ECLI:NL:RBNHO:2025:14475

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
11502873 \ CV EXPL 25-140
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot wijziging van koopovereenkomst van een paard wegens dwaling

In deze zaak heeft eiseres een paard gekocht van gedaagde, Van Bockxgrave Horses, voor een bedrag van € 13.500,00. Eiseres stelt dat er sprake is van dwaling, omdat het paard gebreken vertoonde die niet bekend waren bij de aankoop. De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst kan worden gewijzigd om het nadeel van eiseres op te heffen, en halveert de koopprijs tot € 6.750,00. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen. De procedure omvat verschillende stappen, waaronder een dagvaarding en een mondelinge behandeling, waarbij gedaagde niet is verschenen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gebreken aan het paard al voor de aankoop aanwezig waren, en dat eiseres bij een juiste voorstelling van zaken de koop niet zou hebben gesloten. De rechter heeft de vordering van eiseres toegewezen en gedaagde veroordeeld tot betaling van het bedrag van € 6.750,00 en de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11502873 \ CV EXPL 25-140 TB
Vonnis van 4 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders Juristen Incassospecialisten,
tegen
de besloten vennootschap
VAN BOCKXGRAVE HORSES B.V.,
te Hapert,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Van Bockxgrave Horses,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Eiseres heeft een paard gekocht van gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van dwaling en wijzigt de gevolgen van de overeenkomst ter opheffing van het nadeel zodanig dat de koopprijs wordt gehalveerd. De daarnaast ook nog ingestelde vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 31 december 2024
- de mondeling conclusie van antwoord van 23 januari 2025
- het schriftelijke aanvullend antwoord van 14 februari 2025
- het tussenvonnis van 6 maart 2025
- het bericht van 18 juni 2025 met productie(s) van [eiseres]
- de mondelinge behandeling van 16 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [eiseres] en haar gemachtigde zijn op die zitting verschenen. Van Bockxgraves Horses is, ondanks dat zij op de juiste manier is uitgenodigd, niet verschenen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 31 maart 2022 heeft [eiseres] van Van Bockxgrave Horses een paard, genaamd Sofia Reina (hierna: het paard), gekocht tegen betaling van een koopprijs van € 13.500,00 (hierna: de overeenkomst). Vóór de aankoop heeft Paardenartsen Brabant het paard medisch/klinisch gekeurd op 24 maart 2022.
2.2.
Op 16 juli 2024 heeft dierenarts [B.] (hierna: dierenarts [B.] ) van Paardenkliniek Hollands Kroon röntgenfoto’s gemaakt van de beenderen van het paard en het volgende geconstateerd:

Zeker de fragmenten in de sprong maar ook die van de kogel zouden op de leeftijd van 3 jaar zichtbaar moeten zijn geweest daar het afwijkingen betreft die ofwel aangeboren ofwel vroegtijdig in de ontwikkeling zijn ontstaan.”.
…………….
Bij nadere vergelijking van de set foto’s moeten we concluderen dat het niet om hetzelfde paard gaat (ook andere beenderige structuren hebben een andere vorm van structuur).”.
2.3.
Op 16 juli 2024 heeft [eiseres] via WhatsApp contact opgenomen met de heer [naam] van Van Bockxgrave Horses (hierna: [naam] ) en de door dierenarts [B.] gemaakte röntgenfoto’s aan hem doorgestuurd.
2.4.
Op 20 september 2024 heeft [eiseres] [naam] in gebreke gesteld, met het verzoek het gebrek binnen 14 dagen te herstellen.
2.5.
Op 8 oktober 2024 heeft [eiseres] aan [naam] laten weten dat [naam] in verzuim is en dat zij wijziging van de overeenkomst wil om het nadeel op te heffen plus vergoeding van de herstelkosten. Op 28 oktober 2024 heeft [eiseres] een herinnering daarvan aan [naam] gestuurd.
2.6.
Bij brief van 14 november 2024 heeft [eiseres] een omzettingsverklaring aan [naam] gestuurd.
2.7.
Op 15 november 2024 heeft dierenarts [V.] (hierna: dierenarts [V.] ) van Paardenartsen Brabant een verklaring afgegeven dat de set foto’s die door [eiseres] aan haar zijn gestuurd niet volledig overeenkomen met de set die Paardenartsen Brabant in het systeem heeft staan van het paard.
2.8.
Op 20 november 2024 zijn de door [eiseres] aan [naam] gestuurde brieven nogmaals gestuurd aan [naam] en Van Bockxgrave Horses.
2.9.
