Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[minderjarige]
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele procedure tussen eiser, handelend namens een bedrijf, en gedaagde, die niet is verschenen, heeft de kantonrechter ambtshalve getoetst aan de hand van de algemene voorwaarden. Bij tussenvonnis was reeds een voorlopig oordeel gegeven over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding.
De kantonrechter bevestigt dit oordeel en vernietigt artikel 12 van Pro de algemene voorwaarden voor zover het betrekking heeft op buitengerechtelijke incassokosten, waardoor deze kosten worden afgewezen. Het rentebeding in artikel 10 wordt Pro getoetst en niet als oneerlijk bevonden.
De gevorderde hoofdsom en wettelijke rente worden toegewezen, evenals verdere rente vanaf 30 april 2025 tot aan volledige betaling. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten, waaronder dagvaarding, griffierecht en salaris gemachtigde, en een nasalaris van €41,00 voor daadwerkelijk gemaakte nakosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Incassokostenbeding vernietigd, hoofdsom en rente toegewezen, gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten.