ECLI:NL:RBNHO:2025:14375

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
11884657 \ VV EXPL 25-142
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kort geding over betaling van facturen en schadevergoeding tussen zelfstandige en bouwbedrijf

In deze zaak vordert eiser, een zelfstandige, in kort geding betaling van drie facturen van in totaal € 2.823,00 voor werkzaamheden die hij heeft verricht voor gedaagde, Bouwcapital B.V. Gedaagde heeft de betaling van de facturen opgeschort en vordert in reconventie schadevergoeding van eiser, omdat hij schade zou hebben veroorzaakt aan het pand en een bedrijfsauto van Bouwcapital. De kantonrechter heeft de vorderingen van beide partijen afgewezen, omdat het spoedeisend belang ontbreekt. De rechter oordeelt dat er onvoldoende bewijs is voor de claims van beide partijen en dat de financiële situatie van partijen niet zodanig is dat zij niet kunnen wachten op de uitkomst van een bodemprocedure. De rechter benadrukt dat er een tegenstrijdige lezing is van de gebeurtenissen en dat dit nader onderzoek vereist, wat niet mogelijk is in kort geding. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11884657 \ VV EXPL 25-142
Vonnis in kort geding van 21 november 2025
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. R.G.E. de Vries,
tegen
BOUWCAPITAL B.V.,
te Zwanenburg,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Bouwcapital,
gemachtigde: mr. G.W. van Bolhuis.
De zaak in het kort
[eiser] vordert in dit kort geding betaling van een drietal facturen voor werkzaamheden die hij voor Bouwcapital heeft verricht. De tegenvorderingen van Bouwcapital strekken tot vergoeding van schade. De kantonrechter wijst de vorderingen over en weer af, omdat het spoedeisend belang ontbreekt. Hierbij weegt mee dat partijen geheel een andere lezing hebben wat er is voorgevallen aan de [adres 1] en onvoldoende gebleken is welke lezing de juiste is.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 september 2025, met 6 producties;
- de mondelinge behandeling van 7 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- conclusie van antwoord met een tegenvordering, met 10 producties.

2.De feiten

2.1.
Bouwcapital voert een onderneming op het gebied van het beheren en uitvoeren van bouw- en renovatieprojecten.
2.2.
[eiser] is als zelfstandige werkzaam en staat in het handelsregister met zijn bedrijf ingeschreven als “[bedrijf]”.
2.3.
Partijen zijn in september 2024 mondeling overeengekomen dat [eiser] in opdracht van Bouwcapital werkzaamheden als stukadoor en schilder zal verrichten.
2.4.
Bouwcapital heeft drie facturen ter hoogte van in totaal € 2.823,00 onbetaald gelaten. De facturen hebben betrekking op werkzaamheden die [eiser] in de zomer van 2025 heeft verricht aan de [adres 1] en aan de [adres 2] te [plaats].
2.5.
Op 14 juli 2025 heeft Bouwcapital [eiser] de volgende e-mail gestuurd:
“(…) Beste [bedrijf],
Wij willen je informeren dat wij jouw laatste facturen voorlopig hebben bevroren. De reden hiervoor is de aanzienlijke schade die is ontstaan aan de ramen van het pand aan de [adres 1].
Zowel jijzelf, [betrokkene 1] als de bewoners hebben bevestigd dat jij verantwoordelijk bent voor deze schade. Na inspectie is gebleken dat het niet mogelijk is de ramen te herstellen; volledige vervanging is noodzakelijk. De kosten hiervoor worden momenteel geraamd op ongeveer €25.000. Wij overwegen daarom om deze kosten op jou te verhalen. (…)
Daarnaast is er ook aanzienlijke schade ontstaan aan de bus. Ook hierover beschikken wij over videomateriaal: een video voordat jij de schade hebt veroorzaakt, en een video van de schade zoals deze achteraf is vastgelegd – beide door jou zelf gemaakt. De video’s in de bijlage. De bus is in deze periode alleen door jou gebruikt en dus niet door een ander. (…)
Daarnaast zijn er nog diverse andere schades ontstaan, zoals krassen op de vlonderdelen — waaronder zelfs de nieuwe vlonders die volledig bekrast zijn — en gaten in de gevel die niet op de juiste manier zijn gerepareerd. Dit komt bovenop een reeks andere problemen die we hier nog niet eens hebben benoemd.
Concluderend willen wij duidelijk maken dat wij op dit moment je facturen niet zullen betalen. We verzoeken je ook vriendelijk maar dringend om alle medewerkers van BouwCapital met rust te laten. Dit betekent onder andere dat je niemand meer ’s nachts belt en niet onaangekondigd met een camera ons kantoor binnenloopt, wat voor onrust zorgt bij onze mensen.(…)”
2.6.
Op 4 november 2025 heeft [betrokkene 1], werkzaam bij Bouwcapital, per mail aan Bouwcapital het volgende bericht:
“(…) Op 30 Juni 2025 was ik samen met [eiser] aan op dit adres. Wij waren beiden opdrachtnemer van BouwCapital B.V. Ik begeleidde het project en [eiser] was hier aan het werk. [eiser] hield zich bezig met stucadoorswerk en schilderwerk. Door het stucen waren de ramen vuil geworden, ook was het zijn taak om het project schoon op te leveren na de werkzaamheden. Boven was al klaar en hij was nog met de laatste dingen beneden bezig, toen ik boven ging kijken of alles gedaan was zag ik samen met de bewoners de krassen aan de buitenzijde in de ramen (plus nog wat andere schades die pas zichtbaar waren toen de stucloper verwijderd was)op dat moment was hij de ruiten aan het schoonmaken, een verdieping lager zonder eerst de stucresten met een krabber van de ruiten te verwijderen waardoor hij een soort kleine steentjes in de ramen met een doek aan het poetsen was dit veroorzaakte alle krassen, Ik heb toen meteen gezegd dat hij moest stoppen en heb BouwCapital via WhatsApp op de hoogte gebracht van de schade. Achteraf heeft hij alsnog ook nog eens een dezelfde schade gemaakt aan de ramen die op dat moment nog niet beschadigd waren
[eiser] dacht dat hij de krassen er nog wel uit kon krijgen, maar ik was eigenlijk meteen bang dat dit niet ging lukken, ik heb nog geprobeerd mee te denken naar een oplossing voor hem maar heb helaas niks kunnen vinden. Dat is later ook gebleken toen [eiser] het probeerde met een soort wax. Daarna is ook door een polijster bevestigd dat de ramen niet meer hersteld kunnen worden.(…)”

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser] vordert veroordeling van Bouwcapital tot betaling van € 2.823, vermeerderd met proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat hij met Bouwcapital in september 2024 een overeenkomst heeft gesloten op grond waarvan hij in opdracht van Bouwcapital werkzaamheden als stukadoor en schilder zou verrichten. In juni 2025 en juli 2025 zijn er werkzaamheden verricht. Bouwcapital heeft de facturen, ondanks aanmaning, niet betaald.
3.3.
Bouwcapital voert verweer. Zij stelt zich allereerst op het standpunt dat het spoedeisend belang ontbreekt. Verder voert Bouwcapital aan dat zij de betaling van de genoemde facturen bij e-mail van 14 juli 2025 heeft opgeschort. Hierbij licht zij toe dat [eiser] bij de uitvoering van zijn werkzaamheden aan de [adres 1] te Amsterdam aanzienlijke schade heeft veroorzaakt aan de ruiten van het pand. De herstelkosten zijn geoffreerd op € 14.126,75 inclusief BTW. Dat [eiser] deze schade heeft veroorzaakt blijkt uit diverse Whatsapp-berichten, de e-mail van 14 juli 2025 en de verklaring van [betrokkene 1]. Verder voert Bouwcapital aan dat [eiser] schade heeft toegebracht aan een bedrijfsauto van Bouwcapital. De kosten hiervan zijn € 1.403,60 inclusief BTW.
in reconventie
3.4.
Bouwcapital vordert primair veroordeling van [eiser] tot betaling van € 12.595,00, vermeerderd met rente en kosten. Subsidair vordert Bouwcapital veroordeling van [eiser] tot betaling van € 15.530,35, vermeerderd met rente en kosten. Meer subsidiair vordert Bouwcapital veroordeling van [eiser] tot nakoming in de zin van artikel 3:296 BW, inhoudende vervanging of herstel van de beschadigde ruiten aan de [adres 1] te Amsterdam en veroordeling van [eiser] tot betaling van € 1.160,00, vermeerderd met rente en kosten.
3.5.
Bouwcapital stelt dat [eiser] zijn werkzaamheden ondeugdelijk heeft uitgevoerd waardoor er schade is ontstaan aan onder meer de ruiten van het pand van de opdrachtgevers van Bouwcapital. Daarnaast heeft [eiser] de bedrijfsauto van Bouwcapital beschadigd. Deze schade moet [eiser] betalen.
3.6.
[eiser] betwist de tegenvordering en voert daartoe aan dat hij de ruiten – met uitzondering van de ruiten op de derde verdieping – heeft afgedekt met een
prima cover. De ruiten op de derde verdieping hoefden niet afgedekt te worden omdat dat niet tot de opdracht behoorde. Verder voert [eiser] aan dat hij slechts één ruit heeft schoongemaakt. Toen hij de krassen zag is hij daar direct mee gestopt. De door Bouwcapital gestelde schade kan dan ook onmogelijk door hem alleen zijn toegebracht. Ook betwist [eiser] dat hij de motorkap heeft beschadigd.
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De kantonrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de kantonrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.
in conventie en in reconventie
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] en Bouwcapital het spoedeisend belang bij hun vorderingen over en weer - mede gelet op de gemotiveerde betwistingen over en weer - onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt. [eiser] heeft zijn stelling dat hij zijn financiële verplichtingen moeilijk kan nakomen niet nader (met stukken) onderbouwd. Bouwcapital heeft haar stelling dat zij in acute liquiditeitskrapte verkeert evenmin onderbouwd. Hierdoor is niet aannemelijk geworden dat de financiële situatie van partijen [eiser] zodanig is dat van hen niet kan worden gevraagd om de uitkomst van een eventuele bodemprocedure af te wachten.
4.3.
Hierbij weegt mee dat partijen een geheel andere lezing hebben wat er is voorgevallen aan de [adres 1] en in het onderhavige kort geding onvoldoende naar voren is gekomen welke lezing de juiste is en wat de financiële consequenties daarvan moeten zijn.
4.4.
Bouwcapital heeft betoogd dat [eiser] schade aan de motorkap heeft veroorzaakt, alsmede dat hij 25 ruiten heeft beschadigd. Ter onderbouwing heeft Bouwcapital verwezen naar diverse Whatsappberichtjes, de e-mail van 14 juli 2025 en naar de verklaring van [betrokkene 1] van 4 november 2025. Hier tegenover staat het betoog van [eiser] dat hij slechts één raam heeft schoongemaakt en dat hij daar direct mee is gestopt toen hij de krassen zag. Het kan volgens hem niet juist zijn dat door zijn toedoen 25 ruiten onherstelbaar beschadigd zijn geraakt. Verder heeft [eiser] betoogd dat hij de ruiten – met uitzondering van de ruiten op de derde verdieping – heeft afgedekt met een
prima cover. De gestelde schade kan ook gelet hierop niet door hem zijn veroorzaakt. Verder heeft hij gesteld dat hij niet als enige belast was met de schoonmaakwerkzaamheden. [betrokkene 2] was hier ook verantwoordelijk voor. De schade kan ook om die reden niet (alleen) op hem worden verhaald. De door [betrokkene 1] opgestelde verklaring is volgens [eiser] bovendien onbetrouwbaar, omdat [betrokkene 1] op de bewuste dag niet heeft aangegeven dat de ruiten beschadigd zijn geraakt en dat de verklaring pas achteraf – op 4 november 2025 – is opgesteld. Voor wat betreft de schade aan de motorkap heeft [eiser] gesteld dat hij de motorkap niet heeft beschadigd. Hierbij heeft hij toegelicht dat er stof op de motorkap lag en dat hij in het stof het woord
“money” heeft geschreven.
4.5.
Wat zich feitelijk tussen partijen heeft voorgevallen is beslissend voor het antwoord op de vraag in hoeverre de vorderingen van partijen over en weer kunnen worden toegewezen. Dit vergt nader onderzoek dat niet in kort geding maar in een bodemprocedure zal moeten plaatsvinden.
Proceskosten
4.6.
Omdat [eiser] in conventie en Bouwcapital in reconventie volledig in het ongelijk worden gesteld, worden de proceskosten in beide procedures gecompenseerd in die zin dat iedere partij belast blijft met de eigen kosten.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie en in reconventie
5.1.
wijst de vorderingen in conventie en in reconventie af;
5.2.
compenseert de kosten van de procedure in conventie en in reconventie tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.