.
Risepoint te verbieden om enige van de in het lichaam van deze dagvaarding bedoelde bescheiden die betrekking hebben op [eiser], waaronder de transactieoverzichten van [eiser], te vernietigen, kwijt te maken, onleesbaar te maken of op enige andere wijze te vervreemden,
6.4.
veroordeelt Risepoint om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 500.000,00 in geval Risepoint niet aan de hoofdveroordeling onder 6.3 voldoet door gehele of gedeeltelijke overtreding van het daar vermelde verbod,
6.5.
veroordeelt Risepoint in de proceskosten van € 1.751,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Risepoint niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
1621

Voetnoten

1.Verordening (EU) 2016/679 bescherming natuurlijke personen i.v.m. verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
2.Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europese Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
3.Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.
4.Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen.
5.Hof van Justitie EU, 26 oktober 2023, C-307/22, ECLI:EU:C:2023:811, punt 43 en 38.
6.Hof van Justitie EU, 26 oktober 2023, C-307/22, ECLI:EU:C:2023:811, punt 52 en 80 sub 1.
7.Hof van Justitie EU, 26 oktober 2023, C-307/22, ECLI:EU:C:2023:811, punt 51.
8.Het voorstel is onderdeel van de Digital omnibus legislative proposals van de Europese commissie van november 2025.
9.Hoge Raad 9 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:723, r.o. 3.7.1 t/m 3.7.5.