ECLI:NL:RBNHO:2025:1419

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 januari 2025
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
9733406 \ CV EXPL 22-1425
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 onder e BWArt. 6:230v lid 7 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis over kostenbeding en incassokosten in handelsgeschil

In deze civiele bodemzaak heeft de rechtbank Noord-Holland op 15 januari 2025 een verstekvonnis gewezen tegen de niet verschenen gedaagde partijen. De eisende partij, handelend onder een bedrijfsnaam, vorderde betaling van openstaande facturen en bijkomende kosten.

De kantonrechter heeft ambtshalve het kostenbeding getoetst en geoordeeld dat hoewel het beding niet transparant is omdat alleen een uurtarief wordt genoemd, het niet onredelijk bezwarend is. Het overeengekomen uurtarief van €160 exclusief btw werd als marktconform beschouwd. Wel werd een sanctie van 25% toegepast wegens schending van de transparantie-eisen uit het BW.

Verder werd het beding betreffende buitengerechtelijke incassokosten vernietigd, waardoor de eisende partij geen beroep kon doen op de wettelijke regeling voor incassokosten. De gevorderde wettelijke rente werd slechts toegewezen over het toewijsbare bedrag vanaf de dag van dagvaarding. De gedaagde partijen werden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente, proceskosten en nakosten, en de veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde partijen worden veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, wettelijke rente en proceskosten met een sanctie van 25% wegens niet-transparant kostenbeding.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10750638 \ CV EXPL 23-6720
Uitspraakdatum: 15 januari 2025
Verstekvonnis in de zaak van:
[eiser],handelend onder de naam,
[bedrijf 1](onderdeel van
[bedrijf 2])
wonende te [plaats 1] en kantoorhoudende te [plaats 2]
de eisende partij
gemachtigde: P. de Ruijter
tegen

1.[gedaagde 1]

2. [gedaagde 2]
wonende te [plaats 2]
de gedaagde partijen
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 28 februari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld haar vordering nader toe te lichten, hetgeen zij bij akte van 27 maart 2024 (hierna: de akte) heeft gedaan.

2.De verdere beoordeling

Kostenbeding
2.1.
De eisende partij heeft in de akte onder andere toegelicht waarom geen sprake is van een oneerlijk kostenbeding. De kantonrechter volgt het standpunt en overweegt als volgt.
2.2.
In lijn met het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 november 2024 (ECLI:2024:3269) is de kantonrechter van oordeel dat het kostenbeding weliswaar niet transparant is [1] (omdat uitsluitend een uurtarief wordt genoemd), maar niet onredelijk bezwarend (oneerlijk).
2.3.
In dit geval is een uurtarief van € 160,- exclusief btw overeengekomen. De kantonrechter vindt dit een marktconform uurtarief. [2]
2.4.
Uit het voorgaande volgt dat het kostenbeding niet in strijd – met de goede trouw – het evenwicht verstoort ten nadele van de gedaagde partijen. Het is niet oneerlijk en de gedaagde partijen zijn in beginsel gehouden tot betaling van de openstaande facturen.
Sanctie
2.5.
Wel zal – eveneens in lijn met voornoemd arrest – een sanctie worden toegepast van 25% omdat het niet transparant zijn van het kostenbeding een schending van artikel 6:230m lid 1 onder e BW en 6:230v lid 7 BW oplevert.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.6.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen met betrekking tot de incassokosten. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen. Op grond van het beding zijn de incassokosten kosten al verschuldigd, zodra de consument in verzuim is. Dat volgens de eisende partij meerdere 14-dagen brieven zijn verstuurd en incassokosten pas in rekening worden gebracht na het verstrijken van de in de brieven genoemde termijn, maakt dat niet anders. Artikel 9 van Pro de algemene voorwaarden zal worden vernietigd en de eisende partij kan (zoals in het tussenvonnis al overwogen) geen beroep doen op de wettelijke regeling, zodat de buitengerechtelijk incassokosten zullen worden afgewezen.
2.7.
De gevorderde vervallen wettelijke rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.8.
De gedaagde partijen worden in het ongelijk gesteld en zullen daarom in de proces- en nakosten worden veroordeeld.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de ene partij betaalt de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan de eisende partij van € 1.625,33, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de volledige betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk, zoals hiervoor vermeld, tot betaling van de proceskosten en de nakosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 108,95
griffierecht € 244,00
salaris gemachtigde € 204,00
nakosten € 102,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie r.o. 2.5. e.v. van voornoemd arrest.
2.Zie r.o. 2.11. e.v. van voornoemd arrest.