ECLI:NL:RBNHO:2025:14591

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
C/15/371582 / JU RK 25-1590
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige gedragsproblematiek

Op 21 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland een beschikking gegeven in de zaak van Stichting de Jeugd- & Gezinsbeschermers betreffende een minderjarige met ernstige gedragsproblematiek. De kinderrechter heeft een spoedmachtiging verleend voor gesloten jeugdhulp, omdat er sprake is van een zorgwekkende situatie waarin de minderjarige zich in een onveilige omgeving bevond en niet in staat was om zich aan afspraken te houden. De kinderrechter heeft vastgesteld dat eerdere hulpverlening niet heeft geleid tot verbetering en dat de huidige open setting onvoldoende mogelijkheden biedt om de minderjarige te begeleiden. De kinderrechter heeft de machtiging verleend voor de duur van drie maanden, met de mogelijkheid tot verlenging, en heeft de GI opgedragen om de rechtbank en belanghebbenden tijdig te informeren over de voortgang van de behandeling en diagnostiek. De vader van de minderjarige heeft ingestemd met het verzoek, terwijl de minderjarige zelf vragen heeft over de duur van de machtiging. De kinderrechter heeft benadrukt dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is om verdere afglijding te voorkomen en om de ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen. De beschikking is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/371582 / JU RK 25-1590
Datum uitspraak: 21 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting de Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. B.J. de Groot, kantoorhoudende te Haarlem.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 11 november 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • de instemmende verklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper van 14 november 2025, ontvangen van de GI op 17 november 2025.
1.2.
Op 21 november 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • [de minderjarige] met zijn advocaat;
  • de vader;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft op een gesloten groep van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 september 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 19 september 2026. Tevens heeft de kinderrechter bij beschikking van 19 september 2025 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 19 maart 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 17 november 2025. Bij beschikking van 30 oktober 2025 heeft de kinderrechter de spoedmachtiging beëindigd en het verzoek tot een (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp afgewezen vanwege het ontbreken van een geziene instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 november 2025 (opnieuw) een spoedmachtiging verleend [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 4 december 2025 en heeft de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden. De GI heeft ter zitting desgevraagd aangegeven dat de GI verzoekt om een machtiging af te geven voor de duur van in totaal zes maanden, dus tot 11 mei 2026.
3.2.
De GI heeft ter onderbouwing van het (spoed)verzoek het volgende naar voren gebracht. De zorgen omtrent [de minderjarige] zijn onverminderd groot. De GI constateert dat [de minderjarige] onvoldoende in staat is om zich te houden aan afspraken en onvoldoende gebruikmaakt van de geboden hulp. Er is sprake van zorgwekkend schoolverzuim, het ontbreken van dagstructuur, een beperkt inzicht in eigen gedrag en beïnvloedbaarheid door leeftijdsgenoten. De combinatie van deze factoren maakt dat het risico op verdere afglijding groot is. De huidige open setting biedt onvoldoende mogelijkheden om zicht en grip op de situatie van [de minderjarige] te behouden.
3.3.
Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat aanstaande dinsdag het startgesprek bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] plaatsvindt, waarna het behandelplan voor [de minderjarige] opgesteld zal worden. Bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] bestaat de mogelijkheid om te starten met EMDR-therapie en afhankelijk van verder onderzoek bij [de minderjarige] kan later eventueel nog gerichtere therapie ingezet worden. Daarnaast is systemische behandeling nodig voordat [de minderjarige] weer thuisgeplaatst kan worden. De GI denkt dat de termijn van zes maanden nodig is om diagnostiek en behandeling in te zetten, maar kan zich vinden in de toewijzing van het verzoek voor drie maanden, met aanhouding van het overige, om [de minderjarige] tegemoet te komen en de balans op te maken.

4.De standpunten

4.1.
De vader heeft ingestemd met het verzoek. Hij is blij dat [de minderjarige] eindelijk behandeling krijgt en geholpen wordt. Eerdere pogingen, zoals het traject bij Yes We Can Clinics (YWCC) en de inzet van coaches, zijn keer op keer niet gelukt.
4.2.
[de minderjarige] heeft verteld dat hij na de zitting van 30 oktober 2025 had besloten dat hij zijn best ging doen maar dat hij toch gesloten is geplaatst. Op de groep gaat hij wel naar school. Hij vraagt zich af waarom de verzochte termijn zo lang is en of dat niet korter kan.
4.3.
De advocaat heeft namens [de minderjarige] verzocht om de machtiging voor drie maanden toe te wijzen en het overige gedeelte af te wijzen om zo helderheid en duidelijkheid aan [de minderjarige] te verschaffen. Het is niet motiverend voor [de minderjarige] om het resterende deel van het verzoek boven zijn hoofd te laten hangen door dit aan te houden. De verwachting is dat de diagnostiek binnen tweeënhalve maand is afgerond en het duidelijk is welke kant [de minderjarige] op gaat. Daarnaast is de groep van [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] ver weg van zijn familie wat ook de systemische aanpak in de weg staat. De kortere termijn zal de GI stimuleren snel op zoek te gaan naar een passende vervolgplek en [de minderjarige] eventueel al aan te melden voor een groep in de regio. Indien de rechtbank van oordeel is dat dat te belastend is voor de GI, is in ieder geval na drie maanden een nieuwe instemmingsverklaring nodig zodat aan de hand van alle informatie gekeken kan worden wat op dat moment noodzakelijk is voor [de minderjarige] .

5.De beoordeling

De spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
5.1.
Op grond van de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, ziet de kinderrechter geen aanleiding om het in de beschikking van 11 november 2025 geformuleerde oordeel te wijzigen. Die beslissing houdt in dat een spoedmachtiging wordt verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 11 november 2025 tot 4 december 2025. Deze beslissing zal daarom worden gehandhaafd.
De reguliere machtiging gesloten jeugdhulp
5.2.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat verlening van jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
5.3.
Bij [de minderjarige] is sprake van ernstige gedragsproblematiek waarmee hij zichzelf en anderen in gevaar brengt. Tot voor kort begaf hij zich dagen- en nachtenlang op straat in een zorgelijk netwerk waarbij er geen zicht op hem was. Hij werd bijna dagelijks als vermist opgegeven en er bestaat een vermoeden dat [de minderjarige] betrokken is bij een groot aantal strafbare feiten. Verder is [de minderjarige] bekend met softdrugsgebruik, ging hij nauwelijks meer naar school en lukte het hem niet om zich aan de gemaakte afspraken te houden. Dit alles maakt dat [de minderjarige] steeds verder afglijdt en dat hij steeds meer in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Eerdere hulpverlening, zoals de uithuisplaatsing bij Boomerang Zorg en (de poging tot) het traject bij YWCC, hebben geen verandering in de situatie gebracht. [de minderjarige] lijkt de problematiek en de zorgen niet te overzien en heeft een zeer vermijdende houding ten aanzien van hulpverlening. Gezien de grote zorgen om de veiligheid en de ontwikkeling van [de minderjarige] is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging tot gesloten plaatsing voor [de minderjarige] onvermijdelijk is geworden. Om verdere afglijding te voorkomen is het noodzakelijk dat zo snel mogelijk gestart wordt met diagnostiek, zodat gerichte behandeling voor [de minderjarige] kan worden ingezet. De GI heeft aangegeven dat daarnaast binnenkort al gestart kan worden met EMDR-therapie. Ook is behandeling gericht op het systeem noodzakelijk.
5.4.
De kinderrechter overweegt dat een gesloten plaatsing een ingrijpende maatregel is. Om [de minderjarige] te motiveren en om zicht te houden op de (voortgang van de) diagnostiek en behandeling van [de minderjarige] , ziet de kinderrechter aanleiding om het verzoek voor een kortere duur toe te wijzen, namelijk voor drie maanden, met aanhouding van de overige periode. De kinderrechter verzoekt de GI om de rechtbank en de belanghebbenden uiterlijk twee weken voor de volgende zitting schriftelijk te informeren over de actuele stand van zaken, en indien de GI het resterende verzoek handhaaft, om een nieuwe, recente instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper te overleggen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 4 december 2025 tot 4 maart 2026;
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting
eind februari 2026, tegen welke zitting [de minderjarige] , mr. B.J. de Groot, de vader en de GI dienen te worden opgeroepen;
6.3.
bepaalt dat de GI de kinderrechter en alle belanghebbenden uiterlijk twee weken voor de zitting schriftelijk dient te informeren over de actuele stand van zaken en haar standpunt ten aanzien van het resterende verzoek. Indien het resterende verzoek wordt gehandhaafd, dient de GI ook een nieuwe, recente instemmende verklaring van de gedragswetenschapper te overleggen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Lintjer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 5 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).