In deze zaak heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 21 november 2025 een beschikking gegeven over een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, hierna te noemen [de minderjarige]. De kinderrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van een combinatie van gedragsproblematiek, middelengebruik, een onveilig netwerk en (mogelijke) ASS-problematiek. De gesloten machtiging is noodzakelijk om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen en om diagnostiek en behandeling te starten. De kinderrechter heeft eerder al verschillende maatregelen getroffen, waaronder een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging voor uithuisplaatsing.
De gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam, heeft verzocht om de machtiging voor de resterende twee maanden te verlengen. Tijdens de zitting is gebleken dat [de minderjarige] niet meewerkt aan de hulpverlening en recentelijk meerdere keren is weggelopen. De kinderrechter heeft geconcludeerd dat er grote zorgen zijn over de veiligheid van [de minderjarige] en dat een plaatsing in een open groep op dit moment te riskant is. De kinderrechter heeft de GI gemachtigd om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 30 januari 2026.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] aangespoord om na te denken over zijn toekomst en de mogelijkheden voor hulpverlening, waarbij hij de verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn eigen ontwikkeling. De beschikking is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep.