Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen [de minderjarige 2] .
1.Het verloop van de procedure
- de bereidverklaring voogdij van 15 juli 2025, ontvangen op 25 juli 2025;
- de bereidverklaring voor overdacht uitvoering ondertoezichtstelling van 15 juli 2025, ontvangen op 25 juli 2025;
- het (voorwaardelijke) verzoek van de Raad tot vervanging van de GI (zaaknummer C/15/367760 / JU RK 25/1017), met als bijlage een brief(rapport), van 14 augustus 2025 en ontvangen op 15 augustus 2025;
- het verweerschrift van de moeder, tevens inhoudende een zelfstandig verzoek, met bijlagen, ontvangen op 3 november 2025;
- de brief van de GI van 11 november 2025 met als bijlagen actuele informatie ten aanzien van de ingediende verzoeken, ontvangen op 11 november 2025;
- het verweerschrift, tevens inhoudende een zelfstandig verzoek, van de zijde van de vader van 11 november 2025;
- de beschikking van deze rechtbank van 14 november 2025 over de verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing en de daarin genoemde stukken (zaaknummer C/15/369725 / JU RK 25-1305).
- de pleegouders;
- de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ;
- de WSG, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de WSG] en [vertegenwoordiger van de WSG] .
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ;
- de WSG, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de WSG] en [vertegenwoordiger van de WSG] .
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De standpunten
5.De mening van de informant
6.De (verdere) beoordeling
7.De beslissing
[de minderjarige 1]en
[de minderjarige 2]tot 21 november 2026;
[de minderjarige 1]en
[de minderjarige 2]in een voorziening voor pleegzorg tot 21 november 2026;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.