Uitspraak
[bedrijf 1],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 7.985,00, te vermeerderen met de contractuele rente (1,5% per maand of een deel van een maand) danwel de wettelijke handelsrente vanaf 21 oktober 2024 (betreffende het factuurbedrag van € 6.960,00) en vanaf 22 november 2024 (betreffende het factuurbedrag van € 1.025,00) tot de dag van volledige betaling, te vermeerderen met € 774,25 (buitengerechtelijke kosten ex artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW));
- [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de toegekende (buiten)gerechtelijke kosten en de nakosten vanaf de datum van dit vonnis.