Op 24 november 2024 heeft het paard een medische behandeling ondergaan en nazorg ontvangen bij Paardenkliniek Hollands Kroon.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert:
I. primair: een verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is vernietigd bij brief van 8 oktober 2024 en Van Bockxgrave Horses te veroordelen tot het zo spoedig mogelijk wijzigen van de overeenkomst om het nadeel op te heffen met een terugbetaling van 50 procent van de koopsom ad € 6.750,00;
II. subsidiair: voor zover de overeenkomst nog niet buitengerechtelijk is vernietigd, dan de overeenkomst middels een door de kantonrechter te wijzen vonnis alsnog in rechte subsidiair te vernietigen op grond van bedrog dan wel dwaling en Van Bockxgrave Horses te veroordelen tot het zo spoedig mogelijk wijzigen van de overeenkomst om het nadeel op te heffen met een terugbetaling van 50 procent van de koopsom ad € 6.750,00;
III. meer subsidiair: voor zover de overeenkomst nog niet buitengerechtelijk is ontbonden, dan de overeenkomst middels een door de kantonrechter te wijzen vonnis alsnog in rechte subsidiair gedeeltelijk te ontbinden op grond van non-conformiteit wegens omzetting van de nakomingsvordering en Van Bockxgrave Horses te veroordelen tot het zo spoedig mogelijk wijzigen van de overeenkomst om het nadeel op te heffen met een terugbetaling van 50 procent van de koopsom ad € 6.750,00;
IV. nog meer subsidiair: voor zover de overeenkomst nog niet buitengerechtelijk is vernietigd dan wel (gedeeltelijk) ontbonden en daarvoor ook geen rechtsgrond aanwezig is vanuit het feitencomplex middels een door de kantonrechter te wijzen vonnis alsnog in rechte nog meer subsidiair over te gaan tot het veroordelen van Van Bockxgrave Horses om aan [eiseres] de teveel betaalde aankoopsom van € 6.750,00;
V. primair, subsidiair, meer subsidiair en nog meer subsidiair: Van Bockxgrave Horses te veroordelen tot betaling van de (vervangende) schade, althans gemaakte herstelkosten van het gebrek en de nazorg na de operatie van het paard ter grootte van € 3.121,55 (€ 1.429,55 (operatiekosten) en € 1.692,00 (nazorg)) P.M. en de toekomstige schade welke volgt vanuit het herstel van het paard;
VI. veroordeling van Van Bockxgrave Horses in de kosten van deze procedure.
3.2.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Geen verklaring voor recht dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden
4.1.
[eiseres] heeft primair onder meer een verklaring voor recht gevorderd dat de overeenkomst is vernietigd bij brief van 8 oktober 2024. Mede gelet op hetgeen op de zitting is besproken, staat vast dat in die brief van 8 oktober 2024 geen buitengerechtelijke vernietiging is opgenomen. Dit betekent dat de vordering als genoemd in r.o. 3.1 onder I zal worden afgewezen.
Er is sprake van dwaling en de gevolgen van de overeenkomst zullen worden gewijzigd
4.2.
[eiseres] heeft subsidiair gevorderd de overeenkomst te vernietigen op grond van dwaling dan wel bedrog en in plaats van vernietiging de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen op grond van artikel 6:230 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
4.3.
Een overeenkomst die is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is op grond van artikel 6:228 lid 1 BW vernietigbaar (a) indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten of (b) indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten.
4.4.
[eiseres] heeft gesteld dat het paard al voor de aankoop en levering gebreken had. Gelet op de verklaring van dierenarts [B.] moet het paard die gebreken al ten tijde van het röntgenologisch onderzoek in maart 2022 hebben gehad. Het paard heeft een erfelijk gebrek. Volgens [eiseres] heeft Van Bockxgrave Horses (opzettelijk) een verkeerde voorstelling van zaken gegeven. Dit blijkt uit de verklaringen van dierenarts [B.] en dierenarts [V.] . [eiseres] heeft dan ook bij het sluiten van de overeenkomst gedwaald omtrent (de eigenschappen van) het paard. Op basis van de door Van Bockxgrave Horses beschikbaar gestelde röntgenfoto’s mocht zij er vanuit gaan dat het paard geen gebreken had. Door de gebreken is het paard niet geschikt voor het doel waarvoor het is gekocht, te weten om te functioneren als sportpaard. [eiseres] zou het paard bij een juiste voorstelling van zaken niet hebben gekocht. [eiseres] wil daarom dat de gevolgen van de overeenkomst worden gewijzigd in die zin dat de koopprijs wordt verminderd met € 6.750,00.
4.5.
Van Bockxgrave Horses heeft niet betwist dat er sprake is van een gebrek, maar ontkent dat het gebrek ten tijde van de koop op 31 maart 2022 aanwezig was. Het gebrek is ook pas 2,5 jaar later bij Van Bockxgrave Horses gemeld. Van Bockxgrave Horses betwist de verklaring van dierenarts [B.] dat het gebrek bij de verkoop zichtbaar had moeten zijn. De originele röntgenfoto’s tonen het gebrek niet. Het gebrek kan bovendien ook zijn ontstaan door trauma of een ongeluk, met name omdat het paard in deze periode ook een veulen heeft gekregen. De verklaring van dierenarts [V.] houdt niet meer in dan dat de set die zij heeft ontvangen van [eiseres] niet overeenkomt met de set in haar systeem. Dierenarts [V.] heeft echter niet verklaard dat het andere röntgenfoto’s zijn. De set is wellicht niet compleet, maar dat is geen bewijs dat het om een ander paard gaat. Het paard is inmiddels geopereerd. Dat was een routinematige ingreep. De stelling van [eiseres] dat het paard na de operatie uitsluitend nog voor recreatief gebruik geschikt is, is onjuist. In de praktijk zijn vrijwel alle sportpaarden na een dergelijke ingreep geschikt voor de sport. Meerdere dierenartsen kunnen dit volgens Van Bockxgrave Horses bevestigen.
4.6.
Naar aanleiding van het verweer van Van Bockxgrave Horses heeft [eiseres] op de zitting verklaard dat de gebreken pas veel later zijn gebleken, omdat het paard in het eerste jaar te jong was om mee te sporten en vervolgens zwanger was en een veulen heeft gekregen. Pas daarna is [eiseres] er bij het sporten achter gekomen dat er iets mis was bij het lopen. [eiseres] heeft het paard toen laten keuren door dierenarts [B.] . Na ontvangst van de röntgenfoto’s heeft [eiseres] contact opgenomen met dierenarts [V.] , die toen verklaarde dat de röntgenfoto’s die [eiseres] bij de koop heeft ontvangen niet volledig overeen komen met de set die Paardenartsen Brabant in haar systeem heeft.
4.7.
Omdat Van Bockxgrave Horses de stellingen van [eiseres] niet heeft weersproken, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van [eiseres] . [eiseres] heeft voldoende gesteld waaruit blijft dat zij de overeenkomst niet zou hebben gesloten als zij van de gebreken op de hoogte was geweest. Daarnaast heeft zij voldoende gesteld waaruit blijkt dat het gebrek een prijsdrukkend effect heeft.
4.8.
Op basis van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de overeenkomst is gesloten onder invloed van dwaling die te wijten is aan onjuiste of onvoldoende inlichtingen van Van Bockxgrave Horses en dat die overeenkomst bij een juiste voostelling van zaken niet zou zijn gesloten. Daarom is de overeenkomst vernietigbaar. Omdat [eiseres] echter in plaats van vernietiging opheffing van het nadeel met een bedrag van € 6.750,00 wil, zal de kantonrechter dat toewijzen. Daartoe wordt het volgende overwogen.
4.9.
De kantonrechter stelt voorop dat hij een ruime beoordelingsruimte heeft bij de vraag hoe en in welke mate het nadeel wordt opgeheven. [eiseres] heeft op de zitting toegelicht waar het nadeel volgens haar uit bestaat en hoe zij tot het percentage van 50 procent is gekomen. [eiseres] heeft uitgelegd dat zij heeft rondgebeld en dat de partijen die zij erover heeft gesproken, hebben gezegd dat een paard met deze gebreken ongeveer € 6.750,00 waard is. Een recreatief paard is ongeveer 50 procent goedkoper dan een sportpaard, aldus [eiseres] . Van Bockxgrave Horses heeft dit niet weersproken. Daarom zal ook hier worden uitgegaan van de juistheid van de stellingen van [eiseres] .
4.10.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het nadeel opheffen als gevorderd en Van Bockxgrave Horses veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 6.750,00.
4.11.
Omdat de vordering als genoemd in r.o. 3.1 onder II zal worden toegewezen, behoeven de vorderingen als genoemd in r.o. onder III en IV en het overige dat ten grondslag is gelegd aan de vorderingen als genoemd in r.o. 3.1 onder I tot en met IV geen verdere bespreking of beoordeling meer.
[eiseres] heeft niet ook recht op (vervangende) schadevergoeding
4.12.
[eiseres] heeft verder als genoemd in r.o. 3.1 onder V gevorderd dat Van Bockxgrave Horses wordt veroordeeld tot betaling van (vervangende of enig andere vorm van) schadevergoeding, althans van gemaakte herstelkosten. De kantonrechter zal dit deel van de vordering afwijzen en overweegt daartoe het volgende.
4.13.
Het doel van artikel 6:230 lid 2 BW is om het nadeel van de dwalende partij op te heffen zonder dat de overeenkomst wordt vernietigd. Als de rechter de overeenkomst wijzigt om het nadeel op te heffen, is er in beginsel geen ruimte meer om daarnaast ook nog (vervangende) schadevergoeding toe te kennen als het gaat om schade die overeenstemt met het nadeel dat al door prijsvermindering is opgeheven. Als dat wel zou gebeuren, dan zou dat tot dubbele compensatie leiden, hetgeen ongewenst is. Aangezien niet is gesteld of gebleken dat er in dit geval nog sprake is van (andere) schade die niet overeenstemt met de prijsvermindering op grond van artikel 6:230 lid 2 BW, zal de vordering tot (vervangende of enig andere vorm van) schadevergoeding of vergoeding van de herstelkosten worden afgewezen.
Van Bockxgrave Horses moet de proceskosten betalen
4.14.
Van Bockxgrave Horses is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
140,09
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.210,09
4.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Van Bockxgrave Horses om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 6.750,00,
5.2.
veroordeelt Van Bockxgrave Horses in de proceskosten van € 1.210,09, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Van Bockxgrave Horses niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Van Bockxgrave Horses tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Metz en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.