ECLI:NL:RBNHO:2025:14581

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
C/15/367772 / JU RK 25-1019
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met gedragsproblematiek en middelengebruik

In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 21 november 2025 een beschikking gegeven over een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, hierna te noemen [de minderjarige]. De kinderrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van een combinatie van gedragsproblematiek, middelengebruik, een onveilig netwerk en (mogelijke) ASS-problematiek. De gesloten machtiging is noodzakelijk om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen en om diagnostiek en behandeling te starten. De kinderrechter heeft eerder al verschillende maatregelen getroffen, waaronder een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging voor uithuisplaatsing.

De gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, heeft verzocht om de machtiging voor de resterende twee maanden te verlengen. Tijdens de zitting is gebleken dat [de minderjarige] niet meewerkt aan de hulpverlening en recentelijk meerdere keren is weggelopen. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat er grote zorgen zijn over de veiligheid van [de minderjarige] en dat een plaatsing in een open groep op dit moment te riskant is. De kinderrechter heeft de GI gemachtigd om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 30 januari 2026.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] aangespoord om na te denken over zijn toekomst en de mogelijkheden voor hulpverlening, waarbij hij de verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn eigen ontwikkeling. De beschikking is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/367772 / JU RK 25-1019
Datum uitspraak: 21 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. M.J. Bouwman, kantoorhoudende te Zaandam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 30 juli 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • het bericht van de GI met bijlage van 28 oktober 2025, ontvangen op 28 oktober 2025;
  • het bericht van de GI met bijlage van 13 november 2025, ontvangen op 14 november 2025.
1.2.
Op 21 november 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] met zijn advocaat;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .
De moeder is vanwege ziekte niet ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover, in bijzijn van zijn advocaat, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft op een gesloten groep.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 juni 2025 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 7 september 2025. De kinderrechter heeft vervolgens bij beschikking van 5 september 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 5 september 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 juli 2025 een (spoed)machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 19 augustus 2025. De kinderrechter heeft vervolgens bij beschikking van 30 juli 2025 een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 30 november 2025, met aanhouding van het overige gedeelte van twee maanden.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de resterende twee maanden.
3.2.
De GI heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] verblijft nog steeds op de gesloten groep van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] . Vanuit Five2connect heeft [de minderjarige] een coach die hem nu en in de toekomst kan begeleiden. Ook is een aanmelding gedaan voor [de minderjarige] om psychomotorische therapie (PMT) en diagnostiek te verkrijgen. Tot slot is [de minderjarige] aangemeld bij Yes We Can Clinics (YWCC) voor behandeling en daar kan hij per 7 januari 2026 starten. YWCC heeft aangegeven dat [de minderjarige] alleen welkom is in een voorwaardelijk kader en de GI is daarom voornemens een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp te verzoeken. Sinds zijn laatste perspectiefgesprek op 7 oktober 2025 heeft [de minderjarige] meer vrijheden gekregen. Sindsdien gebruikt hij ook weer meer cannabis en wordt een patroon gezien waarbij zijn focus verschuift. [de minderjarige] wil niet meewerken aan hulpverlening en hij heeft zijn eigen (hyper)focus waarbij hij met rust gelaten wil worden, en zelfstandig wil wonen en geld wil verdienen. Hij is bovendien in de afgelopen periode tot twee keer weggelopen, waarbij hij beide keren weer zelfstandig is teruggegaan naar de groep. De GI vindt het van belang dat [de minderjarige] hulpverlening krijgt en dat de aanmelding voor YWCC kan worden voorgezet en handhaaft het aangehouden verzoek.
3.3.
Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat [de minderjarige] recent nog een keer is weggelopen. [de minderjarige] wordt, in tegenstelling tot wat hij zelf zegt, wel degelijk school en PMT aangeboden maar daar werkt [de minderjarige] niet aan mee. Diagnostiek is nog niet gestart. Bij YWCC kan [de minderjarige] leren wat de impact van middelengebruik is en na zijn traject kan hij eventueel doorstromen naar begeleid wonen bij YWCC. Ten tijde van de aanmelding stond [de minderjarige] achter het traject bij YWCC. Als [de minderjarige] daar nu niet meer naartoe wil, zal de GI op zoek moeten gaan naar een andere geschikte vervolgplek voor [de minderjarige] . Dat zal wel weer een gesloten plek zijn omdat het een te grote stap zou zijn voor [de minderjarige] om direct naar een open groep te gaan.

