Op 7 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, een beschikking gegeven in de zaken met de zaaknummers C/15/364716 / JU RK 25-587 en C/15/370493 / JU RK 25-1411. Deze beschikking betreft de ondertoezichtstelling en de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [de minderjarige]. De moeder van [de minderjarige] is vanwege haar lichamelijke en psychische problematiek niet in staat om een veilige en gezonde opvoedomgeving te bieden. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de plaatsing in het pleeggezin van tante [tante] moet worden geborgd. De Raad voor de Kinderbescherming en de Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam zijn betrokken als belanghebbenden in deze zaak.
De kinderrechter heeft de procedure op 7 november 2025 met gesloten deuren behandeld, waarbij de advocaat van de moeder, de Raad en de GI aanwezig waren. De moeder en de pleegmoeder zijn niet verschenen. De kinderrechter heeft de zorgen over de moeder en de thuissituatie van [de minderjarige] in overweging genomen. De moeder heeft in het verleden hulpverlening aanvaard, maar vertoont nu zorgmijdend gedrag. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat de ontwikkeling van [de minderjarige] ernstig bedreigd wordt en dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk zijn voor zijn welzijn.
De kinderrechter heeft besloten om de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot 28 mei 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing in het netwerkpleeggezin van tante [tante] eveneens te verlengen tot dezelfde datum. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.