Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
- [betrokkene 2]
- Mr. H. Loonstein, voornoemd
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Op 1 december 2025 overleed een man die een Joodse begrafenis wenste, zoals blijkt uit een volmacht en een verklaring van de rabbijn. De vereniging Joods Begrafeniswezen (JBW) had met instemming van de vier kinderen voorbereidingen getroffen en het verlof tot begraving aangevraagd. Na een wijziging van de kinderen die hun toestemming introkken, ontstond een geschil over de afgifte van het lichaam.
De rechtbank oordeelt dat de vermoedelijke wens van de overledene bepalend is, ook gezien zijn vasculaire dementie. De volmacht en de verklaring van de rabbijn worden als voldoende bewijs van deze wens gezien. Er zijn geen aanwijzingen dat JBW een eigen belang nastreeft of dat de volmacht onjuist tot stand kwam.
De rechtbank beveelt daarom dat het lichaam vóór 14:00 uur op 5 december 2025 aan JBW wordt overgedragen voor een Joodse begrafenis. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de afgifte van het lichaam aan de Joodse begrafenisvereniging in overeenstemming met de vermoedelijke wens van de overledene.