4.Het standpunt van [de minderjarige]

4.1.
heeft verteld dat hij al maanden op de gesloten groep zit en dat er niks is gebeurd. [de minderjarige] gebruikt geen harddrugs meer en hij is er trots op dat dat gelukt is. Hij staat niet meer open voor het traject bij YWCC. Hij wil naar buiten, werken, geld verdienen en zijn leven weer oppakken.
4.2.
De advocaat heeft naar voren gebracht dat aan de juridische voorwaarden voor een gesloten machtiging is voldaan en dat er op dit moment geen alternatief is voor [de minderjarige] . [de minderjarige] wil graag begeleid wonen en verder met rust gelaten worden en gezien zijn leeftijd is dat begrijpelijk. De advocaat roept op om samen goed te kijken en te bespreken wat er moet gebeuren voor [de minderjarige] .

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.2.
Bij [de minderjarige] speelt een combinatie van gedragsproblematiek, middelengebruik, een onveilig netwerk en (mogelijke) ASS-problematiek. Vanwege de complexe problematiek en de grote zorgen om zijn fysieke veiligheid is [de minderjarige] bij beschikking van 22 juli 2025 met een spoedmachtiging op een gesloten groep geplaatst. Sinds 31 juli 2025 verblijft [de minderjarige] op de groep van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] . In eerste instantie liet [de minderjarige] in de gesloten setting een positieve verandering zien en leek hij gemotiveerd voor de in te zetten hulpverlening. Sinds oktober 2025 heeft [de minderjarige] meer vrijheden gekregen op de groep. Sindsdien is zijn (soft)drugsgebruik weer toegenomen en wordt een patroon gezien dat hij met rust gelaten wil worden en niet meer wil meewerken aan de hulpverlening. Hij gaat op dit moment niet naar school en is recent meerdere malen weggelopen van de groep. De GI heeft [de minderjarige] aangemeld voor een traject bij YWCC voor zijn middelengebruik waar hij 7 januari 2026 kan starten. [de minderjarige] heeft op de zitting aangegeven niet meer open te staan voor het traject bij YWCC.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat het voortzetten van de gesloten plaatsing noodzakelijk is. Er bestaan grote zorgen om de veiligheid van [de minderjarige] en zijn middelengebruik wanneer hij wegloopt van de groep. Gezien de veiligheidsrisico’s zou een plaatsing op een open groep daarom op dit moment een te grote stap zijn. Ook is het nodig dat wordt gestart met diagnostiek en behandeling en dat [de minderjarige] zich hiervoor inzet. Ter zitting is de mogelijkheid besproken om in januari 2026 te starten met het traject bij YWCC – waarvoor een voorwaardelijke machtiging tot gesloten jeugdhulp nodig is – waarna de mogelijkheid bestaat om door te stromen naar begeleid wonen bij YWCC. De kinderrechter heeft [de minderjarige] opgeroepen goed na te denken over de opties die voorliggen en zijn verantwoordelijkheid te nemen door zich in te zetten voor de hulpverlening en het traject van YWCC, zodat hij stappen kan zetten richting zijn doel, namelijk begeleid wonen en werken om geld te verdienen.
5.4.
De kinderrechter machtigt de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de resterende verzochte twee maanden, te weten tot 30 januari 2026.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 november 2025 tot 30 januari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Lintjer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 5 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).