Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak hebben buren een geschil over wateroverlast en onrechtmatige hinder die zou zijn veroorzaakt door aanpassingen aan de inrit en het parkeerterrein van de gedaagde partij. De kantonrechter heeft op 5 november 2025 geoordeeld dat de eisers onvoldoende feiten en omstandigheden hebben aangevoerd om aan te tonen dat de aanpassingen de oorzaak zijn van de wateroverlast. Wel is vastgesteld dat de regenpijp van de garage van de gedaagde op het perceel van de eisers afwatert, en de kantonrechter heeft bepaald dat deze regenpijp moet worden verplaatst. De vordering van de eisers tot schadevergoeding is afgewezen, omdat niet is geoordeeld dat de gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld. De eisers zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten de proceskosten betalen.