De vrouw en de man, ex-partners en gezamenlijk eigenaar van een woning, zijn in geschil over het voorlopig gebruik van deze woning na beëindiging van hun relatie. De vrouw woont er met haar meerderjarige zoon, dochter en de vriend van haar dochter. De man woont elders sinds september 2025.
De vrouw vordert het exclusieve gebruik van de woning voor zes maanden, terwijl de man dit eveneens eist. De voorzieningenrechter beoordeelt dat beide partijen evenveel recht hebben op de woning, maar dat de verstoorde verhoudingen gezamenlijk wonen onmogelijk maken. De belangenafweging leidt tot toewijzing van het gebruik aan de vrouw vanwege het kwetsbare psychische welzijn van haar zoon en het ontbreken van alternatieve woonruimte.
De man kan de vrouw en haar zoon niet onderdak bieden zonder de vrouw en haar zoon uit de woning te verdrijven, wat zwaarwegend is. De vrouw zal ook de eigenaars- en gebruikerslasten dragen. Een door de vrouw gevorderd locatieverbod voor de man wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en disproportionaliteit.
De procedurekosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. N. Boots en op 9 december 2025 in het openbaar uitgesproken.