ECLI:NL:RBNHO:2025:14217

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
11578005 \ CV EXPL 25-949
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijk incassokostenbeding en gedeeltelijke toewijzing hoofdsom

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft bij verstekvonnis van 3 december 2025 geoordeeld over een geschil tussen een B.V. en een gedaagde partij betreffende een incassovordering.

In een tussenvonnis van 16 juli 2025 werd reeds voorshands geoordeeld dat het incassokostenbeding in artikel 9 van Pro de algemene voorwaarden van de eisende partij oneerlijk was. De kantonrechter handhaaft dit oordeel en vernietigt het beding voor zover het betrekking heeft op buitengerechtelijke incassokosten, waardoor deze kosten worden afgewezen.

De hoofdsom wordt gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 473,20, zijnde 40% van het gevorderde bedrag. De gevorderde rente wordt afgewezen omdat deze over een te hoog bedrag is berekend; de wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding over de toegewezen hoofdsom.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de toegewezen hoofdsom, de wettelijke rente en de proceskosten, met uitzondering van de kosten voor het opstellen van de akte die voor rekening van de eisende partij blijven. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Incassokostenbeding vernietigd, hoofdsom van €473,20 plus wettelijke rente toegewezen, incassokosten en te hoge rente afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11578005 \ CV EXPL 25-949
Uitspraakdatum: 3 december 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] B.V.
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 16 juli 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het in het tussenvonnis voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden van de eisende partij. De eisende partij heeft ter uitvoering van het tussenvonnis een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij refereert zich in de akte aan het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding uit artikel 9 van Pro de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet daarom en ook anderszins geen aanleiding om terug te komen op dit oordeel. Het beding uit artikel 9 van Pro de algemene voorwaarden zal worden vernietigd, voor zover dit ziet op de buitengerechtelijke incassokosten. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
2.2.
Ook voor het overige blijft de kantonrechter bij hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist.
Wat is toewijsbaar?
2.3.
Gelet op het voorgaande en hetgeen in het tussenvonnis is overwogen, is een bedrag van € 473,20 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 1.093,00 x 0.4).
2.4.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.5.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen gelet op het voorgaande worden afgewezen.
Conclusie en proceskosten
2.6.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
2.7.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze kosten te maken.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 473,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 februari 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78;
griffierecht € 340,00;
salaris gemachtigde € 82,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter