Uitspraak
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 24 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Noord-Holland
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van het gehuurde en betaling van een aanzienlijke huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente. Gedaagden erkent de huurachterstand en geeft aan het gehuurde binnen twee weken vrijwillig te zullen ontruimen.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand per dagvaarding 8 maanden bedraagt, wat een ernstige wanprestatie vormt die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Gezien de omstandigheden is met grote mate van zekerheid te verwachten dat de bodemrechter de ontbinding zal uitspreken, waardoor toewijzing van de ontruiming in kort geding gerechtvaardigd is.
De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. De gevorderde machtiging tot ontruiming met inzet van de sterke arm wordt afgewezen als overbodig. De gevorderde huurachterstand en rente worden toegewezen, evenals buitengerechtelijke incassokosten tot het in de aanmaning genoemde bedrag van € 756,26. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand, incassokosten, rente en proceskosten.